woensdag 15 juli 2026

ARS MORIENDI DOOR DE JOODSE EEUWEN HEEN.

 


ARS MORIENDI DOOR DE JOODSE EEUWEN HEEN.


Door: RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®


De Latijnse uitdrukking
ars moriendi betekent letterlijk: “de kunst van het sterven”. In de christelijke middeleeuwen ontstonden handleidingen die de gelovige moesten voorbereiden op een goede dood. Maar ook binnen het jodendom bestaat een rijke, eeuwenoude traditie rondom sterven, afscheid nemen en de voorbereiding van de ziel op haar ontmoeting met de Eeuwige.



Toch verschilt de Joodse benadering fundamenteel van de klassieke christelijke
ars moriendi. Het jodendom verheerlijkt de dood niet; het heiligt het leven. Juist daarom krijgt het sterven een diepe waardigheid.

Het leven staat centraal


In de T
auroh klinkt voortdurend de oproep: “Kies het leven” (Deworiem/Deuteronomium 30:19). De mens is geschapen betselem Elauhiem — naar Gods beeld — en daarom bezit elk leven oneindige waarde. In de Haloche, de Joodse wet, geldt het behoud van leven (piekoeach nefesj) bijna altijd als hoogste prioriteit.



Toch ontkent het jodendom de dood niet. Vanaf de aartsvaders tot aan de rabbijnen van de Talmoed wordt sterfelijkheid gezien als onderdeel van de menselijke conditie.


Avraham begraaft Sara met tranen. Jangakauv verzamelt zijn kinderen rond zijn sterfbed om hen te zegenen. Moosje sterft op de berg Neiwo, kijkend naar het beloofde land dat hij niet zal binnengaan. De dood is tragisch, maar niet zinloos.


De rabbijnen leerden dat de manier waarop iemand sterft, iets openbaart over zijn leven. Niet in de zin van straf of beloning, maar als laatste getuigenis van geloof, karakter en verbondenheid.


Wieddoej: de laatste belijdenis



Een van de belangrijkste elementen van de Joodse voorbereiding op de dood is het
Wieddoej, de laatste schuldbelijdenis. Wanneer iemand voelt dat het einde nadert, spreekt men woorden uit van berouw, vergeving en vertrouwen in God. Dit gebed is geen wanhoopskreet, maar een spirituele afronding van het leven.



De Talmoed vertelt dat zelfs grote wijzen hun laatste momenten gebruikten voor gebed en introspectie. Rabbijn Jauchenon ben Zakkai huilde op zijn sterfbed, niet uit angst voor vernietiging, maar uit ontzag voor het goddelijk oordeel. Zijn leerlingen vroegen waarom hij weende, en hij antwoordde dat hij niet wist langs welke weg hij geleid zou worden.


Die nederigheid is essentieel binnen de Joodse ars moriendi. Geen mens claimt zekerheid over zijn eigen rechtvaardigheid. Uiteindelijk vertrouwt men zich toe aan Gods barmhartigheid.


De gemeenschap rondom de stervende


zIn het jodendom sterft niemand idealiter alleen. Familie, leerlingen en gemeenschap spelen een centrale rol. Het bezoeken van zieken (
biekoer chauliem) geldt als een grote mitswe.



De aanwezigheid van geliefden rondom het sterfbed weerspiegelt de overtuiging dat menselijke waardigheid behouden blijft tot de laatste ademtocht.


In traditionele gemeenschappen sprak men psalmen bij het sterfbed, vooral Tehilliem/ Psalm 23: “Al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij.”



Na het overlijden neemt de chewre kadiesje — het heilige begrafenisgenootschap — de zorg voor het lichaam op zich. Het wassen en kleden van de overledene gebeurt met grote eerbied. Het lichaam wordt niet gezien als een leeg omhulsel, maar als het vat waarin de ziel haar aardse opdracht vervulde.



Middeleeuwse vervolgingen en martelaarschap



Tijdens de kruistochten, de Spaanse inquisitie en talloze pogroms kreeg de Joodse ars moriendi een nieuwe dimensie: die van kieddoesj Hosjeim, de heiliging van Gods naam.



Joden die geconfronteerd werden met gedwongen bekering kozen soms vrijwillig voor de dood boven afvalligheid. Middeleeuwse kronieken beschrijven huiveringwekkende scènes van gemeenschappen die het Sjemang Jisroël reciteerden terwijl zij stierven.



