zaterdag 31 oktober 2026

#HET #ADI #MODEL #BESCHOUWD #VANUIT #HALOCHISCH #PERSPECTIEF: #LEREN, #ONDERWIJZEN #EN #IEDER #KIND #TOT #BLOEI #LATEN #KOMEN

 

#HET #ADI #MODEL #BESCHOUWD #VANUIT #HALOCHISCH #PERSPECTIEF: #LEREN, #ONDERWIJZEN #EN #IEDER #KIND #TOT #BLOEI #LATEN #KOMEN

Een Joodse visie op goed onderwijs in het Joodse lager onderwijs

Door: #Rabbijn #Simon #Bornstein

Goed onderwijs is in het Jodendom veel meer dan het overdragen van kennis. Het is een heilige opdracht. Wanneer een leerkracht voor de klas staat, draagt hij of zij niet alleen verantwoordelijkheid voor de cognitieve ontwikkeling van de leerlingen, maar ook voor hun persoonlijke, morele en spirituele groei.

Binnen het orthodox-Joodse onderwijs staat ieder kind centraal als een unieke schepping van Hasjem. Elk kind heeft zijn eigen mogelijkheden, talenten, leertempo en uitdagingen. De opdracht van de leerkracht is om deze mogelijkheden te herkennen en te helpen ontwikkelen.

Vanuit deze gedachte is het interessant om het ADI-model (Activerende Directe Instructie) te bekijken vanuit een halochisch perspectief. Op het eerste gezicht lijkt het ADI-model vooral een didactisch organisatiemodel. Maar wanneer we dieper kijken naar de uitgangspunten ervan, ontdekken we verschillende raakvlakken met Joodse waarden en pedagogische principes uit de Tauroh.

Chinoech: ieder kind onderwijzen volgens zijn eigen mogelijkheden

Een van de belangrijkste uitgangspunten van het Joodse onderwijs vinden we in Misjlei (Spreuken 22:6):

Chanoch lanangar ngal pie darkau – "Leer een kind volgens zijn eigen weg."

Deze uitspraak vormt een belangrijke basis voor onze pedagogische benadering. Een kind is geen leeg schrift waarop wij allemaal dezelfde informatie op dezelfde manier kunnen schrijven. Elk kind heeft zijn eigen derech, zijn eigen weg.

Ook het ADI-model gaat ervan uit dat leren beter verloopt wanneer nieuwe kennis aansluit bij wat een leerling al weet. De leerkracht activeert de voorkennis en bouwt daarop verder.

Vanuit Joods perspectief is dit een waardevolle gedachte. De leerkracht probeert niet alleen de leerstof over te brengen, maar zoekt aansluiting bij de wereld van het kind.

Dit sluit aan bij het begrip chinoech. Chinoech betekent niet uitsluitend kennisoverdracht, maar opvoeding, vorming en het begeleiden van een kind naar volwassenheid.

De halochische verplichting van chinoch leert ons dat kinderen stapsgewijs worden voorbereid op het naleven van mitswes, passend bij hun leeftijd en mogelijkheden.

De pedagogische les hiervan is duidelijk: we mogen niet verwachten dat ieder kind op hetzelfde moment hetzelfde niveau bereikt. Wel hebben we de verantwoordelijkheid om ieder kind uit te dagen en te begeleiden op een manier die bij hem of haar past.

Terugblik: leren vanuit de continuïteit van de Tauroh

De eerste fase van het ADI-model is de terugblik. De leerkracht haalt samen met de leerlingen de kennis uit eerdere lessen op.

Dit heeft een bijzondere verbinding met de Joodse traditie.

In Deworiem (Deuteronomium 6:7) lezen we:

Wesjienantam lewonecho – "Je zult deze woorden je kinderen inscherpen."

Het Joodse leren is geen verzameling losse momenten. Kennis wordt herhaald, verdiept en doorgegeven. De Tauroh wordt niet slechts één keer bestudeerd, maar telkens opnieuw.

Ook in de Talmoed zien we hoe belangrijk herhaling is. Het herhalen van leerstof helpt kennis te verankeren en maakt het mogelijk om steeds dieper inzicht te ontwikkelen.

