Posts tonen met het label #wetgeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #wetgeving. Alle posts tonen

dinsdag 30 juni 2026

AANPAK ANTISEMITISME. ANTIDISCRIMINATIE - WETGEVING AANGESCHERPT.



AANPAK ANTISEMITISME. ANTIDISCRIMINATIEWETGEVING AANGESCHERPT.


 #Rabbijn #Simon #Bornstein®


Als rabbijn zie ik dagelijks hoe de schaduw van antisemitisme onze gemeenschap en de bredere samenleving beïnvloedt. Het is een eeuwenoud kwaad dat zich helaas blijft manifesteren in nieuwe vormen, van online haatzaaien tot fysieke bedreigingen. Echter, wij staan niet machteloos. Sinds 1 juli 2025 is onze juridische gereedschapskist in Nederland aangescherpt, waardoor wij als samenleving krachtiger kunnen optreden tegen dit onrecht.



De kern van deze verandering ligt in de erkenning dat discriminatie niet slechts een bijkomstigheid is, maar een verzwarende omstandigheid. Dankzij de toepassing van artikel 44bis van het Wetboek van Strafrecht kunnen discriminatoire motieven nu expliciet leiden tot strafverzwaring.



Het Openbaar Ministerie (OM) hanteert hierbij een helder kader dat onderscheid maakt tussen drie categorieën: specifieke discriminatiedelicten (zoals groepsbelediging), strafbare uitsluiting (denk aan discriminatie bij toegang of diensten) en het discriminatie-aspect bij andere strafbare feiten, zoals geweld of bedreiging.



Wie wordt geconfronteerd met antisemitisme, moet weten waar men terechtkan. Het is van cruciaal belang dat incidenten worden gemeld, niet alleen voor de individuele rechtsgang, maar ook om het maatschappelijke klimaat in kaart te brengen.



Instanties zoals de politie en het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD) spelen hierin een centrale rol. Daarnaast ondersteunt de overheid via de 'Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030' diverse initiatieven om de veiligheid op universiteiten en in de publieke ruimte te waarborgen.



Als rabbijn roep ik op tot waakzaamheid en verbinding. Het bestrijden van antisemitisme is geen taak die wij alleen kunnen volbrengen; het vereist een gezamenlijke inspanning van burgers, werkgevers en de overheid.



Door actief melding te maken van uitsluiting en door te staan voor een inclusieve samenleving, bouwen we aan een omgeving waarin iedereen, ongeacht afkomst of geloof, in veiligheid kan leven. Laten we de nieuwe wetgeving gebruiken als een instrument voor rechtvaardigheid, maar laten we nooit vergeten dat de werkelijke verandering begint bij de menselijke ontmoeting en het uitspreken tegen haat in al haar vormen.


woensdag 29 april 2026

#WAT #BETEKENT #HET #VN #VERDRAG #HANDICAP #VOOR # DE #JEUGDWET #EN #WMO2015?

 


Wat betekent het VN-verdrag Handicap voor de Jeugdwet en Wmo 2015?


#Rabbijn #Simon #Bornstein®



Als #sociaal #raadsman én #rabbijn kijk ik vaak met twee brillen naar wetgeving: de praktische en de morele. Wetgeving gaat niet alleen over regels, maar over mensen. Over waardigheid, gelijkwaardigheid en de vraag: doen we recht aan ieder individu, zoals die is?



Het VN-verdrag Handicap – officieel het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap – is in Nederland sinds 2016 van kracht. Dit verdrag heeft grote invloed op hoe we omgaan met ondersteuning, zorg en participatie.



Met name binnen de Jeugdwet en de Wmo 2015 (Wet maatschappelijke ondersteuning) heeft het verdrag een duidelijke richting gegeven.


Van zorg naar rechten



Waar ondersteuning vroeger vaak werd gezien als iets “wat je krijgt als je het nodig hebt”, legt het VN-verdrag de nadruk op rechten. Mensen met een beperking hebben niet alleen behoefte aan hulp, maar hebben recht op:



  • gelijke behandeling

  • toegankelijkheid

  • zelfstandigheid

  • deelname aan de samenleving


Dit betekent een fundamentele verschuiving: niet de beperking staat centraal, maar de samenleving die soms nog niet goed is ingericht.



Als rabbijn doet mij dit denken aan het idee van tzelem Elohiem — dat ieder mens geschapen is naar Gods beeld. Dat vraagt van ons dat we structuren bouwen waarin iedereen mee kan doen.



Wat betekent dit voor de Wmo 2015?



Binnen de Wmo 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor ondersteuning zodat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en meedoen in de samenleving.



