#ECLIPS. #EEN #MOMENT #KIJKEN #NAAR #DE #HEMEL
#ÉN #NAAR #ONS #ZELF.
#Rabbijn #Simon #Bornstein®
De #zonsverduistering
die deze week zichtbaar was, was voor velen een indrukwekkend #natuurverschijnsel.
De maan schoof voor de zon en gedurende enige tijd werd het daglicht merkbaar
minder. Voor de moderne wetenschap is dit een prachtig en nauwkeurig te
berekenen #astronomisch #fenomeen. Voor een Jood kan het echter ook aanleiding
zijn tot een andere vraag: wat betekent het wanneer wij zoiets aan de hemel aanschouwen,
en hoe hoort een Jood daar volgens de haloche en de woorden van Chazal op te
reageren?
In Maseches Soekkoh (29a) spreken Chazal over verduisteringen van de
hemellichten. De Gemore beschouwt een dergelijke gebeurtenis als een sieman,
een teken dat de mens tot nadenken moet brengen. Dit betekent niet dat een
zonsverduistering moet worden opgevat als een voorspelling van een concrete
ramp. Het Jodendom leert ons niet om naar de hemel te kijken om de toekomst te
voorspellen en kent geen plaats voor bijgelovige interpretaties. De bedoeling
van Chazal is eerder dat een ongewoon en indrukwekkend verschijnsel ons wakker
kan schudden. Wanneer de mens iets ziet dat zijn gewone ervaring overstijgt,
krijgt hij de mogelijkheid om even stil te staan en zichzelf af te vragen: waar
sta ik eigenlijk in mijn leven, hoe is mijn relatie met Hasjem en hoe gedraag
ik mij tegenover mijn medemens?
Halochisch gezien is er een belangrijke vraag: spreken wij een brooche uit bij
een zonsverduistering? Het antwoord is dat men over een zonsverduistering geen
speciale brooche zegt. Hoewel de haloche voor verschillende
natuurverschijnselen wel brooches kent, is voor een eclips geen vaste brooche
door Chazal ingesteld. Wij kunnen niet zelfstandig een nieuwe brooche
formuleren en de Naam van Hasjem uitspreken omdat wij iets indrukwekkends zien.
Juist bij brooches geldt grote voorzichtigheid. Daarom is de juiste halochische
houding om geen brooche over de eclips zelf te zeggen.
Dat betekent echter niet dat wij er als Joden onverschillig naar moeten kijken.
Integendeel. Misschien ligt hier juist een belangrijke les. De wetenschap kan
ons precies uitleggen hoe een zonsverduistering ontstaat. De maan beweegt om de
aarde, de aarde beweegt om de zon en wanneer de hemellichamen zich op de juiste
wijze ten opzichte van elkaar bevinden, valt de schaduw van de maan op de
aarde. Dat wij begrijpen hoe dit werkt, maakt het vanuit Joods perspectief niet
minder indrukwekkend. Integendeel: hoe meer wij de orde, precisie en
complexiteit van de Schepping begrijpen, hoe groter onze verwondering over de
Schepper kan worden.
De Tauroh vraagt ons niet om wetenschap te vrezen. Zij vraagt ons om de kennis
die wij hebben op de juiste manier te gebruiken. Wij kunnen weten hoe regen
ontstaat en toch Hasjem danken voor de regen. Wij kunnen begrijpen hoe de zon
en de maan bewegen en toch stilstaan bij de grootheid van Degene die deze
wereld heeft geschapen en haar volgens vaste wetten laat functioneren.
Een zonsverduistering kan daarom een moment worden van chesjben hanefesj.
Niet omdat wij bang moeten zijn voor wat er zal gebeuren, maar omdat wij
onszelf mogen afvragen wat er in ons eigen leven moet veranderen. Misschien is
er iemand die wij hebben gekwetst en aan wie wij vergeving moeten vragen.
Misschien zijn onze gebeden oppervlakkig geworden. Misschien nemen wij onze
verplichtingen tegenover anderen niet serieus genoeg. Misschien hebben wij ons
te veel laten meeslepen door de dagelijkse drukte en te weinig tijd genomen om
stil te staan bij onze relatie met Hasjem.
Chazal willen ons wakker maken. De hemel laat ons zien dat wij niet de baas
zijn over het universum. Wij kunnen berekenen wanneer een eclips zal
plaatsvinden, wij kunnen haar met grote nauwkeurigheid voorspellen en wij
kunnen haar wetenschappelijk verklaren, maar wij hebben de hemel niet
geschapen. Wij leven in een wereld die groter is dan wijzelf. Dat besef kan een
mens nederig maken.
Er is
bovendien een mooie gedachte verborgen in het beeld van een zonsverduistering.
Tijdens een eclips lijkt het alsof het licht van de zon verdwijnt. Maar de zon
is niet verdwenen. Zij wordt slechts tijdelijk aan ons zicht onttrokken. Ook in
het geestelijke leven kan een mens momenten ervaren waarop het licht verborgen
lijkt. Soms begrijpt hij niet waarom bepaalde dingen gebeuren. Soms voelt hij
zich ver van Hasjem. Soms lijkt het alsof er geen duidelijkheid is. Maar het
feit dat wij het licht niet zien, betekent niet dat het licht er niet is.
De zon blijft schijnen, ook wanneer wij haar tijdelijk niet kunnen zien. Zo
kunnen ook emoene en bitochaun blijven bestaan wanneer een mens tijdelijk geen
helderheid ervaart.
Daarom is de juiste Joodse reactie op een zonsverduistering geen paniek en geen
bijgeloof. Het is verwondering, nederigheid en zelfonderzoek. Wij zeggen geen
speciale brooche over de eclips, maar wij kunnen wel onze handen vouwen voor
een tefilloh, een hoofdstuk Tehielliem zeggen of eenvoudigweg enkele minuten in
stilte nadenken. Wij kunnen onszelf de vraag stellen: wat kan ik vanaf vandaag
beter doen?
Misschien is dat uiteindelijk de diepste boodschap van de verduistering.
Wanneer het licht aan de hemel tijdelijk wordt bedekt, worden wij eraan
herinnerd hoe afhankelijk wij zijn van licht dat wij zelf niet kunnen maken. En
juist op zo'n moment kunnen wij opnieuw leren waarderen wat wij iedere gewone
dag als vanzelfsprekend beschouwen.
Een eclips duurt enkele minuten of uren. De spirituele les hoeft echter niet te
verdwijnen zodra de zon weer volledig zichtbaar is. Wanneer wij na afloop naar
huis gaan, zouden wij niet alleen moeten denken: wat was dat mooi om te
zien? Wij zouden ook moeten vragen: wat heb ik ervan geleerd?
Kijk naar de hemel, maar kijk daarna ook naar jezelf. Laat de zonsverduistering
geen angst achterlaten, maar bewustwording. Geen bijgeloof, maar emoene. Geen
voorspelling van rampspoed, maar een uitnodiging tot tesjoewe. Want soms wordt
het licht aan de hemel tijdelijk bedekt om ons eraan te herinneren dat wij zelf
verantwoordelijk zijn om het licht van Tauroh, chesed en geloof in onze eigen
omgeving zichtbaar te maken.
Niet alles wat verborgen is, is verdwenen. En wanneer het licht terugkeert, is
de vraag niet alleen of wij het weer kunnen zien, maar ook of wij zelf
veranderd zijn.