Wanneer een leerkracht een les begint met vragen als:

  • Wat hebben we de vorige keer geleerd?
  • Wat weten we nog over dit onderwerp?
  • Hoe kunnen we de kennis van gisteren gebruiken bij de les van vandaag?

wordt de leerling actief betrokken bij zijn eigen leerproces.

Dit is niet alleen een didactische keuze. Het weerspiegelt ook een belangrijke waarde binnen het Joodse leren: kennis moet worden onderhouden en verdiept.

Oriëntatie: leren met een doel en betekenis

In de tweede fase maakt de leerkracht duidelijk wat de leerlingen gaan leren en waarom deze kennis belangrijk is.

Ook dit sluit aan bij de Joodse visie op onderwijs.

Binnen het Jodendom is leren geen doel op zichzelf. Tora-studie heeft een bestemming: inzicht ontwikkelen, verantwoordelijkheid leren dragen en het geleerde in praktijk brengen.

De Misjne leert ons in Pirkei Ngowaus 1:17:

Lau hamidresj hoe hangieikar ello hamangaseih.

Niet de studie is het belangrijkste, maar de praktische toepassing.

Dit betekent niet dat theoretische kennis minder belangrijk is. Integendeel: kennis vormt de basis voor bewust handelen. Maar kennis moet uiteindelijk betekenis krijgen in het leven.

Een leerkracht die het lesdoel helder maakt, helpt leerlingen begrijpen waarom zij iets leren.

Bijvoorbeeld bij een les over rekenen kan de leerkracht uitleggen dat nauwkeurig rekenen belangrijk is bij het eerlijk afwegen en verhandelen van producten. Bij een les over taal kan worden besproken hoe belangrijk duidelijke communicatie is, ook wanneer we met elkaar van mening verschillen.

Zo krijgt het onderwijs een bredere betekenis.

Uitleg: de verantwoordelijkheid van de melamed

De derde fase van het ADI-model is de instructie. De leerkracht legt de nieuwe leerstof uit, geeft voorbeelden en maakt duidelijk hoe een leerling een opdracht kan aanpakken.

Binnen de Joodse traditie heeft de melamed – de onderwijzer – een bijzondere verantwoordelijkheid.

In de Talmoed (Bawo Basre 21a) wordt uitvoerig gesproken over het belang van goed georganiseerd onderwijs en de verantwoordelijkheid voor het onderwijzen van kinderen.

De Rambam benadrukt in Hilchaus Talmud Tauroh het belang van goed onderwijs en de verantwoordelijkheid van de leraar om zijn leerlingen daadwerkelijk kennis bij te brengen.

Een leerkracht moet daarom niet alleen weten wat hij wil onderwijzen, maar ook nadenken over de manier waarop hij dat doet.

Het ADI-model helpt hierbij door de instructie overzichtelijk op te bouwen:

  • De leerstof wordt in kleine stappen aangeboden.
  • De leerkracht doet voor hoe een opdracht moet worden uitgevoerd.
  • Moeilijke begrippen worden verduidelijkt.
  • De leerkracht controleert regelmatig of de leerlingen de uitleg begrijpen.

Vanuit halochisch perspectief kunnen we hier een belangrijke verantwoordelijkheid aan verbinden: een leerkracht mag er niet zomaar van uitgaan dat een leerling de stof begrijpt omdat deze is uitgelegd.

Onderwijzen betekent ook controleren of het onderwijs daadwerkelijk is aangekomen.

Begeleide inoefening: samen leren en verantwoordelijkheid dragen

In de vierde fase oefenen leerlingen onder begeleiding van de leerkracht.

Dit is een bijzonder belangrijk moment. De leerling gaat van luisteren naar actief handelen, maar staat er nog niet alleen voor.

De Joodse leertraditie kent een sterke cultuur van samen leren. Het chewroese-leren, waarbij twee leerlingen of studenten samen een tekst bestuderen, is daarvan een bekend voorbeeld.

