zondag 12 augustus 2018

Sliechaus, bidden ter verontschuldiging

Door: Rabbijn Simon Bornstein®

Met de Hoge Feestdagen in aantocht, bereiden we ons planmatig voor op de ultieme beleving van de sfeer en intenties rond Rausjosjono en Jaum Kippoer. Sliechaus zeggen, is één van de wijzen om dat te doen.



Door het zeggen van Sliechaus bidden Asjkenoziem voorafgaand aan Jaum Kippoer minimaal zo dikwijls dat het mogelijk is minimaal vier keer te bidden ter verontschuldiging.

Doorgaans  vangen Asjkenoziem daarom aan Sliechaus te zeggen op de uitgaande Sjabbes voorafgaande aan Jaum Kippoer. Om Gods welwillende vergeving te bewerkstelligen.

Sefardiem beginnen op de tweede dag van de maand Elloel met het zeggen van Sliechaus.

סליחות  zijn gebeden waarmee wij ons zelf oproepen om tot inkeer te komen betreffende fouten of zondes die wij gedurende het afgelopen Joodse jaar hebben begaan. Met het tot inkeer komen proberen wij feitelijk “terug te keren” tot de Wil van onze Schepper, of om onze gehechtheid aan God te versterken.

De Sliechaus bereiden het individu voor op zijn beoordeling door God op Jaum HeDien, de jaarlijkse Dag des Oordeels die Jaum Kippoer is. God weegt de zondes en de goede daden van een Jood of Jodin en schrijft dat individu in voor het Boek des Levens, een nieuw gezond en plezierig levensjaar, of niet.

Gebeden, dus ook de Sliechaus worden gezegd op tijden waarop in de dagen van weleer offers werden gebracht in de Tempel om de Schepper te behagen. Gebeden zijn sedert de Romeinse verwoesting van de Tweede Tempel in de plaats gekomen van de meeste vaste materiële en dieroffers.

Sliechaus worden in de Asjkenozische traditie van West-Europa in het bijzonder gezegd tussen middernacht en zonsopgang. Sommigen zeggen Sliechaus voor het reguliere Sjacheries – ochtendgebed of direct na Mangeriev, het reguliere avondgebed.

In sommige killes draagt een gehuwde Sjlieach Tsibber – voorzanger – een Kittel op de eerste dag Sliechaus. Een Kittel is als een witte doktersjas, maar is feitelijk een wit doodshemd, dat na een levenseinde functioneert als laatste kledij waarna een meis – overledene – wordt gekist en werkelijk voor het aangezicht van zijn Schepper ter beoordeling van diens/ haar leven verschijnt.

Wit is de kleur van de Kittel, van de onschuld, van het onbedorvene. Het is de kleur waarin een bruid haar toekomstige echtgenoot tegemoet snelt, zoals de Benei Jiesro'eil God voor het aangezicht treden om Hem te eren, lief te hebben en Zijn liefde te ontvangen, zoals in een waar huwelijk.

Sliechaus zeggen naar de Sefardische traditie

dinsdag 7 augustus 2018

De Hoge Feestdagen

Door: Rabbijn Simon Bornstein®


Aanstonds, over circa vijf weken, verwachten wij de Hoge Feestdagen. Daaronder worden begrepen Rausjosjono en Jaum Kippoer, het Joodse Nieuwjaar en de Grote Verzoendag. In het Ngiwries noemen we deze dagen de Eerbiedwekkende Dagen.

bazuin blazen

Het Nieuwjaarsfeest Rausjosjono valt op de eerste en tweede dag van de Joodse maand Tisjrie en de Grote Verzoendag op de tiende dag van deze maand. Rausjosjono wordt als zodanig niet in Tenach aangeduid, maar onze geleerden concludeerden aan de hand van de Taurotekst, dat het feest sedert onze Joodse oertijd gevierd werd.


Waarschijnlijk werd Rausjosjono reeds gevierd voor de Uittocht uit het Egypte land. In de Tauro wordt Rausjosjono aangeduid als Jaum Teroengo (Dag van het Bazuingeschal) en als Ziechraun Teroengo (Gedenkdag van het Bazuingeschal).


Voor de Grote Verzoendag vinden we in het derde boek van de Tauro, Wajiekro, aanduidingen. In Wajiekro 16 en 23 kunnen we de aanwijzingen omtrent de erediensten in de Beis Hemikdosj – Tempel bestuderen. Opvallend is bijvoorbeeld het voorschrift omtrent onthoudingen.


