dinsdag 1 september 2026

#WANNEER #WAARHEID #WANKELT: #EEN #RABBIJNSE #DIALOOG #MET #KLAUS #OSCHEMA #OVER #EPISTEMISCHE #ONZEKERHEID.


 

Wanneer waarheid wankelt: een rabbijnse dialoog met Klaus Oschema over epistemische onzekerheid



Klaus Oschema is een van de belangrijkste hedendaagse Duitse mediëvisten op het gebied van de laatmiddeleeuwse cultuur-, kennis- en ideeëngeschiedenis. Sinds september 2023 is hij directeur van het #Deutsches #Historisches #Institut #Paris. Daarnaast is hij (tijdelijk met verlof) hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis aan de Ruhr-Universität Bochum.



Zijn onderzoek onderscheidt zich doordat hij de Middeleeuwen niet ziet als een statische wereld van vaste waarheden, maar als een samenleving waarin mensen voortdurend onderhandelden over kennis, gezag, waarheid en sociale orde. Hij combineert klassieke politieke geschiedenis met cultuurgeschiedenis, kennisgeschiedenis en historische antropologie.


Oschema sluit aan bij aan bij denkers als: Michel de Certeau (geschiedschrijving als praktijk), Paul Ricoeur (herinnering, geschiedenis en narratief), Reinhart Koselleck (begripsgeschiedenis), Hayden White (de narratieve structuur van geschiedenis).

Oschema is echter minder postmodern dan Hayden White. Hij ontkent niet dat historische waarheid bestaat; hij onderzoekt vooral hoe mensen tot overtuigingen over waarheid komen en welke procedures die overtuigingen geloofwaardig maken.


Het wetenschapprlijk debat rond het thema "Wanneer de waarheid wankelt. Epistemische onzekerheid in de Duitse en Franse Hisstoriografie van de late Middeleeuwen" confronteert de ons met een vraag die even oud is als de menselijke beschaving: hoe spreken wij waarheidsgetrouw over een verleden dat wij nooit rechtstreeks kunnen waarnemen?



#Klaus #Oschema laat overtuigend zien dat laatmiddeleeuwse Duitse en Franse kroniekschrijvers zich veel bewuster waren van de kwetsbaarheid van historische kennis dan lange tijd werd aangenomen. Hun geschiedschrijving was geen naïeve registratie van feiten, maar een voortdurende afweging van getuigenissen, autoriteiten, herinneringen en interpretaties. Waarheid was geen vanzelfsprekend bezit, maar een intellectuele opgave.


Als rabbijn herken ik in deze analyse onmiddellijk een fundamenteel kenmerk van de halachische traditie. Ook de rabbijnen hebben zich eeuwenlang beziggehouden met de vraag hoe de mens betrouwbare kennis kan verkrijgen wanneer hij slechts beschikt over fragmenten van de werkelijkheid. 


Toch zou ik Oschema op een belangrijk punt willen aanvullen. De halloche deelt zijn aandacht voor de menselijke beperktheid, maar zij weigert waarheid te reduceren tot het resultaat van sociale of discursieve processen. Integendeel: juist omdat waarheid bestaat en de mens haar nooit volledig bezit, is een gedisciplineerde methode van interpretatie noodzakelijk.


Waarheid als verbond


In de Joodse traditie is waarheid (emmes) niet in de eerste plaats een epistemologisch begrip, maar een eigenschap van God zelf. De profeet Jeremia noemt de Eeuwige "Adonai Elauhiem emmes" (Jeremia 10:10), en de Babylonische Talmoed (Sjabbes 55a) spreekt over waarheid als het "zegel van de Heilige, gezegend zij Hij". 


Waarheid is daarom geen menselijke constructie, maar een werkelijkheid waaraan de mens zich dient te conformeren.


Dat verklaart ook het opmerkelijke gebod uit Exodus 23:7:


Miedvor sjeker tirchok — "Houd afstand van onwaarheid."

 

De Tauroh verbiedt niet slechts de leugen; zij gebiedt afstand te bewaren van iedere situatie waarin waarheid wordt vertroebeld. De rabbijnen zagen hierin een uitzonderlijk breed ethisch beginsel. Niet alleen wat wij zeggen, maar ook hoe wij onderzoeken, argumenteren en oordelen, behoort onder het gebod van de waarheid te staan.


Daarmee ontstaat onmiddellijk een verbinding met Oschema. Ook zijn analyse maakt duidelijk dat waarheid niet ontstaat zonder methodische discipline. Toch blijft het verschil fundamenteel. Voor de halloche is discipline niet de bron van waarheid, maar de voorwaarde om haar zo goed mogelijk te benaderen.