Vanuit modern perspectief zijn deze verhalen moeilijk te bevatten. Toch moeten zij begrepen worden binnen hun historische context van extreme vervolging en religieuze terreur. Voor deze gemeenschappen betekende trouw aan het verbond meer dan biologisch overleven.


Tegelijkertijd benadrukten veel rabbijnen juist dat men moest leven waar mogelijk. Het jodendom zoekt geen martelaarschap. De held is niet degene die sterft, maar degene die ondanks alles blijft leven als Jood.



Chassidische visie: sterven als terugkeer



Binnen het chassidisme kreeg sterven soms een mystieke betekenis. De ziel of nesjomme werd gezien als een goddelijke vonk die terugkeert naar haar oorsprong. Chassidische verhalen beschrijven rechtvaardigen die hun laatste adem uitbliezen tijdens gebed, studie of het zingen van heilige melodieën.



Toch bleef ook hier de nadruk op het leven bestaan. Rabbi Nachman van Breslov waarschuwde tegen obsessie met dood en ascese. Men moest God dienen met vreugde in deze wereld.



De dood is volgens de chassidische traditie geen vernietiging, maar overgang. Zoals de Talmoed zegt: “De rechtvaardigen worden zelfs na hun dood levend genoemd.”



De Shoah en de breuk van de moderniteit



Geen bespreking van Joodse omgang met sterven kan voorbijgaan aan de Shoah. De vernietiging van zes miljoen Joden stelde alle traditionele woorden op de proef. Hoe spreekt men over een “goede dood” in Auschwitz?



Toch getuigen talloze verhalen van spirituele kracht te midden van ontmenselijking. Mensen deelden hun laatste stuk brood, fluisterden gebeden, onderwezen kinderen of staken clandestien chanoekalichtjes aan. Sommigen gingen zingend de gaskamers binnen met het Sjema op de lippen.



Na de oorlog worstelden theologen met de vraag hoe men nog over God en dood kon spreken. Sommigen verloren hun geloof; anderen verdiepten het juist. Maar vrijwel allen wezen goedkope antwoorden af. De Joodse ars moriendi na de Shoah kent daarom een zekere terughoudendheid. Stilte kan heiliger zijn dan verklaringen.


Moderne geneeskunde en waardig sterven



In onze tijd staat de Joodse ethiek voor nieuwe vragen: levensverlenging, palliatieve zorg, euthanasie en medische technologie. Orthodoxe rabbijnen benadrukken doorgaans dat het leven beschermd moet worden, maar erkennen ook dat men sterven niet kunstmatig hoeft te rekken wanneer genezing onmogelijk is.



De stervende heet in de Haloche een gauseis — iemand in de laatste levensfase. Men moet uiterst voorzichtig omgaan met deze kwetsbare toestand. Het leven mag niet actief beëindigd worden, maar men hoeft ook niet altijd elk medisch middel in te zetten om het stervensproces eindeloos te verlengen.



Daarom groeit binnen orthodoxe kring de aandacht voor palliatieve begeleiding, aanwezigheid, gebed en menselijke nabijheid.



De kunst van het leven én sterven



Uiteindelijk leert de Joodse traditie dat de kunst van het sterven niet losstaat van de kunst van het leven. Wie met compassie leeft, met rechtvaardigheid handelt en met nederigheid wandelt voor God, bereidt zich al gedurende zijn leven voor op de dood.


Pirkei Ngowaus zegt: “Bekeer u één dag vóór uw dood.” Omdat niemand weet wanneer die dag komt, betekent dit: leef elke dag bewust.



De Joodse ars moriendi is daarom geen morbide fixatie op het einde. Zij is een oproep tot verantwoordelijkheid, verzoening, gemeenschap en vertrouwen. De mens komt uit stof voort en keert tot stof terug — maar tussen geboorte en dood krijgt hij de kans om iets van eeuwigheid in de tijd te brengen.



dinsdag 7 juli 2026

#DE #HEILIGE #REIS #NAAR #HET #EINDE. #EEN #JOODS #PERSPECTIEF #OP #LIJDEN #EN #WAARDIGHEID



#DE #HEILIGE #REIS #NAAR #HET #EINDE. #EEN #JOODS #PERSPECTIEF #OP #LIJDEN #EN #WAARDIGHEID


#Rabbijn #Simon #Bornstein®


Een rabbijn wordt als geestelijk verzorger wordt onvermijdelijk geconfronteerd met de diepste vragen van het menselijk bestaan. Wanneer een ziel, zoals van die jongeman, na een leven vol ontbering, eenzaamheid en een langdurige doodswens achter zich heeft, is het onze taak om met uiterste tederheid te kijken naar wat de Halocha (de Joodse wet) ons leert over het levenseinde.