Op die dag moeten we vasten, dragen we geen lederen schoeisel, we wassen en zalven ons die dag niet. Deze randvoorwaarden voegen veel toe aan de emotionele beleving en waarde van Jaum Kippoer. Het symbool van de Hoge Feestdagen bij uitstek is de Sjaufer, de ramshoorn waarmee wij het nieuwe jaar tegemoet bazuinen en oproepen tot tesjoewe, inkeer en terugkeer tot onze Schepper.


De tefilles die wij oren op de Hoge Feestdagen, kennen een rijk geestesgoed. De gedachten die wij ontlenen aan de inhoud van de gebeden zijn velerlei, wij vinden de teksten daarvan in een speciaal gebedenboek, het Machzaur. Machzaur betekent zoveel als “de cyclus van de feestelijke gebeden.” In het bijzonder gedurende de Hoge Feestdagen bezoeken we de Sjoel.


Een Beis Hoknesses heet een Sjoel in het Ngiwries, het Huis van Samenkomst. In een dergelijk pand komen we samen om onze gebeden samen uit te spreken, om samen uit de Tauro en het Profetenboek te lezen. Om gemeenschap te zijn, zo samen.


Een Sjoel is wel een gebedshuis, maar geen kerk. Joden kunnen hun gebeden op iedere geschikte plaats uitspreken. Sjlaume HeMellech, Koning Salomon, stelde reeds in 01 Mellochiem 08:27: ‘En ziet, de Hemel en de Hemel der Hemelen kunnen U niet omvatten, laat staan dit Huis dat ik gebouwd heb.”

dinsdag 24 juli 2018

Geen foodhal in Deventer Synagoge






Door: Rabbijn Simon Bornstein
 




De Gemeente Deventer heeft een Turkse ondernemer verboden om een foodhal te vestigen in de Deventer synagoge, welke een Rijksmonument is met de bestemming kerk. De affaire trok langdurige internationale media aandacht, tot in Rusland en de Verenigde Staten. Het Besluit van Burgemeester en Wethouders is  voor de betrokken horecaondernemer een tegenvaller.



Opperrabbijn arriveert bij Synagoge Deventer

De uiterst emotionele discussie tussen de horecaondernemer en de Joodse gemeenschap van Deventer is een hoogst onwenselijke discussie die tientallen jaren van interreligieus opbouwwerk in de Hanzestad teniet lijkt te doen en aan lijkt te zetten tot maatschappelijk polarisatie.

De Stentor schrijft: 'Wethouder Liesbeth Grijsen (Gemeentebelang) meldt dat het college rationeel en inhoudelijk heeft geoordeeld en zich niet laat leiden door het verhitte debat. ,,We hebben de aanvraag getoetst aan onder meer het horecabeleid en de uitgangspunten rond rijksmonumenten en religieus erfgoed.’’
 
De synagoge heeft de bestemming maatschappelijk. Dat veranderen in horeca, zoals Sahin probeerde met een vergunningaanvraag, ziet de gemeente niet zitten. De synagoge ligt buiten bijvoorbeeld de Brink, waar onbeperkt horeca is toegestaan en uitbreiding eerder gewenst is. De foodhall in de synagoge kan hinder veroorzaken voor omwonenden en past niet bij het rijksmonumentale karakter van het pand, stelt de gemeente ook. Grijsen: ,,Dat laatste is het belangrijkste argument.’’Er is vrees dat horeca het religieus erfgoed aantast: aan de buitenkant én binnenkant, waar het interieur onderdeel is van het monument. Een foodhall doet afbreuk aan de ‘maatschappelijke en historische betekenis van het pand’, concludeert B en W.'

De opluchting bij het bestuur van Beth Shoshanna omtrent het besluit van de Deventer magistratuur is zeer voorstelbaar. Op initiatief van oud-burgemeester Heidema zijn bemiddelingsgesprekken opgestart tussen Beth Shoshanna enerzijds en pandeigenaar Lenferink en horecabaas Sahin anderzijds. Los van deze gesprekken heeft de Gemeente Deventer nu haar eigen verantwoording genomen en de volstrekt onwaardige vestiging van een foodhal verboden.
-----

maandag 16 juli 2018

De Joodse begraafplaats van Alkmaar

Door: Rabbijn Simon Bornstein

Alkmaar heeft een prachtige Joodse begraafplaats, een bezoek waard. Joodse doden wordt eeuwige grafrust vergund, oude begraafplaatsen worden daarom niet geruimd. De Joodse begraafplaats van Alkmaar is tegenwoordig samen met het Metoheirhuis (lijkenreinigingshuis) een Rijksmonument.