Door vragen te stellen, elkaar uit te dagen en verschillende inzichten te bespreken, ontstaat verdieping.

De Talmoedische manier van leren laat zien dat vragen stellen geen teken van zwakte is. Het is juist een essentieel onderdeel van het verwerven van kennis.

Ook in het ADI-model worden leerlingen actief betrokken. De leerkracht kan vragen stellen, leerlingen samen laten oefenen en hen laten uitleggen hoe zij tot een antwoord zijn gekomen.

Hierbij hoort ook de waarde van kowaud habrieaus: respect voor de menselijke waardigheid.

Een leerling die een fout maakt, moet de ruimte krijgen om daarvan te leren. Een fout mag geen reden zijn voor vernedering of bespotting.

De klas moet een veilige omgeving zijn waarin kinderen vragen durven te stellen en waarin zij weten dat hun inspanningen worden gewaardeerd.

Zelfstandige verwerking: groeien naar verantwoordelijkheid

Na de begeleide oefening krijgen leerlingen de gelegenheid om zelfstandig aan het werk te gaan.

Deze fase sluit aan bij een belangrijk doel van chinoech: kinderen voorbereiden op zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.

Een leerling moet uiteindelijk niet alleen kunnen werken wanneer de leerkracht naast hem zit. Hij moet leren zelf na te denken, keuzes te maken, problemen op te lossen en verantwoordelijkheid te dragen voor zijn werk.

Binnen het orthodox-Joodse onderwijs is dit extra betekenisvol. We willen kinderen niet uitsluitend leren wat zij moeten doen, maar ook helpen begrijpen waarom zij iets doen.

Zelfstandig leren betekent echter niet dat de leerkracht zich terugtrekt en alle verantwoordelijkheid bij het kind neerlegt.

De leerkracht blijft observeren, ondersteunen en bijsturen.

Hier ontstaat ook ruimte voor differentiatie. Sommige leerlingen hebben behoefte aan extra uitleg, andere leerlingen kunnen zelfstandig verder en weer andere leerlingen hebben behoefte aan verdieping.

De halochische en pedagogische opdracht is niet om alle kinderen hetzelfde te behandelen ongeacht hun behoeften, maar om ieder kind recht te doen binnen de grenzen van de beschikbare mogelijkheden en de verantwoordelijkheid van de school.

Evaluatie en reflectie: jezelf blijven ontwikkelen

De laatste fasen van het ADI-model zijn evaluatie en terug- en vooruitblik.

De leerkracht onderzoekt samen met de leerlingen of het lesdoel is bereikt.

Wat hebben we geleerd? Wat ging goed? Wat was moeilijk? Wat moeten we nog oefenen?

Deze manier van reflecteren heeft een mooie parallel met het Joodse begrip chesjbaun hanefesj: zelfonderzoek.

In het Jodendom wordt veel waarde gehecht aan het regelmatig onderzoeken van het eigen handelen. Niet om onszelf voortdurend te bekritiseren, maar om te groeien en onszelf te verbeteren.

Ook de leerkracht kan deze houding toepassen.

Na een les kan hij of zij zichzelf afvragen:

  • Hebben alle leerlingen de leerstof begrepen?
  • Heb ik voldoende rekening gehouden met verschillen tussen leerlingen?
  • Heb ik mijn uitleg aangepast wanneer dat nodig was?
  • Hebben leerlingen zich veilig gevoeld om vragen te stellen?
  • Wat kan ik de volgende keer verbeteren?

Daarmee wordt evaluatie meer dan het meten van leerresultaten. Het wordt een onderdeel van professioneel en persoonlijk verantwoordelijkheidsbesef.

De leerkracht als voorbeeld: niet alleen onderwijzen, maar ook voorleven

Er is nog een belangrijk aspect dat bij de toepassing van het ADI-model in een Joodse school niet over het hoofd mag worden gezien.

De leerkracht is niet alleen degene die kennis overdraagt. Hij of zij is ook een voorbeeld voor de leerlingen.

De leerlingen kijken niet uitsluitend naar wat de leerkracht zegt, maar vooral naar hoe de leerkracht handelt.

