Hildegard van Bingen en de echo van de
synagoge
Over de Utrecht
Summer School Medieval
Chant en verrassende
overeenkomsten tussen christelijke en joodse zangtradities
Door:
#Rabbijn
#Simon #Bornstein®
Deze zomer biedt de Utrecht Summer
School cursus Medieval
Chant een bijzondere
gelegenheid om kennis te maken met de rijke wereld van de
middeleeuwse liturgische zang. Een belangrijk onderdeel van deze
muzikale erfenis is het werk van Hildegard van Bingen, een van de
meest fascinerende religieuze figuren uit de Europese Middeleeuwen.
Als rabbijn luister ik met grote
belangstelling naar haar muziek, niet omdat zij deel uitmaakt van de
joodse traditie, maar omdat haar composities en de bredere traditie
van het gregoriaans verrassende raakvlakken vertonen met eeuwenoude
synagogale melodieën.
Hoewel christendom en jodendom zich
al vroeg als afzonderlijke religieuze gemeenschappen ontwikkelden,
delen zij een gemeenschappelijke wortel. Dat geldt niet alleen voor
de Schrift, maar ook voor bepaalde vormen van liturgische voordracht
en zang.
Wie aandachtig luistert naar de
melodische lijnen van Hildegard en deze vergelijkt met traditionele
joodse gebedszang, ontdekt soms een verwantschap die terugreikt tot
de religieuze cultuur van de late oudheid.
Hildegard van
Bingen: visionair en componist
Hildegard van Bingen (1098–1179)
was abdis, mystica, theoloog, schrijver, natuuronderzoeker en
componist. In een tijd waarin vrouwen zelden een publieke
intellectuele rol speelden, ontwikkelde zij een indrukwekkend oeuvre
dat tot op heden wordt bestudeerd en uitgevoerd.
Haar muzikale werken onderscheiden
zich door hun originaliteit. Waar veel gregoriaanse melodieën
relatief sober zijn, kenmerken Hildegards composities zich door grote
melodische sprongen, een opvallende expressiviteit en een bijna
contemplatieve intensiteit. Haar muziek lijkt niet alleen bedoeld om
teksten te begeleiden, maar ook om de luisteraar een spirituele
ervaring te laten ondergaan.
Voor moderne oren klinkt haar
muziek soms exotisch en tijdloos tegelijk. Zij beweegt zich buiten de
harmonische verwachtingen van latere westerse muziek en creëert een
klankwereld die eerder zweeft dan voortschrijdt. Juist daarin
herkennen veel kenners van joodse liturgische muziek iets vertrouwds.
De plaats van zang in religieuze
ervaring
Binnen het jodendom heeft zang
altijd een centrale rol gespeeld. De Psalmen spreken voortdurend over
zingen voor God. In de Tempel van Jeruzalem begeleidden de Levieten
de eredienst met gezongen lofprijzingen. Na de verwoesting van de
Tweede Tempel in het jaar 70 bleef de stem het belangrijkste muzikale
instrument van het joodse gebed.
Ook in de christelijke traditie
kreeg de menselijke stem een bijzondere status. Vroege kerkvaders
zagen de zuivere stem als het meest geschikte middel om God te loven.
Daardoor ontwikkelde zich een traditie van eenstemmige zang die
uiteindelijk uitmondde in het gregoriaans.
Deze nadruk op de stem zonder
uitgebreide instrumentale begeleiding vormt een eerste belangrijke
overeenkomst tussen beide tradities. In beide gevallen wordt de
menselijke stem beschouwd als een direct instrument van devotie.
Monofonie: één
stem, één gemeenschap
Een van de opvallendste kenmerken
van zowel gregoriaanse zang als traditionele synagogale zang is de
monofonie. Dat betekent dat er één melodische lijn wordt gezongen,
zonder meerstemmige harmonieën.
In veel orthodoxe synagogen wordt
tot op de dag van vandaag gebeden volgens dit principe. De
voorzanger, de chazzan, leidt de gemeente door een melodische lijn
die door de gemeenschap wordt gevolgd of beantwoord. De kracht ligt
niet in harmonische complexiteit maar in spirituele concentratie.
Ook de muziek van Hildegard is
fundamenteel monofonisch. Wanneer een groep zusters haar composities
uitvoerde, zongen zij dezelfde melodie. De aandacht richtte zich
daardoor volledig op tekst, betekenis en gebed.
Voor wie vertrouwd is met
synagogale tradities roept dit een herkenbaar gevoel op: muziek als
collectieve spirituele ademhaling.
Modale melodieën
Een tweede overeenkomst betreft het
gebruik van modi. Middeleeuwse christelijke muziek was gebaseerd op
kerktoonsoorten die sterk verschillen van het latere majeur- en
mineursysteem.
Ook veel joodse gebedstradities
maken gebruik van modale structuren. In de Asjkenozische wereld
spreekt men vaak van noesach:
traditionele melodische patronen die verbonden zijn met specifieke
gebeden, feestdagen of liturgische seizoenen.
Wanneer men bepaalde composities
van Hildegard beluistert, valt op dat zij zich beweegt binnen modale
klankwerelden die soms verrassend dicht liggen bij patronen die men
aantreft in synagogale recitatie. Dit betekent niet dat er sprake is
van directe muzikale overname, maar wel van gedeelde muzikale wortels
in de religieuze cultuur van het Middellandse Zeegebied en Europa.