Metoheirhuis, rijksmonument

Bij het honderd jarig bestaan van de Vereniging Gemiloes Gasodiem Weëmes, in Alkmaar, heeft de weleerwaarde heer A. de Wolff, de toenmalige godsdienstleraar van Joods Alkmaar, een rede uitgesproken van ongeveer de volgende inhoud:

Het weggraven van een met hout beplant walletje, dat een afscheiding vormde tussen een stuk grond aan de Westerweg en het exercitieveld, grenzende aan de Israëlitische begraafplaatsen, bestemd om daar later aangetrokken te worden, gaf het kerkbestuur aanleiding, daarover met Burgemeester en Wethouders te spreken en de Gemeenteraad te verzoeken, voor gemeenschappelijke rekening een behoorlijke afscheiding te maken en te onderhouden. 

B. en W. wezen dit verzoek af op vierentwintig september 1885. De gemeente-architect had de wens om een sloot laten graven, doch ook dit werd verworpen, omdat er dan te weinig ruimte zou overblijven oor een wandelpad langs het exercitieveld.

Daarom was het afgegraven terreintje beplant met Acacia’s, die echter door het droge weer mislukt waren. Hierdoor zou anders de toestand verbeterd zijn. Het Kerkbestuur hield aan en tenslotte keurde de Gemeenteraad f 200,- goed, bij te dragen in de kosten van een afscheiding, terwijl het Kerkbestuur voor onderhoud moest zorgen.

Op twaalf April 1886 stemden B. en W. in met het plaatsen van een rustiek hek van gecyanniseerd hout, ongeschaafd en geteerd en aan weerszijden met Hagedoorn en Vlier beplant. In 1902 werd de voorzijde der begraafplaats langs de Westerweg afgesloten door een fraai ijzeren hek van dertig el lengte, waardoor een deftige toegang werd verkregen.

Bij de aanbesteding op zeventien april 1886 werden zes inschrijvingen ontvangen, gaande van f 1065,- to f 1520,-. Het Kerkbestuur oordeelde dat voor f 341 beneden raming was, geen goed werk geleverd kon worden en droeg het werk op voor f 1360,- aan de bouwfirma van de heer D. van Vliet.

In vergulde Hebreeuwse letters doet het hek de herinnering lezen, dat al wat uit het stof is, tot stof moet terugkeren.

Van de oudere begraafplaats grenzende aan de tegenwoordige, vinden wij niets vermeld. Enkele brokstukken van stenen met Hebreeuws opschrift wijzen er op, dat deze zeker twee honderd jaar oud moet zijn. Daar onze ritus het opgraven van lijken verbiedt, blijft deze ongebruikt liggen.

Het metoheirhuis op de begraafplaats voldeed niet meer; het was oud en bouwvallig en ook te klein geworden. Ook het houten hek, dat de Krocht scheidde van de begraafplaats, kon niet meer als voldoende afscheiding gelden. Door het Kerkbestuur werd in 1923 een plan uitgewerkt om te komen tot de bouw van een nieuw lijkenreinigingshuis en hek. 

Hiervoor werd een renteloze lening georganiseerd met aandelen van f 25,- en f 10,-, waarvan een jaarlijkse uitloting zou plaats hebben. Bovendien werd door B. en W. bereid gevonden de helft der kosten van het hek (f 1800,-) bij te dragen. De aandelen werden geplaatst en zo kon met het werk begonnen worden. De laagste inschrijvers, de firma Karsten en Bakker, werd het werk gegund. Zo kwamen het nieuwe reinigingshuis en het monumentale hek tot stand.

Men was steeds van mening, dar op het voorgedeelte van de begraafplaats niet begraven mocht worden, omdat dit lag binnen 50 meter van de bebouwde kom. Op een verzoek om inlichtingen, op initiatief van de heer E.S. Hamburger, werd door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland echter aan het Kerkbestuur bericht, dat ook het voorgedeelte voor begraving wordt verkregen.