In het Jodendom is het leven heilig, een geschenk van de Schepper dat wij niet zomaar mogen beëindigen. Het concept van Piekoeach Nefesj — het redden van een leven — is een fundamentele pijler.


Echter, wanneer iemand lijdt aan een ongeneeslijke ziekte en de dood onvermijdelijk is, leert onze traditie ons dat we het stervensproces niet onnodig mogen rekken als dat slechts leidt tot ondraaglijk lijden.



De jongeman in uw casus heeft een leven geleid dat getekend is door wat wij
Tsangar (lijden) noemen. Het feit dat hij zich vanaf zijn twintigste al met de dood verbonden voelde, is een existentiële last die wij niet lichtvaardig mogen afdoen. In de Joodse ethiek is de mens geschapen naar het beeld van God (Betselem Eilauhiem).



Wanneer iemand zich zijn hele leven eenzaam en ontheemd heeft gevoeld, is het onze religieuze plicht om hem in zijn laatste dagen te omringen met de menselijke warmte die hij eerder heeft gemist.



Hoewel de wetgeving rondom euthanasie in Nederland strikte zorgvuldigheidseisen stelt, is het voor een rabbijn cruciaal om te benadrukken dat het beëindigen van het leven een grens is die wij met ontzag en gebed benaderen.

Wij zijn geen meesters over onze eigen tijd, maar wij zijn wel geroepen om barmhartigheid te tonen. Als de medische realiteit uitzichtloos is, en het lijden niet meer te verzachten valt, verschuift onze focus van 'genezen' naar 'begeleiden'.


In het Nederlandse stelsel is de arts gebonden aan de
Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl). Als begeleidende rabbijn zorg ik ervoor dat de cliënt begrijpt dat zijn verzoek nu, in tegenstelling tot vroeger, wordt erkend op basis van zijn medische lijden. Dit kan een gevoel van 'eindelijk gehoord worden' geven, wat een enorme psychologische ontlasting teweegbrengt.



Voor deze jongeman is de 'toestemming' voor euthanasie wellicht niet alleen een medische uitkomst, maar een erkenning van zijn jarenlange strijd. Als rabbijn zou ik hem willen meegeven: "Je bent nooit alleen geweest in de ogen van de Eeuwige." Zelfs in de diepste eenzaamheid van een pleegkind dat van huis naar huis trok, was er een goddelijke vonk die hem droeg.



Zijn dood is geen vlucht, maar een terugkeer naar de bron. Moge zijn ziel rust vinden in de schaduw van de Almachtige, en moge zijn laatste reis worden omgeven door de vrede die hij in dit aardse leven zo vaak heeft moeten missen.



dinsdag 30 juni 2026

AANPAK ANTISEMITISME. ANTIDISCRIMINATIE - WETGEVING AANGESCHERPT.



AANPAK ANTISEMITISME. ANTIDISCRIMINATIEWETGEVING AANGESCHERPT.


 #Rabbijn #Simon #Bornstein®


Als rabbijn zie ik dagelijks hoe de schaduw van antisemitisme onze gemeenschap en de bredere samenleving beïnvloedt. Het is een eeuwenoud kwaad dat zich helaas blijft manifesteren in nieuwe vormen, van online haatzaaien tot fysieke bedreigingen. Echter, wij staan niet machteloos. Sinds 1 juli 2025 is onze juridische gereedschapskist in Nederland aangescherpt, waardoor wij als samenleving krachtiger kunnen optreden tegen dit onrecht.



De kern van deze verandering ligt in de erkenning dat discriminatie niet slechts een bijkomstigheid is, maar een verzwarende omstandigheid. Dankzij de toepassing van artikel 44bis van het Wetboek van Strafrecht kunnen discriminatoire motieven nu expliciet leiden tot strafverzwaring.