De Talmoed als school van epistemische bescheidenheid


Wie de Babylonische Talmoed openslaat, ontdekt geen verzameling onbetwistbare zekerheden. Vrijwel iedere bladzijde bestaat uit debat, kritiek, alternatieve interpretaties en correcties. Dat is geen teken van onzekerheid in negatieve zin, maar een erkenning van de beperktheid van menselijke kennis.


De beroemde uitspraak uit Eroevien 13b luidt:


Eiloe ve-eiloe divrei Eilauhiem chajiem — "Deze én gene zijn woorden van de levende God."

 

Vaak wordt deze passage aangehaald alsof de Talmoed alle waarheidsclaims relativeert. Dat is echter een moderne projectie. De Talmoed zegt niet dat iedere interpretatie waar is, maar dat meerdere zorgvuldig beargumenteerde interpretaties kunnen deelnemen aan dezelfde zoektocht naar de goddelijke waarheid. Uiteindelijk moet de halloche echter één normatieve beslissing nemen.


Dit onderscheid tussen interpretatieve pluraliteit en normatieve verantwoordelijkheid verdient ook aandacht binnen de historiografie. Historici beschikken vaak over meerdere plausibele lezingen van dezelfde bron. Dat betekent niet dat alle interpretaties gelijkwaardig zijn, maar dat waarheid slechts toegankelijk wordt via een kritisch proces van argumentatie.


Getuigen en de grenzen van kennis


Opvallend is hoe sterk de rabbijnse rechtsleer de betrouwbaarheid van menselijke kennis problematiseert. In Misjne Sanhedrin en de daarop gebaseerde Talmoedische discussies worden getuigen uitvoerig ondervraagd. 


Tegenstrijdigheden, hoe klein ook, kunnen een getuigenverklaring ondermijnen. De rechters worden voortdurend herinnerd aan de mogelijkheid van dwaling.


Misjne Sanhedrin 4:5 leert dat wie één mens ten onrechte veroordeelt, handelt alsof hij een hele wereld vernietigt. Achter deze uitspraak schuilt een diep epistemologisch besef: menselijke kennis is feilbaar, en juist daarom moet het onderzoek uiterst zorgvuldig zijn.


Hier ontmoet de halloche Oschema opnieuw. Ook de laatmiddeleeuwse kroniekschrijvers die hij onderzoekt, beseffen dat getuigenissen niet vanzelf betrouwbaar zijn. Historische waarheid vraagt om bronkritiek, vergelijking en voortdurende reflectie op de positie van de auteur.


"De Tauroh is niet in de hemel"


Het meest intrigerende rabbijnse antwoord op epistemische onzekerheid vinden wij wellicht in het beroemde verhaal van de "Oven van Achnai" (Bava Metzia 59b).


Rabbi Eliëzer verdedigt zijn hallochische standpunt met wonderen. Zelfs een hemelse stem verklaart dat hij gelijk heeft. Toch antwoorden de overige rabbijnen:


Lau ba-shomojiem hie — "De Tauroh is niet in de hemel."

 

Deze uitspraak wordt soms voorgesteld als een overwinning van democratie op openbaring. Dat is een misverstand. De rabbijnen ontkennen de waarheid van de hemelse stem niet; zij stellen dat God de verantwoordelijkheid voor halachische besluitvorming aan mensen heeft toevertrouwd. 


De waarheid wordt niet gecreëerd door de meerderheid, maar de gemeenschap draagt de verantwoordelijkheid om volgens vaste hermeneutische regels tot een beslissing te komen.


Juist hier zou ik Oschema willen uitdagen. Zijn analyse laat overtuigend zien hoe historische waarheidsclaims sociaal worden gelegitimeerd. De halloche voegt daaraan echter een tweede dimensie toe: legitimiteit is niet voldoende. Interpretatie blijft gericht op een waarheid die de gemeenschap overstijgt.


Dat onderscheid tussen ontologische waarheid en epistemische legitimatie lijkt mij essentieel. Zonder dat onderscheid dreigt waarheid uiteindelijk samen te vallen met de mechanismen die haar gezag verlenen.


Maimonides: waarheid boven autoriteit


Maimonides verdiept deze gedachte in de Gids der Verdoolden. Menselijke kennis is noodzakelijk begrensd; alleen God kent de werkelijkheid onmiddellijk. De mens kent haar slechts via waarneming, redenering en interpretatie.


Daarom schrijft Maimonides dat men de waarheid moet aanvaarden, ongeacht wie haar uitspreekt. Autoriteit is belangrijk, maar nooit absoluut. Argumenten moeten worden beoordeeld op hun inhoud.