Hoe reageert de leerkracht wanneer een leerling een fout maakt? Hoe gaat hij om met een leerling die extra aandacht nodig heeft? Hoe spreekt hij over anderen? Is er ruimte voor verschillen? Wordt iedere leerling met respect behandeld?

Dit zijn allemaal momenten waarop Joodse waarden zichtbaar worden in de dagelijkse onderwijspraktijk.

De bekende uitspraak uit Pirkei Ngoaus 4:12 luidt:

Jehie kewaud chewrcho choviev ngalecho kesjelcho.

Laat de eer van je medemens je even dierbaar zijn als je eigen eer.

Een leerkracht die deze waarde uitdraagt, creëert een omgeving waarin leerlingen zich gezien en gerespecteerd voelen.

Dat is van groot belang voor goed onderwijs. Een kind dat zich veilig voelt, zal eerder vragen stellen, fouten durven maken en actief deelnemen aan de les.

Het ADI-model en de halochische verantwoordelijkheid van de school

Wanneer we het ADI-model vanuit halochisch perspectief bekijken, zien we dat de verschillende fasen goed kunnen aansluiten bij belangrijke Joodse onderwijswaarden.

ADI-fase

Joodse waarde

Terugblik

Herhaling en verdieping van kennis

Oriëntatie

Leren met betekenis en doel

Uitleg

Verantwoordelijkheid van de melamed

Begeleide inoefening

Samen leren en respect

Zelfstandige verwerking

Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid

Evaluatie

Chesjbaun hanefesj

Terug- en vooruitblik

Voortdurende groei en ontwikkeling

Het is belangrijk om hierbij een onderscheid te maken: het ADI-model is geen halochische verplichting en de zeven fasen zijn niet door Chazal als onderwijsvoorschrift vastgesteld. Het is een modern didactisch model dat we kunnen inzetten wanneer het bijdraagt aan de vervulling van onze pedagogische en opvoedkundige verantwoordelijkheden.

De halochische uitgangspunten blijven leidend. Het model is een hulpmiddel, geen doel op zichzelf.

Tot slot: ieder kind is een wereld op zichzelf

In het Joodse lager onderwijs dragen we een bijzondere verantwoordelijkheid. We bereiden kinderen niet alleen voor op hun verdere schoolloopbaan, maar ook op hun plaats binnen Klal Jiesroël.

We willen kinderen opleiden die kennis hebben, zelfstandig kunnen denken, verantwoordelijkheid nemen, mitswot met bewustzijn uitvoeren en respectvol met anderen omgaan.

Het ADI-model kan ons helpen deze opdracht concreet vorm te geven.

Het biedt structuur aan de les, activeert leerlingen, stimuleert betrokkenheid en maakt het mogelijk om bewust stil te staan bij de ontwikkeling van ieder kind.

Maar uiteindelijk is geen enkel didactisch model belangrijker dan het kind zelf.

De woorden Chanoch lanangar ngal pie darkau herinneren ons eraan dat ieder kind zijn eigen weg heeft. Onze taak als leerkracht is om die weg te herkennen, te begeleiden en te verrijken.

Misschien is dat wel de belangrijkste verbinding tussen het ADI-model en de Joodse visie op onderwijs: niet ieder kind dezelfde weg laten bewandelen, maar ieder kind helpen zijn eigen weg te vinden binnen de waarden en richtlijnen van de Tauroh.

Want goed Joods onderwijs gaat niet alleen over wat een kind vandaag leert, maar vooral over de mens die het kind morgen zal worden.

Chinoech is geen productieproces. Het is een opdracht van verantwoordelijkheid, liefde en vertrouwen.