Het Openbaar Ministerie (OM) hanteert hierbij een helder kader dat onderscheid maakt tussen drie categorieën: specifieke discriminatiedelicten (zoals groepsbelediging), strafbare uitsluiting (denk aan discriminatie bij toegang of diensten) en het discriminatie-aspect bij andere strafbare feiten, zoals geweld of bedreiging.



Wie wordt geconfronteerd met antisemitisme, moet weten waar men terechtkan. Het is van cruciaal belang dat incidenten worden gemeld, niet alleen voor de individuele rechtsgang, maar ook om het maatschappelijke klimaat in kaart te brengen.



Instanties zoals de politie en het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD) spelen hierin een centrale rol. Daarnaast ondersteunt de overheid via de 'Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030' diverse initiatieven om de veiligheid op universiteiten en in de publieke ruimte te waarborgen.



Als rabbijn roep ik op tot waakzaamheid en verbinding. Het bestrijden van antisemitisme is geen taak die wij alleen kunnen volbrengen; het vereist een gezamenlijke inspanning van burgers, werkgevers en de overheid.



Door actief melding te maken van uitsluiting en door te staan voor een inclusieve samenleving, bouwen we aan een omgeving waarin iedereen, ongeacht afkomst of geloof, in veiligheid kan leven. Laten we de nieuwe wetgeving gebruiken als een instrument voor rechtvaardigheid, maar laten we nooit vergeten dat de werkelijke verandering begint bij de menselijke ontmoeting en het uitspreken tegen haat in al haar vormen.


donderdag 25 juni 2026

#IN #MEMORIAM: #BLOEME #EVERS #EMDEN, #DOCENTE #GODSDIENSTPSYCHOLOGIE


 

#EEN #GOED #HART #IN #WEST


Bij de 10e jaartijd van Bloeme Evers-Emden זיכרונה לברכה


Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®


Tien jaar zijn verstreken sinds het overlijden van Bloeme Evers-Emden, zichrauno liwrocho. Bij een jaartijd kijken wij niet alleen terug op een leven, maar stellen wij onszelf ook de vraag wat wij van dat leven kunnen leren. In de Joodse traditie is een herinnering pas werkelijk levend wanneer zij ons aanzet om zelf betere mensen te worden.



De Seifer HaChienoech leert een diep menselijk principe: "Ha'odam nief'al lefie pengoelausof" – de mens wordt gevormd door zijn daden. Niet alleen ons karakter bepaalt wat wij doen; juist wat wij steeds opnieuw doen, vormt uiteindelijk ons karakter. Iedere daad van vriendelijkheid maakt een mens vriendelijker. Iedere daad van rachmones opent het hart verder voor bamhartigheid.



De Rambam beschrijft hetzelfde beginsel vanuit een andere invalshoek. In zijn uitleg van de deugden benadrukt hij dat een mens zichzelf oefent in goede eigenschappen totdat zij een tweede natuur worden. Een rechtvaardig mens wordt niet als zodanig geboren; hij groeit ernaar toe door een leven lang bewust te kiezen voor goedheid, evenwicht en medemenselijkheid.



Wanneer wij aan Bloeme Evers-Emden denken, zien wij hoe waar deze woorden zijn.



Na alles wat zij had meegemaakt tijdens de Sjoah, na Auschwitz en na het verlies van haar jonge zoon, had niemand haar kwalijk kunnen nemen als zij zich had afgesloten van de wereld. Toch koos zij een andere weg.



Niet de weg van verbittering, maar van verbondenheid.



Niet de weg van wantrouwen, maar van vertrouwen.



Niet de weg van haat, maar van liefde voor het leven en voor de mensen om haar heen.



Dat was geen vanzelfsprekendheid. Dat was een levenslange keuze. Een keuze die haar hart steeds verder vormde.







De Rambam schrijft dat wij geroepen zijn de wegen van de Eeuwige na te volgen: zoals Hij barmhartig is, zo moeten ook wij barmhartig zijn; zoals Hij genadig is, zo behoren ook wij genadig te zijn. Dat is geen opdracht om op G'd te lijken in Zijn macht, maar in Zijn goedheid.