Deze intellectuele houding sluit verrassend goed aan bij de methode van de historicus. Ook historici behoren bronnen niet te geloven vanwege hun prestige, maar vanwege hun betrouwbaarheid, hun onderlinge samenhang en hun verklarende kracht.


Soloveitchik en de normatieve werkelijkheid


Rabbijn Joseph B. Soloveitchik gaat nog een stap verder. In Halakhic Man beschrijft hij de hallochische geleerde niet als een passieve waarnemer van de werkelijkheid, maar als iemand die de werkelijkheid interpreteert binnen een normatief raamwerk dat door de Tauroh wordt gevormd.


Ook hier ontstaat een vruchtbare vergelijking met Oschema. Beiden wijzen een eenvoudig positivisme af. Beiden erkennen dat interpretatie onvermijdelijk is. 


Maar waar Oschema laat zien hoe historische waarheid binnen sociale praktijken wordt gelegitimeerd, blijft Soloveitchik vasthouden aan een transcendente waarheid die door interpretatie wordt gezocht, niet geproduceerd.


Dat verschil is meer dan een religieuze nuance. Het raakt de kern van iedere epistemologie. Is waarheid uiteindelijk een eigenschap van de werkelijkheid, of van onze procedures?


Een rabbijnse vraag aan de historicus


Het werk van Klaus Oschema verdient grote waardering omdat het de complexiteit van laatmiddeleeuwse historiografie zichtbaar maakt. Zijn analyse bevrijdt ons van het misverstand dat middeleeuwse auteurs naïeve verzamelaars van feiten waren. Zij waren zich juist scherp bewust van de onzekerheid die iedere historische reconstructie begeleidt.


Toch blijft voor mij als rabbijn één vraag open.


Als waarheid volledig afhankelijk wordt van de discursieve processen waarmee zij wordt gelegitimeerd, op grond waarvan kunnen wij dan nog onderscheid maken tussen een verantwoord historisch oordeel en een overtuigende, maar uiteindelijk misleidende constructie?


De hallochische traditie zou antwoorden dat juist de erkenning van menselijke beperktheid vraagt om een objectieve oriëntatie op waarheid. Omdat niemand de waarheid volledig bezit, zijn wij gebonden aan methodische discipline, kritische dialoog, intellectuele nederigheid en de bereidheid onszelf voortdurend te laten corrigeren.


Misschien is dat uiteindelijk de diepste les die de Talmoed en de laatmiddeleeuwse historiografie met elkaar delen. Niet dat waarheid onbereikbaar is, maar dat zij nooit zonder verantwoordelijkheid kan worden gezocht. 


Waarheid wankelt niet omdat zij zelf instabiel is, maar omdat de mens haar slechts benadert met de beperkte middelen van taal, herinnering en interpretatie. Juist daarom blijft de zoektocht naar emmes zowel een wetenschappelijke als een religieuze roeping.

maandag 31 augustus 2026

#IN #MEMORIAM. #PARDES #DOCENT #RABBIJN #DR. #LEO #MOCK

 



#IN #MEMORIAM. #PARDES #DOCENT #RABBIJN #DR. #LEO #MOCK

Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®

Op 31 augustus 2023 overleed onverwacht mijn collega Rabbijn Dr. Leo Mock, op de leeftijd van 55 jaar. Met zijn overlijden verloor de Nederlandse Joodse gemeenschap niet alleen een erudiete geleerde en docent, maar ook een bijzondere bemiddelaar tussen de academische bestudering van het Jodendom, de levende Joodse traditie en de bredere interreligieuze dialoog.

Zijn intellectuele en educatieve werkzaamheid werd gekenmerkt door een opmerkelijke combinatie van talmoedische geleerdheid, historische belangstelling, maatschappelijke betrokkenheid en een open houding tegenover andere religieuze en levensbeschouwelijke tradities.

Levensloop en intellectuele vorming

Leo Mock werd in 1968 geboren. Zijn intellectuele vorming vond plaats op het snijvlak van traditionele Joodse geleerdheid en de moderne academische wetenschap. Hij volgde in Israël een opleiding aan een jesjiwa, een talmoedhogeschool, en studeerde vervolgens Joodse Geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit in Ramat Gan. Daarnaast studeerde hij Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Deze combinatie van traditionele en academische vorming zou bepalend blijven voor zijn latere werk.

Mock behoorde daarmee tot een generatie Joodse geleerden voor wie de spanning tussen traditionele bronnenkennis en moderne wetenschappelijke methoden niet noodzakelijk een tegenstelling vormde. Integendeel: juist de wisselwerking tussen beide perspectieven bood volgens zijn werk mogelijkheden om het Jodendom in zijn historische, religieuze en maatschappelijke complexiteit te verstaan.