Veel last werd veroorzaakt door de voetballende jeugd, die zich niet ontzag, het hek te beschadigen en het ijzeren draad stuk te maken, om de bal van de begraafplaats terug te halen. Op herhaald verzoek van het Kerkbestuur aan B. en W. werd toegezegd, waarschuwingsborden te zullen plaatsen op tien meter afstand der begraafplaats, waarbinnen niet mag gespeeld worden. Dit werd door het Kerkbestuur onder dank aanvaard. Verwacht mag worden, dat de rust der doden niet meer gestoord zal worden.

Een volkomen afsluiting der begraafplaats was nog niet bereikt. Aan de zijde, waar deze grensde aan een tuin, lag ze geheel open. Het bestuur der Begrafenisvereniging “Gemiloeth Gésed Weëmes meende ter ere van haar honderd-jarig bestaan geen passender cadeau te kunnen aanbieden dan de afsluiting te voltooien.

Een fraai ijzeren hek is nu geplaatst, dat aansluit aan het nog bestaande houten hek, waardoor een volkomen afsluiting is tot stand gekomen. Het tussenliggende dijkje is afgegraven en de zich daarop bevindende bomen gerooid, waardoor en fraaier aangezicht verkregen is. Bovendien is een heg beplanting langs het hek aangelegd. De vereniging heeft hiermede op zeer passende wijze aan haar honderd-jarig bestaan luister bijgezet door haar blijk geven van piëteit jegens de overledenen.

Het eerste huishoudelijk reglement van de vereniging bestaat nog en bevindt zich in het archief der Gemeente. Huishoudelijk reglement voor het pieus gesticht “Gemilath Gésed Weëmes” bij de Nederlands Israëlitische Gemeente te Alkmaar, opgericht 5 februari 1835. De oprichters waren de heren: Daniel Israël Cohen, Philip Abraham de Jongh en Emanuel Lenson.

De Parnosiem der Gemeente heetten toen Manhiegiem. Eén jaar later werd de tegenwoordige begraafplaats in gebruik genomen, als nieuw aangelegde begraafplaats. Het eerste lijk was van Goudje Miggelse, huisvrouw van Mozes de Vries, overleden 18 september 1836. Het eerste kind, dat begraven werd was Mozes de Jongh, zoon van Philip de Jongh, hoogst waarschijnlijk dus een van de oprichters van het chewre, overleden 12 april – 1 niesan 1837.

Op zeven november 1875 werd een nieuw reglement vastgesteld, onder het bestuur van de heren: Jacob Berlijn, voorzitter, S. Elte, penningmeester, A.B. de Jongh, derde lid en J.L. Kalkoene, secretaris. De vier leden van de commissie waren de heren: A. Elzas, J. Trijbetz, D.J. van Thijn en A van der Kop. Het toenmalige Kerkbestuur was samengesteld op de volgende wijze; A. Prins A.zn., voorzitter, Jacob Fortuin Bz., penningmeester en J.L. Kalkoene, secretaris.

Het tegenwoordig reglement is door het bestuur vastgesteld op 07 juli 1927. Het bestuur bestond toen uit de heren J. Elzas, voorzitter, A. Drukker, penningmeester, J. Velleman, vice-voorzitter en A.de Wolff, secretaris. De heer Velleman werd opgevolgd door de heer S. van der Kop. Tegenwoordige Commissie van Bijstand bestaat uit de heren: E.S. Hamburger, S.E. Leuw, L. Roet en I. Prins Az. Als bode fungeert de heer I. Lewijt. 

Als Gabboies bij de ceremoniële handelingen voor vrouwen functioneert mevrouw de weduwe S. Elte vanaf 1901. Als verdienstelijke bestuurders die jaren lang functioneerden kunnen de volgende personen worden opgevoerd: S. Prins Az., H. Manheim, E.W. Vet, die tussen 1907 en 1923 als voorzitter functioneerde, L. Elzas. De heren J. Elzas en A. Drukker functioneren vanaf 1924, de heer S. van der Kop vanaf 1931, de heer A. de Wolff vanaf 1921.

In het jaar 1935 bloeit de vereniging door een uitstekende samenwerking tussen haar bestuurders. Het organiserend talent van penningmeester A. Drukker wordt in die jaren geprezen. Het bezadigd optreden van voorzitter J. Elzas helpt de harmonie en onderlinge vrede bevorderen en de vereniging heeft in financieel opzicht solide fundamenten weten te realiseren. De penningmeester en zijn collegae zorgen voor orde en plechtigheid bij de begrafenissen, waardoor het aanzien bij niet-Joodse burgers wordt verhoogt.