 

woensdag 28 oktober 2026

#INTERRELIGIEUZE #SAMENWERKING #ALS #BIJDRAGE #AAN #MAATSCHAPPELIJKE #COHESIE #EN #CONFLICTPREVENTIE

 


#INTERRELIGIEUZE #SAMENWERKING #ALS #BIJDRAGE #AAN #MAATSCHAPPELIJKE #COHESIE #EN #CONFLICTPREVENTIE

De betekenis van geloofsgemeenschappen, dialoog en gezamenlijke verantwoordelijkheid in een plurale samenleving

Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®

Abstract


Religie heeft door de geschiedenis heen een dubbele rol gespeeld in menselijke samenlevingen. Enerzijds kunnen religieuze overtuigingen worden verbonden met conflicten, uitsluiting en politieke spanningen. Anderzijds beschikken religieuze tradities over belangrijke bronnen voor verzoening, solidariteit en maatschappelijke verbondenheid. Dit artikel onderzoekt de betekenis van interreligieuze samenwerking als instrument voor sociale cohesie en conflictpreventie. Daarbij wordt aandacht besteed aan de rol van dialoog tussen geloofsgemeenschappen, met bijzondere aandacht voor ervaringen uit conflictgebieden zoals het Israëlisch-Palestijnse conflict. Vervolgens wordt onderzocht welke lessen relevant zijn voor de Nederlandse samenleving, waarin verschillende religieuze en levensbeschouwelijke tradities naast elkaar bestaan. Betoogd wordt dat interreligieuze dialoog niet betekent dat verschillen verdwijnen, maar dat gemeenschappen leren omgaan met verschil vanuit wederzijds respect, gedeelde verantwoordelijkheid en gezamenlijke inzet voor de samenleving.

Kernbegrippen


Interreligieuze dialoog – religie – sociale cohesie – conflictpreventie – geloofsgemeenschappen – maatschappelijke verbinding – pluralisme – vrede

Inleiding


Religie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van samenlevingen. Geloofstradities beïnvloeden waarden, identiteiten, sociale structuren en opvattingen over menselijkheid en verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd laat de geschiedenis zien dat religie in sommige situaties verbonden kan raken met politieke machtsstrijd, uitsluiting of conflict.

Deze dubbele betekenis maakt religie tot een belangrijk onderwerp binnen maatschappelijke en internationale vraagstukken. Religieuze verschillen leiden niet automatisch tot conflict; vaak spelen politieke, economische en historische factoren een grotere rol. Toch kunnen religieuze identiteiten een sterke emotionele betekenis hebben en daardoor invloed uitoefenen op groepsvorming en sociale relaties.

Interreligieuze dialoog probeert daarom ruimte te creëren waarin verschillende geloofsgemeenschappen elkaar kunnen ontmoeten en beter leren begrijpen. Het doel is niet om religieuze verschillen op te heffen, maar om manieren te ontwikkelen waarop mensen met verschillende overtuigingen vreedzaam kunnen samenleven.

In een samenleving zoals Nederland, waarin verschillende religieuze en levensbeschouwelijke tradities aanwezig zijn, kan interreligieuze samenwerking bijdragen aan sociale cohesie en het voorkomen van polarisatie.

Religie als bron van conflict en verbinding


De relatie tussen religie en conflict is complex. Religieuze overtuigingen kunnen soms worden gebruikt om politieke tegenstellingen te versterken, maar religie zelf is zelden de enige oorzaak van conflicten. Vaak spelen historische ervaringen, territoriale vraagstukken, sociale ongelijkheid en machtsverhoudingen eveneens een belangrijke rol.

Tegelijkertijd bevatten veel religieuze tradities sterke waarden die gericht zijn op vrede, rechtvaardigheid en zorg voor anderen. Binnen het jodendom, christendom en de islam bestaan bijvoorbeeld uitgebreide ethische tradities rond naastenliefde, bescherming van kwetsbaren en verantwoordelijkheid voor de gemeenschap.

Deze waarden kunnen een basis vormen voor samenwerking. Religieuze leiders en gemeenschappen beschikken vaak over sociale netwerken en moreel gezag waarmee zij kunnen bijdragen aan verzoening en maatschappelijke stabiliteit.

Interreligieuze samenwerking begint daarom bij de erkenning dat religie niet uitsluitend een mogelijke bron van verdeeldheid is, maar ook een belangrijke kracht voor verbinding.