Van 1999 tot 2010 doceerde Mock Rabbinica aan de vakgroep Hebreeuws van de Universiteit van Amsterdam. In zijn onderwijs stonden onder meer Misjna, Talmoed en Midrasj centraal. Later was hij als docent Judaica verbonden aan Tilburg University. Ook bij het Joods Educatief Centrum Crescas speelde hij gedurende vele jaren een belangrijke rol als docent, cursusleider en auteur. Zijn onderwijs was niet uitsluitend gericht op kennisoverdracht. Het leren met en aan de Joodse bronnen — het lernen — vormde een wezenlijk onderdeel van zijn pedagogische praktijk.

Wetenschappelijk werk

Een belangrijk hoogtepunt in Mocks academische loopbaan was zijn promotie aan Tilburg University in december 2015. Hij promoveerde cum laude op een onderzoek naar het begrip Roeah Rangah in de rabbijnse responsaliteratuur van na 1945. Zijn proefschrift onderzocht de verhouding tussen kennis over de fysieke wereld en traditionele Joodse kennis. Daarmee betrad Mock een onderzoeksgebied waarin religieuze traditie, geschiedenis, antropologie, magie en rationaliteit elkaar raken.

Zijn onderzoek naar Roeach Rangah illustreert kenmerkend zijn wetenschappelijke benadering. Een ogenschijnlijk marginaal onderwerp — de notie van een schadelijke of kwade geest en de daarmee verbonden rituele praktijken — werd door hem verbonden met bredere vragen over religieuze kennis, lichamelijkheid, gender, hiërarchie, mystiek en wereldbeschouwing. Zijn studie liet daarmee zien dat traditionele religieuze concepten niet geïsoleerd moeten worden beschouwd, maar deel uitmaken van complexe systemen van betekenisgeving.

Zijn belangstelling voor magie en religieuze voorstellingen kwam ook naar voren in zijn bredere publicistische werk. Hij wist dergelijke thema's steeds te benaderen zonder ze vanuit een modern rationalistisch perspectief eenvoudigweg als achterhaald bijgeloof terzijde te schuiven. Juist de vraag hoe mensen binnen verschillende historische en religieuze contexten werkelijkheid begrijpen, stond centraal in zijn benadering.

Leo Mock en Stichting PaRDeS

Een bijzondere plaats in Mocks intellectuele en maatschappelijke werkzaamheid werd ingenomen door Stichting PaRDeS. Hij raakte al vroeg betrokken bij de kring rond de Folkertsma Stichting voor Talmudica, die later zou uitgroeien tot PaRDeS. Binnen deze stichting werd hij mijn collega en een vaste medewerker en speelde hij gedurende vele jaren een belangrijke rol in de ontwikkeling van het tijdschrift Tenachon. Volgens een in memoriam van Tilburg University droeg hij ongeveer twintig jaar aan het tijdschrift bij, met bijdragen over zeer uiteenlopende onderwerpen, waaronder grenzen, dialoog en mystiek.

De betekenis van zijn betrokkenheid bij PaRDeS moet worden begrepen tegen de achtergrond van de doelstelling van de stichting: het toegankelijk maken van Joodse bronnen voor een breed Joods en christelijk publiek en het bevorderen van interreligieuze dialoog. In die context was Mock meer dan een deskundige die kennis over Joodse bronnen overdroeg. Hij vertegenwoordigde een vorm van geleerdheid waarin studie, interpretatie en ontmoeting nauw met elkaar verbonden waren.

Ook in latere activiteiten van PaRDeS is deze lijn zichtbaar. In 2021 werd Leo Mock genoemd als bestuurslid van de stichting en leverde hij samen met Rasit Bal een bijdrage aan een publicatie over menselijke waardigheid en mensenrechten. De wijze waarop PaRDeS haar activiteiten omschreef — dialogisch spreken, denken en handelen, met erkenning van de gelijkwaardigheid van de ander en aandacht voor verschillen — sluit nauw aan bij het intellectuele en maatschappelijke profiel dat Mock gedurende zijn leven ontwikkelde.

Onderwijs als vorm van geleerdheid

Wie Mocks academische betekenis uitsluitend afmeet aan zijn publicaties of promotieonderzoek, doet hem uiteindelijk tekort. Een aanzienlijk deel van zijn intellectuele invloed lag in zijn onderwijs. Zowel aan de Universiteit van Amsterdam en Tilburg University als bij Crescas bracht hij generaties studenten en cursisten in aanraking met de rijkdom en complexiteit van de Joodse bronnen.