Bij gelegenheid van de viering van het eeuwfeest in 1935 initieerden de bestuurderen van de begrafenis-vereen een ledenraadpleging om het voorgestelde geschenk goed te laten keuren. Deze vorm van ledenparticipatie werd door de leden hogelijk gewaardeerd. Binnen de Stichting Alkmaarse Synagoge worden donateurs en leden nooit geraadpleegd, welk een verschil.

De begraafplaats is door de opoffering van tijd en energie door het bestuur en de heren Leuw en Hamburger tot een sieraad geworden van de kille geworden. De heer Hoek verschafte welwillend adviezen en de heer Van den Beld heeft het werk met genoegen opgeleverd.

De heer A. de Wolff ontving bij gelegenheid van de viering van dit eeuwfeest de gelukwensen van een rabbijn, van enige collegae godsdienstleraren, van veel oud-leerlingen en vrienden.

De Alkmaarse damesvereniging “Legowaud Oelesifeeres” bood het Chewre-bestuur bij gelegenheid van de plechtige viering van het honderdjarig bestaan een fraaie bloemenmand aan.

In 2008 hief het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap de Nederlands Israëlitische Gemeente Alkmaar, zonder de leden daaromtrent te hebben geraadpleegd, definitief op. Evenals de Joodse begraafplaatsen in Den Helder, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik, Edam, Zaandam, etc. is de Alkmaarse begraafplaats volledig operationeel.

                                                                    -----------------------

donderdag 28 juni 2018

Oranjezon, Brooches voor de Koning!

Overgoten door een krachtige Oranjezon ontvangen de burgers van Hoorn vandaag onze Vorst. Spelevarend door de Zuiderzeehaven wordt Majesteit toegezongen, opwinding alom. Een prachtige gelegenheid om de brooche voor het regerend Vorstenpaar te mogen zeggen.

allemaal brooches!

De holloche biedt voor een aantal gelegenheden een speciale brooche bij het waarnemen van een bijzonder schouwspel. Zo zijn er brooches die worden uitgesproken bij het zien van bloeiende vruchtbomen, een bliksem, de maan, de zon een grote geleerde. 

Er bestaat ook een speciale brooche die wordt gezegd op het moment dat een Jehoede een regerend vorst waarneemt. Deze brooche luidt in het Ngiwriet: 
ברוך אתה ה' אלוקינו מלך העולם שחלק מכבודו לבשר ודם
Boroech atto Adonoj Elaukeine Mellech Hengaulom Sjecheilek Mekwodau lebosor wedam.

Voor we de brooche voor de Malchoes - Majesteitelijkheid - zeggen, moeten we volgens de Halloche Broere 224:14 eerst de conclusie kunnen trekken dat de Mellech koninklijke gewaden of kleding draagt. De Sjoes Eljosiev HeCauhein 2:26 deelt deze opvatting. Wanneer de Koning een regulier kostuum draagt kunnen we de status van Malchoes aflezen aan de dignitarissen, veiligheidsmensen, militairen en ander gevolg dat hem omgeeft. 

Volgens de befaamde Rabbijn Mausje Sternbuch in zijn Sjoes Tesjoewes WeHenhogaus 2:139 reciteren we de brooche voor Malchoes ook voor de Vorstin, hoewel het doorgaans hallochisch uit diep respect nadrukkelijk niet gebruikelijk is naar vrouwen te staren.

Hallochisch bestaat er een groot verschil tussen staren en zien. De brooche spreken wij slechts uit wanneer wij de Vorst bewust zien en waarnemen. Wij concentreren ons daarbij op het intentioneel uitspreken van deze uiterst respect- en eervolle brooche voor onze geliefde Monarch.

dinsdag 26 juni 2018

Hoe eren we onze ouders?


In antwoord op de vraag op welke wijzen Joden hun ouders eren zijn verscheidene antwoorden te formuleren.



Een eerste mogelijkheid is het vernoemen van kinderen naar hun (groot-) ouders. De Tauro meldt dat het vroegste voorbeeld hiervan de casus van Nachor, de vader van Terach, de vader van Awrohom.   

In het algemeen is het gebruikelijk om een ouders van de echtgenoot als eerste vernoemen en daarna een ouder van de echtgenote. In de Asjkenozische traditie is het niet gebruikelijk om de grootouders te vernoemen zolang deze leven.