Door het VN-verdrag betekent dit concreet:



  • Meer nadruk op inclusie: Gemeenten moeten niet alleen individuele hulp bieden, maar ook zorgen dat voorzieningen (zoals gebouwen, vervoer, informatie) toegankelijk zijn.

  • Eigen regie centraal: Mensen moeten zoveel mogelijk zelf keuzes kunnen maken over hun leven en ondersteuning.

  • Maatwerk is verplicht: Standaardoplossingen zijn niet genoeg; er moet gekeken worden naar de persoonlijke situatie.



De vraag die een gemeente zich moet stellen is niet: “Welke voorziening past in ons systeem?” maar: “Wat heeft deze persoon nodig om volwaardig mee te doen?”


Wat betekent dit voor de Jeugdwet?



De Jeugdwet richt zich op kinderen en jongeren die ondersteuning nodig hebben bij opgroeien en opvoeden.



Het VN-verdrag voegt hier een belangrijke laag aan toe:



  • Kinderen met een beperking hebben dezelfde rechten als andere kinderen

  • Zij moeten kunnen opgroeien in een inclusieve omgeving (bijvoorbeeld onderwijs, vrije tijd, sociale contacten)

  • Hun stem moet gehoord worden bij beslissingen die hen aangaan


In de praktijk betekent dit dat hulp niet alleen gericht is op “problemen oplossen”, maar ook op het versterken van deelname: kan dit kind meedoen op school? Kan het vriendjes maken? Voelt het zich gezien?



Een morele opdracht



Wetgeving kan richting geven, maar uiteindelijk gaat het om houding. Het VN-verdrag vraagt iets van ons allemaal: beleidsmakers, hulpverleners, ouders en buren.



In de Joodse traditie bestaat het begrip tikkoen olam — het herstellen van de wereld. Dat gebeurt niet in één grote daad, maar in kleine, dagelijkse keuzes. Bijvoorbeeld door iemand echt te betrekken, in plaats van alleen te helpen.



Resumé



Het VN-verdrag Handicap maakt duidelijk dat ondersteuning geen gunst is, maar een recht. Voor de Jeugdwet en de Wmo 2015 betekent dit een verschuiving van systemen naar mensen, van zorg naar gelijkwaardigheid.



De echte vraag is niet of we voldoen aan de regels, maar of we een samenleving bouwen waarin iedereen werkelijk mee kan doen.



En misschien is dat wel de kern van zowel recht als geloof: niet alleen zorgen vóór mensen, maar samen leven mét mensen.


zondag 21 december 2025

#ERKENNING #IS #GEEN #GUNST: #WAAROM #DE #REPUBLIEK #SURINAME #NIET #LANGER #WACHTEN #KAN #MET #DE #OFFICIËLE #ERKENNING #VAN #INHEEMSE #VOLKEREN.