Crescas typeerde hem als een docent met een uitzonderlijk brede kennis, die zijn onderwerpen met humor, scherpte en betrokkenheid wist te behandelen. Zijn lessen verbonden Tenach, rabbijnse literatuur en Joodse geschiedenis met actuele maatschappelijke vragen. Daarmee maakte hij duidelijk dat de bestudering van Joodse bronnen niet slechts een historische activiteit is, maar ook een vorm van kritisch denken over het heden.

Deze pedagogische dimensie vormt wellicht een van de meest duurzame aspecten van zijn nalatenschap. Mock was een geleerde die zijn kennis niet afschermde binnen een specialistische academische omgeving. Hij bracht haar naar universiteiten, leerhuizen, cursussen, tijdschriften en publieke debatten. De academische studie van het Jodendom kreeg bij hem daardoor een uitgesproken publieke en educatieve betekenis.

Een geleerde tussen tradities

Een terugkerend motief in herinneringen aan Leo Mock is zijn vermogen om verbindingen te leggen. Tilburg University typeerde hem als een bruggenbouwer tussen Jodendom en christendom, maar ook tussen orthodoxe en liberale Joodse werelden. Deze typering is meer dan een persoonlijke kwalificatie. Zij raakt aan een wezenlijk aspect van zijn intellectuele methode.

Mock stond stevig in de orthodox-Joodse traditie, maar zijn betrokkenheid bij die traditie leidde niet tot intellectuele afsluiting. Integendeel, vanuit een sterke eigen positie was hij in staat het gesprek met andere tradities aan te gaan. Zijn deelname aan Joods-christelijke dialoog en zijn betrokkenheid bij interreligieuze initiatieven getuigen daarvan. Zijn uitgangspunt was niet het opheffen van verschillen, maar het serieus nemen ervan als voorwaarde voor een betekenisvolle ontmoeting.

Daarin ligt ook een belangrijke academische betekenis van zijn werk. Het Jodendom was voor Mock geen object dat uitsluitend van buitenaf bestudeerd moest worden. De levende traditie vormde tegelijkertijd bron, gesprekspartner en interpretatiekader. Zijn werk laat zien dat wetenschappelijke distantie en religieuze betrokkenheid niet noodzakelijk elkaars tegenpolen zijn, mits beide kritisch en zorgvuldig worden gehanteerd.

Nalatenschap

Leo Mock heeft een veelzijdig intellectueel oeuvre nagelaten, waarin wetenschappelijke studie, onderwijs, journalistieke en publieke bijdragen en interreligieuze betrokkenheid samenkomen. Zijn publicaties omvatten onder meer werken over dialoog, Joodse bronnen en religieuze traditie. Zijn betrokkenheid bij Tenachon, zijn honderden bijdragen en columns, zijn onderwijs aan verschillende instellingen en zijn werkzaamheden binnen PaRDeS en andere organisaties maakten hem tot een herkenbare en invloedrijke stem binnen de Nederlandse Joodse studie en het bredere levensbeschouwelijke veld.

Zijn overlijden markeert daarom niet alleen het einde van een persoonlijk leven, maar ook het wegvallen van een bijzondere intellectuele positie. Mock belichaamde een vorm van geleerdheid waarin traditionele kennis, historische kritiek, academisch onderzoek en maatschappelijke dialoog elkaar konden versterken. Zijn bijdrage lag juist in die verbindingen.

Voor Stichting PaRDeS is zijn nalatenschap in het bijzonder verbonden met het lernen: het gezamenlijk en voortdurend opnieuw bestuderen van Joodse bronnen, niet als afgesloten erfgoed, maar als levende teksten die nieuwe vragen kunnen oproepen. In dat opzicht blijft Leo Mock aanwezig in de traditie die hij mede heeft helpen vormgeven.

Zijn herinnering behoort daarmee niet alleen toe aan zijn familie, vrienden, leerlingen en collega's, maar ook aan allen die door zijn onderwijs en geschriften met de Joodse traditie in gesprek zijn geraakt. Zijn intellectuele erfenis bestaat uiteindelijk uit een uitnodiging om te blijven studeren, vragen te blijven stellen en verschillen niet als obstakels, maar als mogelijkheden tot werkelijk gesprek te beschouwen.

Ziechrauno lievrocho — moge zijn nagedachtenis tot zegen zijn.

#FEESTELIJKE #OPENING #VAN #DE #PARDES #BIBLIOTHEEK #IN #HEEMSTEDE

 


Feestelijke opening van de Pardes-bibliotheek in Heemstede

Heemstede – In een warme en intellectueel open sfeer is in Heemstede de bibliotheek van Pardes feestelijk geopend. De bijeenkomst bracht mensen samen die zich verbonden voelen met joodse studie, traditie, cultuur en het gesprek daarover. De middag werd gekenmerkt door inspirerende bijdragen, persoonlijke herinneringen, rondleidingen en volop gelegenheid tot ontmoeting.