Dit heeft een praktische reden. Het is ons niet toegestaan om onze ouders bij hun voornaam aan te spreken. Het heeft de voorkeur hen respectvol aan te spreken met ‘pa’ of ‘vader’, dan wel ‘ma’ of ‘moeder’. In het bijzonder wanneer een van de ouders daarbij aanwezig zou zijn. Dit geeft de indruk niet respectvol te zijn naar de vader of moeder.

In de Sefardische traditie daarentegen is het gebruikelijk om de kleinkinderen wel naar grootouders te vernoemen, ook bij leven. Sefardische Joden ervaren dit juist als uiting van respect naar de levende grootouders.

Een tweede mogelijkheid is de navolgende. Op Ngerev Sjabbes - Sjabbesavond tonen kinderen respect naar hun ouders en of grootouders door hen te vragen om een brooche over de (klein-) kinderen uit te spreken. Na de Kiddesj benaderen de jongeren hun ouders met dit verzoek. De ouders en of grootouders geven hun kinderen of kleinkinderen deze brooche, ook wanneer deze volwassen worden of getrouwd zijn.

De (klein-) kinderen worden gezegend met de priesterzegen, de Birkes Cauheiniem: Moge de Eeuwige je zegenen en je beschermen, ... Sommige ouders zegenen hun kinderen en voegen daar aan toe: Moge de Eeuwige je zegenen zoals Menasje, enz. waardoor men de vrome wens uitspreekt dat al hun wensen vervuld mogen worden.

In Portugees-Israëlitische gezinnen bestaat de traditie - mienhog, dat kinderen direct na de zegening de handen van hun (groot-) ouders kussen. In de moderne hedendaagse Nederlandse samenleving is deze traditie bij velen uit het zicht geraakt, maar de oude Spaanstalige hallochische werken geven aan dat het de sterke voorkeur verdient deze mienhog te volgen.

Deze mienhog draagt bij aan het vormen en behouden van zeer respectvolle en hechte relaties binnen gezinnen en hele misjpoches, is daarmee van grote waarde.

donderdag 14 juni 2018

Tussen recht en compassie - samen leren om de juiste vragen te stellen.

Tussen recht en compassie - was het thema van een studiemiddag waarbij Dr. Markus van Loopik zijn jongste pennenvrucht presenteerde. Kabbala als levenskunst, luidt daarvan de titel. In een uitpuilende en uitputtend warme zaal traden diverse sprekers voor het voetlicht.

Kabbala als levenskunst

De middag werd geopend door Dr. B. van den Berg die een korte presentatie verzorgde over de aanleiding tot de middag, de boekpublicatie en de studiedag. Dr. Markus van Loopik belichtte het narratieve karakter van de Joodse religieuze overleveringen. Hij stelde traditie voor als een blijvend en tastend zoeken naar een waarheid.

Dr. M. van Loopik (midden) en Rabbijn Simon Bornstein
De academische bijdragen werden afgewisseld met muzikale bijdragen door het Klezmer-duo van Rob Zilverberg, dat onder andere het bekende 'A Genezele aujf dem Weg' en diverse nigoeniem ten gehore bracht. 

Na dit intermezzo sprak Dr. Van Loopik voor de tweede maal. Het verhaal van Rabbi Nachman van Breslav was een inleiding op zijn betoog over het spanningsveld van empathie tegenover recht in de Kaballah, de Joodse mystiek. Spreker presenteerde de voorstelling van de 'Hemelse Mens' - de Iesj Kadmaun - als model voor persoonsanalyse en voor de beoordeling van maatschappelijke processen.

Spreekster namens de uitgever
Dr. Van Loopik bood uiteindelijk het eerste exemplaar van zijn boek Kabbala als levenskunst - op zoek naar eenheid en heling aan Rabbijn Albert Ringer aan, die daarop kort sprak over de belangrijke boodschap van Dr. Van Loopik, die volgens spreker de Joodse mystiek toegankelijk maakt voor een geïnteresseerd en academisch publiek.

De aangename studiemiddag werd afgesloten met een vertoog over de inhoud en het belang van  het wetenschappelijk-theologisch periodiek Tenachon

---


#WANNEER #WAARHEID #WANKELT: #EEN #RABBIJNSE #DIALOOG #MET #KLAUS #OSCHEMA #OVER #EPISTEMISCHE #ONZEKERHEID.

  Wanneer waarheid wankelt: een rabbijnse dialoog met Klaus Oschema over epistemische onzekerheid Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN ® Klau...