De indiening van het wetsvoorstel tot officiële erkenning van inheemse volken als de #oorspronkelijke #bewoners van #Suriname bij de #Nationale #Assemblee markeert een historisch moment, dat op deze plaats aandacht verdient.
De Republiek Suriname viert in 2025 haar vijftig jarige zelfstandigheid, een jong land met – als alles goed gaat en de armoede wordt aangepakt door een alles omvattend economisch herstel – een veel belovende toekomst.
Toch is het vooral een moment dat laat zien hoe lang deze erkenning is uitgesteld. Dat Suriname in 2025 nog steeds moet debatteren over de vraag of de eerste bewoners van het land officieel erkend moeten worden, zegt veel over de manier waarop nationale identiteit en rechtsvorming tot nu toe zijn benaderd.
Het wetsvoorstel stelt ondubbelzinnig dat de aanwezigheid en de diepgewortelde verbondenheid van inheemse volken met het Surinaamse grondgebied een onlosmakelijk onderdeel vormen van de nationale identiteit en geschiedenis van de Republiek Suriname.
Deze formulering is meer dan symbolisch. Zij corrigeert een hardnekkige juridische en morele omissie die decennialang heeft bestaan binnen de Surinaamse rechtsorde.
Een hardnekkige blinde vlek
Suriname profileert zich graag als een multiculturele samenleving waarin diversiteit wordt gekoesterd.
Maar juist binnen dit narratief zijn inheemse volken structureel gemarginaliseerd. Terwijl hun aanwezigheid voorafgaat aan kolonisatie, slavernij en contractarbeid, ontbreekt in de nationale wetgeving een expliciete erkenning van hun status als oorspronkelijke bewoners.
Die afwezigheid is geen neutrale omissie; zij heeft concrete gevolgen gehad voor landrechten, zeggenschap over natuurlijke hulpbronnen en politieke participatie.
Het gelijkheidsbeginsel, zoals verankerd in de Surinaamse Grondwet, heeft in de praktijk onvoldoende bescherming geboden. Gelijkheid zonder erkenning van historische en culturele verschillen leidt niet tot rechtvaardigheid, maar tot juridisch formalisme.
Door iedereen gelijk te behandelen, terwijl niet iedereen vanuit een gelijke positie vertrekt, worden bestaande ongelijkheden juist bestendigd. Nu komt juist daarin verbetering.
Wat de Memorie van Toelichting terecht blootlegt
De Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel benoemt deze spanning expliciet. Zij erkent dat de Surinaamse rechtsorde onvoldoende rekening heeft gehouden met de collectieve dimensie van inheemse rechten.
Inheemse volken functioneren niet uitsluitend als individuele burgers, maar als gemeenschappen met een eigen sociale structuur, cultuur en relatie tot het land. Het negeren van deze collectiviteit heeft geleid tot structurele rechtsonzekerheid.
Belangrijk is dat de toelichting de erkenning niet framet als een concessie, maar als een noodzakelijke correctie. Het wetsvoorstel beoogt een normatief fundament te leggen waarop toekomstig beleid en wetgeving kunnen worden gebouwd.
Zonder deze erkenning blijven discussies over grondrechten, consultatie en ontwikkeling fragmentarisch en reactief.
Internationale verplichtingen: Suriname loopt achter
Suriname heeft zich gecommitteerd aan diverse internationale mensenrechtenverdragen die bescherming bieden aan inheemse volken. Op zichzelf een goede zaak.
Het land onderschrijft het principe van non-discriminatie, het recht op culturele identiteit en het recht op participatie in besluitvorming. Toch is de vertaalslag naar nationaal recht uitgebleven.
In andere landen is die stap wel gezet. Bolivia en Ecuador erkennen inheemse volken constitutioneel en hebben hun staatsmodel aangepast aan een meervoudige nationale identiteit.
Canada heeft, via grondwettelijke erkenning en jurisprudentie, consultatie en landrechten institutioneel verankerd. Deze voorbeelden tonen aan dat erkenning geen bedreiging vormt voor nationale eenheid, maar juist bijdraagt aan democratische legitimiteit en sociale stabiliteit.
Suriname kan zich niet blijven verschuilen achter het argument van complexiteit. Internationale normen zijn geen vrijblijvende idealen; zij scheppen verplichtingen. Het wetsvoorstel is dan ook geen radicale koerswijziging, maar een inhaalslag.
Erkenning als fundament, niet als eindpunt
Critici vrezen dat officiële erkenning zal leiden tot juridische onzekerheid of claims die de staat niet kan dragen. Deze vrees miskent dat erkenning juist duidelijkheid schept. Zonder een expliciet normatief kader blijven conflicten voortduren, vaak beslecht in internationale fora waar de staat steevast wordt teruggefloten.
Erkenning is bovendien geen eindpunt. Zij vormt het vertrekpunt voor zorgvuldig uitgewerkte wetgeving over landrechten, consultatie, ruimtelijke ordening en natuurlijke hulpbronnen. Het stelt de staat in staat om beleid te ontwikkelen dat niet alleen economisch efficiënt is, maar ook sociaal rechtvaardig en juridisch houdbaar.
Nationale identiteit herdenken
Misschien wel de belangrijkste implicatie van het wetsvoorstel ligt op het niveau van nationale identiteit. Door inheemse volken expliciet te erkennen als oorspronkelijke bewoners, erkent Suriname dat zijn geschiedenis niet begint bij koloniale bestuursstructuren, maar bij de gemeenschappen die het land al eeuwenlang vormgeven.
Dat vraagt om een herdefiniëring van wat het betekent om Surinamer te zijn. Niet als een statisch gegeven, maar als een gedeelde identiteit waarin meerdere historische lagen en perspectieven naast elkaar bestaan.
Een kwestie van politieke moed
De vraag is niet of Suriname klaar is voor deze erkenning, maar of de politieke wil aanwezig is om eindelijk verantwoordelijkheid te nemen voor een lang genegeerde realiteit. Het wetsvoorstel biedt De Nationale Assemblee de kans om niet alleen wetgeving te maken, maar geschiedenis te corrigeren.
Erkenning van inheemse volken is geen gunst en geen bedreiging. Het is een noodzakelijke stap richting een onafhankelijke Surinaamse rechtsstaat die zichzelf serieus neemt.
Het recente staatsbezoek van de Nederlandse vorst aan Suriname onderstreepte het grote belang dat beide landen hechten aan de hier besproken nieuwe Surinaamse wetgeving.

#EMERITAAT #VOOR #ZORG #PROFESSOR #DR. #HANS #SCHILDERMAN

#EMERITAAT #VOOR #ZORG #PROFESSOR #DR . #HANS #SCHILDERMAN Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN ® De seizoenen van het leven kunnen wor...