De bijeenkomst werd voorgezeten door Bas van den Berg, die de aanwezigen welkom heette en stilstond bij de betekenis van de nieuwe bibliotheek. Een bibliotheek is immers meer dan een verzameling boeken: het is een plaats waar kennis wordt bewaard, maar vooral ook waar kennis kan worden gedeeld en nieuwe ideeën kunnen ontstaan.

Vervolgens sprak Ruben Boas, voorzitter van het Nederlands-Israëlitische Gemeente (NIG). Hij benadrukte het belang van studie en ontmoeting binnen het joodse leven en de waarde van initiatieven die ruimte bieden voor verdieping en dialoog.

Herinnering aan Yehuda Aschkenazy


Een bijzonder en persoonlijk moment was de bijdrage van de dochter van prof. dr. rabbijn Yehuda Aschkenazy. Haar aanwezigheid gaf de bijeenkomst een bijzondere historische dimensie. Zij bracht herinneringen en verhalen mee over haar vader en zijn betekenis voor de joodse studie.

Daarmee werd ook de verbinding tussen verleden en toekomst zichtbaar. Het gedachtegoed van eerdere generaties blijft voortleven wanneer nieuwe generaties zich opnieuw met teksten, ideeën en tradities verbinden.


Rondleiding door de bibliotheek

Een belangrijk onderdeel van het programma waren de rondleidingen door de bibliotheek. Prof. dr. Marcel Poorthuis en rabbijn Simon Bornstein namen de aanwezigen mee langs de collectie en vertelden over de betekenis van de boeken en de mogelijkheden die de bibliotheek biedt.

De bezoekers kregen zo niet alleen een indruk van de collectie, maar ook van de brede wereld die daarachter schuilgaat. Joodse geschiedenis, religie, filosofie en cultuur komen samen in een collectie die uitnodigt tot lezen, onderzoek en gesprek.

De rondleidingen zorgden voor veel belangstelling en vragen. Daarmee werd meteen zichtbaar hoezeer een bibliotheek als deze kan functioneren als een levende ontmoetingsplek.

Tijd voor ontmoeting

Na het inhoudelijke programma was er gelegenheid om onder het genot van hapjes en een borrel verder met elkaar in gesprek te gaan. Bezoekers wisselden ervaringen en ideeën uit en konden elkaar in een informele sfeer beter leren kennen.

Die combinatie van inhoudelijke verdieping en persoonlijke ontmoeting was kenmerkend voor de hele middag. Er was ruimte voor studie en serieuze gesprekken, maar ook voor gezelligheid en ontmoeting.


Een inspirerende afsluiting

De bijeenkomst werd afgesloten met twee bijzondere sprekers. De heer Vogel, namens het Mussar Institute Europe, sprak over de betekenis van Mussar en de ontwikkeling van de mens als moreel en spiritueel individu.

Daarna nam rabbijn Jacob de Leeuwe, talmoedist, het woord. Zijn bijdrage vormde een passende intellectuele afsluiting van de middag en onderstreepte het belang van vragen stellen, interpreteren en blijven leren.


Een nieuwe plek voor studie en dialoog

De opening van de Pardes-bibliotheek liet zien dat deze nieuwe plek meer wil zijn dan een bibliotheek alleen. Het is een plaats voor studie, ontmoeting, gesprek en verdieping.

De verschillende bijdragen – van Bas van den Berg en Ruben Boas tot de dochter van Yehuda Aschkenazy, Marcel Poorthuis, Simon Bornstein, de heer Vogel en rabbijn Jacob de Leeuwe – gaven de middag een veelzijdig karakter.

Wat vooral bleef hangen, was de warme en gastvrije sfeer, gecombineerd met een grote intellectuele nieuwsgierigheid. De Pardes-bibliotheek heeft daarmee een veelbelovende start gemaakt als plek waar mensen samenkomen rond boeken, ideeën en de rijke traditie van het joodse denken.

vrijdag 28 augustus 2026

#DE #PARSJE #VAN #DE #WEEK: #KIE #TOWAU


Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®

Parsje Kie Towau. Deze parsje in Deworiem begint met een prachtig ritueel: het brengen van de eerstelingen (biekoeriem) naar de Beis Hamikdesj in Jeroesjolojiem.

De boer spreekt dan een bekende tekst uit: “Een Arameeër wilde mijn vader ombrengen...” Hiermee drukken wij Joden uit dat ons succes en onze vrijheid nooit vanzelfsprekend zijn, maar voortkomen uit onze gezamenlijke geschiedenis en Gods leiding.