Wie Bloeme heeft gekend, zag iets van die opdracht werkelijkheid worden. Zij maakte ruimte voor anderen. Zij luisterde. Zij gaf moed. Zij schonk aandacht. Haar levensverhaal werd geen muur tussen haar en de wereld, maar juist een brug naar anderen. Zij werd mijn docente pastorale psychologie aan het Nederlands Isaëlitisch Seminarium; ‘trek maar aan de koperen trekbel, dan kom je vanzelf binnen.’



Daarom bleef zij voor velen een bron van inspiratie binnen de Joodse gemeenschap. Niet alleen door wat zij had meegemaakt, maar vooral door de wijze waarop zij daarna heeft geleefd.



Misschien is dat wel de diepste betekenis van een jaartijd. Wij herdenken niet alleen een verleden, maar ontvangen een opdracht voor de toekomst. Iedere herinnering roept de vraag op: welke daad van goedheid zal vandaag mijn hart vormen?



Want zoals de Seifer HaChienoech ons leert, vormen onze daden uiteindelijk wie wij zijn. En zoals de Rambam ons voorhoudt, groeit een mens uit tot een weerspiegeling van de goddelijke eigenschappen door steeds opnieuw te kiezen voor liefde, rechtvaardigheid en barmhartigheid.



Moge de herinnering aan Bloeme Evers-Emden ons blijven aansporen om die weg te gaan.



woensdag 24 juni 2026

#RABBIJN #EN #DE #SAS. #OVER #VERANTWOORDELIJKHEIS, #STRUCTUUR #EN #HET #BESCHERMEN #VAN #LEVEN

 




RABBIJN EN DE SAS. OVER VERANTWOORDELIJKHEIS, STRUCTUUR EN HET BESCHERMEN VAN LEVEN.



#Rabbijn #Simon #Bornstein®



Binnen de Joodse traditie neemt het principe van piekoeach nefesj — het redden van een leven — een centrale plaats in. Dit principe verplicht tot handelen wanneer het leven van een mens in gevaar is en overstijgt vrijwel alle andere religieuze voorschriften. Het onderstreept een fundamentele verantwoordelijkheid: het beschermen van menselijk leven is geen optie, maar een plicht.



Vanuit dit perspectief is de Systematische Aanpak Suïcidepreventie in de ggz (SAS GGZ) een initiatief dat bijzondere aandacht verdient. SAS GGZ brengt verschillende organisaties samen, waaronder 113, MIND en meerdere ggz-instellingen, met als doel de implementatie van de Richtlijn Suïcidaliteit te versterken en de zorg voor mensen met suïcidale gedachten en hun naasten te verbeteren.



Kenmerkend voor deze aanpak is de nadruk op structuur en samenhang. De vijf pijlers — signalering, diagnostiek, behandeling, samenwerking met naasten, inzet van ervaringsdeskundigheid en zorgvuldige verslaglegging — vormen gezamenlijk een geïntegreerd kader. Deze systematische benadering draagt bij aan consistentie en kwaliteit binnen de zorgpraktijk.



Met name de focus op signalering is van groot belang. Vroegtijdige herkenning van suïcidale signalen vergroot de mogelijkheid tot tijdig ingrijpen. In religieuze termen zou men kunnen zeggen dat het vermogen om te ‘zien’ een voorwaarde is om daadwerkelijk te kunnen redden. Zonder adequate signalering blijft hulp te vaak reactief in plaats van preventief.



Daarnaast is de expliciete betrokkenheid van naasten een waardevolle component. In veel tradities, waaronder de Joodse, wordt de mens niet als geïsoleerd individu beschouwd, maar als onderdeel van een sociaal en relationeel netwerk. Het betrekken van naasten erkent deze realiteit en versterkt de effectiviteit van de geboden zorg.



De inzet van ervaringsdeskundigheid verdient eveneens nadruk. Personen die zelf suïcidale gedachten hebben ervaren, brengen een vorm van kennis in die complementair is aan professionele expertise. Hun bijdrage kan leiden tot betere aansluiting bij de belevingswereld van cliënten en daarmee tot effectievere ondersteuning.



Tegelijkertijd vraagt een systematische aanpak om voortdurende aandacht voor de menselijke maat. Protocol en structuur zijn noodzakelijk, maar mogen niet leiden tot afstandelijkheid. Achter iedere registratie en iedere interventie staat een individu met een unieke levensgeschiedenis en kwetsbaarheid. Het is essentieel dat professionele zorg deze individualiteit blijft erkennen.