De kunst van de
gezongen tekst
In zowel de synagoge als het
middeleeuwse klooster staat de tekst centraal. Muziek is geen doel op
zichzelf, maar een middel om woorden dieper te laten resoneren.
Binnen het jodendom wordt de Tauroh niet eenvoudig voorgelezen maar gezongen volgens vaste melodische
accenten, bekend als tangemei
ha-mikro. Deze zangvorm
helpt niet alleen bij de voordracht, maar onthult ook grammaticale en
inhoudelijke structuren van de tekst.
Een vergelijkbaar principe vinden
we in gregoriaanse zang. Ook daar volgt de melodie de natuurlijke
beweging van de heilige tekst. De muziek ondersteunt de betekenis van
de woorden en versterkt hun spirituele impact.
Hildegard bracht dit principe naar
een bijzonder hoog niveau. Haar melodieën lijken soms rechtstreeks
voort te vloeien uit de inhoud van de tekst. Wanneer zij schrijft
over hemels licht, stijgt de melodie omhoog; wanneer zij spreekt over
nederigheid, daalt zij weer af. De muziek wordt zo een vorm van
interpretatie.
Mystiek en klank
Misschien ligt de diepste
overeenkomst niet in de techniek van de muziek, maar in haar
spirituele functie.
Hildegard beschouwde muziek als een
weerspiegeling van de harmonie van de schepping. Volgens haar had de
mens vóór de zondeval een bijzondere verbinding met de hemelse
muziek. Religieuze zang hielp iets van die oorspronkelijke harmonie
te herstellen.
Ook binnen de joodse mystieke
traditie speelt muziek een belangrijke rol. De kabbalistische
literatuur beschrijft hoe gebed de verschillende spirituele werelden
met elkaar verbindt. Later benadrukte de chassidische beweging de
kracht van melodieën (niggoeniem)
om de ziel dichter bij God te brengen.
Hoewel de theologische systemen
verschillen, herkennen we een gemeenschappelijke intuïtie: muziek is
meer dan esthetiek. Zij vormt een brug tussen het aardse en het
goddelijke.
Historische
raakvlakken
Historici wijzen erop dat vroege
christelijke liturgie ontstond in een omgeving waarin joodse
gebedstradities nog sterk aanwezig waren. De eerste volgelingen van
Jezus waren immers Joden die vertrouwd waren met de eredienst van
synagoge en Tempel.
Het is aannemelijk dat bepaalde
vormen van psalmrecitatie, responsoriale zang en liturgische
voordracht vanuit die context invloed hebben uitgeoefend op de
ontwikkeling van christelijke zangtradities. Natuurlijk veranderden
deze tradities in de loop der eeuwen aanzienlijk en ontwikkelden zij
hun eigen karakter.
Toch blijft het fascinerend dat een
luisteraar vandaag nog steeds overeenkomsten kan waarnemen tussen
sommige synagogale melodieën en bepaalde aspecten van middeleeuwse
christelijke zang.
Waarom deze
vergelijking relevant blijft
In een tijd waarin religies vaak
worden besproken vanuit hun verschillen, kan muziek ons herinneren
aan een gedeelde geschiedenis. Het gaat daarbij niet om het uitwissen
van theologische grenzen. Jodendom en christendom blijven
verschillende geloofstradities met eigen overtuigingen en praktijken.
Maar muziek laat zien dat culturen
elkaar beïnvloeden, van elkaar leren en soms een gemeenschappelijke
oorsprong delen. Wanneer studenten tijdens de Utrecht Summer School
de muziek van Hildegard bestuderen, ontdekken zij niet alleen een
hoofdstuk uit de Europese muziekgeschiedenis. Zij maken ook kennis
met een klankwereld die indirect verbonden is met bredere religieuze
tradities van het Westen.
Voor joodse luisteraars kan dit een
gelegenheid zijn om met nieuwe oren naar hun eigen erfgoed te
luisteren. Voor christelijke musici opent het een venster op de
historische context waaruit een deel van hun muzikale traditie is
voortgekomen.
Een uitnodiging
tot luisteren
De muziek van Hildegard van Bingen
is geen museumstuk. Zij spreekt nog steeds tot moderne luisteraars
omdat zij een universele menselijke ervaring raakt: het verlangen
naar betekenis, schoonheid en transcendentie.
Wie haar composities beluistert,
hoort meer dan middeleeuwse noten. Men hoort een zoektocht naar het
heilige. Die zoektocht klinkt ook door in de eeuwenoude melodieën
van de synagoge, in de gezongen Psalmen, in de cantillatie van de
Tauroh en in de mystieke niggoen.
De Utrecht Summer School biedt
daarom meer dan een technische cursus over middeleeuwse zang. Zij
biedt een kans om te ontdekken hoe muziek religieuze grenzen kan
overstijgen zonder deze uit te wissen. In de stemmen van middeleeuwse
nonnen en in de melodieën van de synagoge klinkt een gedeeld
menselijk verlangen: om door zang iets van het goddelijke te
benaderen.
Misschien is dat wel de meest
waardevolle les die Hildegard van Bingen ons vandaag nog kan leren.
Niet dat alle tradities hetzelfde zijn, maar dat oprechte religieuze
muziek mensen kan uitnodigen tot aandacht, verwondering en
ontmoeting. Wanneer wij werkelijk luisteren, ontdekken wij soms dat
eeuwenoude stemmen elkaar nog steeds beantwoorden.