Vervolgens behandelt de parsje de wetten van de tienden (mangeser) en volgt er een intens en dramatisch gedeelte: de zegeningen op de berg Gerieziem en de vervloekingen op de berg Ebal.


Dit herinnert ons eraan dat keuzes in het leven morele gevolgen hebben. We staan als gemeenschap voor een fundamentele optie tussen leven en dood, zegening en vloek.


In deze context stuiten we op een diepgaande les over het begrip tsaddiek  (rechtvaardige). Rabbijn Dr. Albert Lewkowitz waarschuwde treffend tegen de metafoor van de tsaddiek in een bontmantel.


Wanneer het winterskoud is, kun je op twee manieren warm worden: je kunt een haardvuur aansteken zodat iedereen in de kamer zich warmt, of je kunt alleen jezelf in een dure bontmantel kleden.


Ware gerechtigheid in het jodendom is nooit exclusief of egoïstisch. Jouw spirituele warmte, goedheid en daden van tsedoke (rechtvaardigheid) moeten altijd uitstralen naar de maatschappij om je heen.


Elk mens draagt de innerlijke potentie in zich om een tsaddiek te zijn. Terwijl we ons opmaken voor een nieuw jaar aanstonds, is dit het moment om te bedenken hoe wij onze gaven kunnen inzetten. Mogen we gezegend zijn in de stad en op het veld, en net zo puur en zuiver deze wereld verlaten als we erin zijn gekomen.


Goed Sjabbes!


woensdag 26 augustus 2026

#WAARHEID #ALS #VOORTDUREND #PROCES, #EEN #HALLOCHISCHE #REFLECTIE


#WAARHEID #ALS #VOORTDUREND #PROCES, #EEN #HALLOCHISCHE #REFLECTIE

Inleiding: de zoektocht naar waarheid als religieuze opdracht
Wetenschappers stellen een vraag die niet alleen historici, filosofen en cultuurwetenschappers bezighoudt, maar ook diep geworteld is in de Joodse traditie: wat betekent het dat waarheid niet slechts een vaststaand gegeven is, maar een proces van voortbrenging, bevestiging en overdracht?
Vanuit hallochisch perspectief is deze vraag bijzonder betekenisvol. Het Jodendom kent waarheid (emmes) als een eigenschap van de Eeuwige zelf: „Want alle wegen van de Eeuwige zijn rechtvaardig; een God van waarheid (Eil emoenoh)“ (Deworiem/ Deuteronomium 32:4).
De waarheid heeft dus haar oorsprong niet in de mens, maar in God. Tegelijkertijd heeft de mens de heilige opdracht gekregen om deze waarheid te zoeken, te interpreteren en zichtbaar te maken binnen de werkelijkheid van het dagelijks leven.
De halloche laat zien dat waarheid geen statisch object is dat eenvoudigweg wordt opgeslagen. Zij is een levende traditie die door generaties heen wordt bestudeerd, besproken en toegepast.

De waarheid van de Touroh: gegeven en voortdurend ontsloten

De Joodse traditie maakt onderscheid tussen de oorsprong van waarheid en de menselijke toegang daartoe. De Touro is volgens de rabbijnse visie een goddelijke openbaring, maar haar betekenis ontvouwt zich door menselijke studie.

De Talmoed leert:

„Zij is niet in de hemel“ (Lau basjomiem hie) (Bava Metzia 59b, gebaseerd op Deworiem/ Deuteronomium 30:12).
De rabbijnen begrijpen deze uitspraak niet als een ontkenning van de goddelijke oorsprong van de Touroh maar als een bevestiging van menselijke verantwoordelijkheid. God heeft de interpretatie van Zijn Woord toevertrouwd aan de gemeenschap van Israël.

Daarom is Touroh sje-begal peih — de Mondelinge Touroh — geen afwijking van de geschreven openbaring, maar de wijze waarop die openbaring historisch en praktisch wordt gerealiseerd.

Waarheid wordt in de halloche niet geproduceerd in de zin dat mensen haar willekeurig creëren. Zij wordt onthuld door een proces van studie, argumentatie en toepassing.

Machlaukes: verschil van mening als instrument van waarheid
Een opvallend kenmerk van de rabbijnse traditie is dat waarheid vaak ontstaat binnen discussie.

De Talmoed bewaart duizenden meningsverschillen tussen geleerden. De discussies tussen Hillel en Sjammai vormen hiervan een klassiek voorbeeld.