De SAS GGZ laat zien dat suïcidepreventie gebaat is bij samenwerking, kennisdeling en een duidelijke methodiek. Vanuit religieus perspectief kan dit worden gezien als een hedendaagse invulling van een tijdloos uitgangspunt: de bescherming van het leven vereist niet alleen intentie, maar ook organisatie en deskundigheid.



Daarmee vormt SAS GGZ niet alleen een praktisch instrument binnen de geestelijke gezondheidszorg, maar ook een bredere maatschappelijke oproep tot verantwoordelijkheid, alertheid en betrokkenheid.


woensdag 17 juni 2026

IN MEMORIAM - RABBIJN YAAKOV HOMNICK zt”l


In memoriam – Rav Yaakov Homnick zt”l


Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN
®


Met diepe eerbied en innerlijke stilte gedenken wij de petiroh van Rav Yaakov Homnick zt”l, een man van Tauroh, onderwijs en verantwoordelijkheid, die zijn leven wijdde aan het bouwen van generaties in de geest van de traditie van Jisraël.


Rav Yaakov Homnick groeide op in de Verenigde Staten, gevormd in de grote batei midrasj van zijn tijd, waar hij zich hechtte aan de wereld van limmoed haTauroh en de diepgang van de jeshivah-traditie. 


In zijn jaren als student werd hij gevormd door grote leraren, en hij droeg die overdracht van Tauroh later zijn hele leven met zich mee – niet als herinnering, maar als opdracht.


Zijn levensweg was er één van beweging en bouw: van Amerika naar Eretz Jisraël, van klaslokaal naar leiding, van individuele leerling naar gemeenschapsopbouw. 


Overal waar hij kwam, werd hij niet alleen gezien als een onderwijzer, maar als iemand die verantwoordelijkheid nam voor de ziel van een gemeenschap. 


Of het nu ging om jongeren uit immigrantengezinnen, studenten in opbouwende instellingen, of gemeenschappen in de diaspora – hij zag de mens vóór zich en de opdracht die daaruit voortkwam.


In Amsterdam werd zijn aanwezigheid ervaren als een verbinding tussen werelden: de klassieke jeshivoh-traditie en de realiteit van een moderne Joodse gemeenschap in Europa. 


In Amsterdam functioneerde #Rabbijn #Yaakov #Homnick gedurende acht jaren als #Rector van het #Nederlands #Israëlitisch #Seminarium, de #wetenschappelijk-#theologische #ambtsopleiding voor het #Nederlands #Israëlitsch #Kerkgenootschap.


Hij wist deze academische instelling na het vertrek van #Opperrabbijn #Aharaun #Schuster naar #Jeruzalem, Israël, tot grote bloei te brengen. De #naam en #faam van het Seminarium werden #internationaal alom #erkend dankzij deze geleerde Rector van formaat.

Zijn invloed lag niet alleen in formele functies, maar in de manier waarop hij Tauroh tot leven bracht in ontmoeting, gesprek en voorbeeld.


Zijn stem werd ook gehoord in de avodat ha-tefillah; als bangal tefilloh tijdens de Jomiem Norongiem bracht hij een geladen eenvoud, waarin emotie en reverentie samenkwamen. Muziek was bij hem geen versiering, maar een vorm van gebed.


Rav Homnick zt”l liet een nalatenschap na die niet enkel in instituten of titels ligt, maar in mensen: leerlingen, families en gemeenschappen die door zijn inzet gevormd zijn in hun band met Tauroh en Joodse identiteit.


Hij werd voorafgegaan door zijn zoon Rav Yisrael Meir Homnick z”l, en laat zijn echtgenote, kinderen en kleinkinderen achter, die zijn weg verder dragen.


Moge zijn nesjomme omhoog geheven worden tussen de tzaddikiem, en moge zijn herinnering een bron van inspiratie blijven voor allen die in zijn voetsporen de weg van Tauroh en chesed proberen te gaan.


Vervuld van grote dankbaarheid denk ik terug aan onze gesprekken en ontmoetingen, vervuld van zijn chochmes.


יְהִי זִכְרוֹ בָּרוּךְ.

ARS MORIENDI DOOR DE JOODSE EEUWEN HEEN.

  ARS MORIENDI DOOR DE JOODSE EEUWEN HEEN. Door: RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN® De Latijnse uitdrukking ars moriendi betekent letterlijk: “...