Hoewel de halloche meestal de opvatting van Hillel volgt, worden de woorden van Sjammai niet verwijderd. De Talmoed zegt zelfs:

„Deze en die zijn de woorden van de levende God“ (Eroevien 13b).

Dit betekent niet dat iedere uitspraak automatisch praktisch bindend wordt, maar wel dat het zoeken naar waarheid meerdere stemmen kan omvatten. Waarheid wordt dieper begrepen wanneer argumenten zorgvuldig worden onderzocht.

Hier sluit de hallochische traditie aan bij de gedachte dat waarheid niet alleen een eindresultaat is, maar een proces waarin mensen, teksten, instellingen en praktijken een rol spelen.

Herhaling en herinnering: waarheid moet worden onderhouden

De gedachte dat waarheid voortdurend opnieuw moet worden bevestigd, is fundamenteel hallochisch.

Het dagelijkse gebed en de mitswes rond herinnering laten zien dat waarheid niet vanzelfsprekend blijft bestaan. Het Sjemang wordt tweemaal per dag uitgesproken omdat geloofswaarheden niet slechts historische feiten zijn, maar levende verplichtingen.

Ook de viering van Pesach toont dit principe. De Misjne leert:

„In iedere generatie moet een mens zichzelf zien alsof hij zelf uit Egypte is uitgegaan“ (Pesachiem 10:5).

De uittocht uit Egypte wordt niet slechts herinnerd; zij wordt opnieuw aanwezig gemaakt door verhaal, ritueel en deelname. De waarheid van de bevrijding wordt telkens opnieuw gerealiseerd.

Vanuit hallochisch perspectief bestaat waarheid daarom uit zowel continuïteit als actualisering.

Halloche als dynamiek tussen eeuwigheid en geschiedenis

Een centrale vraag binnen het onderzoek naar waarheid in de voormoderne wereld betreft de spanning tussen blijvende waarheden en veranderende omstandigheden. Ook de halacha leeft binnen deze spanning.

De fundamentele principes van de Touroh worden beschouwd als eeuwig, maar hun toepassing vereist interpretatie. De rabbijnse literatuur bespreekt voortdurend nieuwe situaties: economische veranderingen, medische vragen, technologische ontwikkelingen en sociale omstandigheden.

Grote hallochische autoriteiten zoals Maimonides benadrukten dat het doel van de halloche niet alleen juridische ordening is, maar ook het vormen van een rechtvaardige en verstandige samenleving.

De waarheid van de halloche bevindt zich daarom niet buiten de geschiedenis. Zij ontmoet de geschiedenis en krijgt daarin vorm.

Waarheid, autoriteit en verantwoordelijkheid

Wij onderzoeken ook hoe waarheden worden gevestigd en verdedigd. Vanuit hallochisch perspectief is autoriteit noodzakelijk, maar zij is nooit losgemaakt van verantwoordelijkheid.

De Touroh waarschuwt:

„Van een leugenachtige zaak zul je je verwijderen“ (Exodus 23:7).

Waarheid vereist ethische discipline. Een getuige, rechter of geleerde moet zorgvuldig omgaan met informatie en interpretatie. De zoektocht naar waarheid is geen instrument voor macht, maar een vorm van dienstbaarheid.

De rabbijnse traditie verbindt waarheid daarom met nederigheid. De mens zoekt waarheid niet omdat hij haar volledig bezit, maar omdat hij geroepen is haar steeds beter te begrijpen.

Waarheid als heilige arbeid

De titel „Waarheid als voortdurend proces“ bevat een inzicht dat sterk resoneert met de hallochische visie: waarheid is geen afgesloten bezit, maar een voortdurende opdracht.

De Joodse traditie ziet waarheid als een ontmoeting tussen goddelijke openbaring en menselijke verantwoordelijkheid. Zij leeft door studie, debat, herinnering en praktijk.

Daarom kan een hallochische reactie op de hoofdvraag als volgt worden samengevat:

Waarheid wordt niet gemaakt door de mens alsof zij zijn eigendom is. Maar waarheid wordt ook niet levend zonder menselijke inzet. De mens ontvangt waarheid als opdracht en draagt de verantwoordelijkheid haar door tijd en geschiedenis heen zichtbaar te maken.

In deze voortdurende arbeid — het leren, interpreteren, herinneren en handelen — wordt waarheid een proces: een heilige beweging tussen Hemel en aarde.

#WANNEER #WAARHEID #WANKELT: #EEN #RABBIJNSE #DIALOOG #MET #KLAUS #OSCHEMA #OVER #EPISTEMISCHE #ONZEKERHEID.

  Wanneer waarheid wankelt: een rabbijnse dialoog met Klaus Oschema over epistemische onzekerheid Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN ® Klau...