Interreligieuze dialoog en conflictpreventie


Dialoog vormt een belangrijk instrument binnen conflictpreventie. In tegenstelling tot debat is dialoog niet primair gericht op het overtuigen van de ander, maar op luisteren, begrijpen en het ontwikkelen van vertrouwen.

Binnen conflictgebieden kan dialoog bijdragen aan het doorbreken van vijandbeelden. Wanneer mensen elkaar uitsluitend kennen via politieke verhalen of groepsidentiteiten, bestaat het risico dat zij elkaar reduceren tot stereotypen.

Persoonlijke ontmoetingen kunnen dit veranderen. Mensen ontdekken dat de ander niet alleen een vertegenwoordiger van een bepaalde groep is, maar ook een individu met eigen ervaringen, zorgen en waarden.

Onderzoek naar interreligieuze dialoog binnen het Israëlisch-Palestijnse conflict laat zien dat ontmoetingen tussen religieuze groepen mogelijkheden bieden voor samenwerking, ondanks diepgaande politieke verschillen. Religieuze leiders en gemeenschappen kunnen soms bruggen bouwen waar politieke onderhandelingen vastlopen.

Dit betekent niet dat religieuze dialoog automatisch politieke conflicten oplost. Wel kan zij bijdragen aan een sociale omgeving waarin begrip en samenwerking mogelijk worden.

Religieuze dialoog binnen het Israëlisch-Palestijnse conflict


Het Israëlisch-Palestijnse conflict heeft zowel politieke als religieuze dimensies. Heilige plaatsen, historische herinneringen en religieuze identiteiten spelen voor veel betrokkenen een belangrijke rol.

Juist daarom kan interreligieuze dialoog betekenisvol zijn. Wanneer Joden, moslims en christenen elkaar ontmoeten vanuit hun religieuze tradities, ontstaat ruimte om niet alleen politieke standpunten te bespreken, maar ook gedeelde menselijke en morele vragen.

Initiatieven waarin religieuze leiders samenwerken rond thema’s als vrede, onderwijs, sociale zorg en bescherming van heilige plaatsen laten zien dat religieuze identiteit ook een verbindende functie kan hebben.

Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat dialoog niet wordt gebruikt om verschillen te ontkennen. Echte dialoog erkent historische pijn, verschillende perspectieven en bestaande spanningen, maar zoekt naar manieren om ondanks deze verschillen samen te werken.

De Nederlandse samenleving: religieuze diversiteit en sociale cohesie


Nederland kent een lange geschiedenis van religieuze diversiteit. Naast verschillende christelijke tradities bestaan er onder meer Joodse, islamitische, hindoeïstische, boeddhistische en humanistische gemeenschappen.

Deze diversiteit vormt een onderdeel van de Nederlandse samenleving en vraagt om vormen van samenwerking waarin verschillende groepen zich erkend voelen.

Interreligieuze samenwerking kan bijdragen aan sociale cohesie doordat zij ontmoetingen mogelijk maakt tussen mensen die elkaar anders misschien weinig zouden tegenkomen. Gezamenlijke activiteiten rond maatschappelijke thema’s kunnen helpen om vertrouwen op te bouwen.

Voorbeelden hiervan zijn gezamenlijke inzet voor armoedebestrijding, klimaatvraagstukken, vluchtelingenopvang, jongerenwerk en lokale gemeenschapsprojecten.

Door samen te werken rond gedeelde maatschappelijke doelen leren religieuze gemeenschappen elkaar kennen buiten momenten van spanning of debat.

De rol van religieuze gemeenschappen bij preventie van polarisatie


Religieuze gemeenschappen kunnen een belangrijke rol spelen in het voorkomen van maatschappelijke polarisatie. Zij beschikken vaak over sterke lokale netwerken en kunnen mensen bereiken die niet altijd via traditionele maatschappelijke organisaties worden bereikt.

Religieuze leiders kunnen bijdragen aan vreedzame communicatie door genuanceerde gesprekken te stimuleren en extremistische interpretaties tegen te gaan.

Daarbij is het belangrijk dat religieuze gemeenschappen niet alleen naar binnen gericht functioneren, maar ook actief deelnemen aan de bredere samenleving.

Interreligieuze samenwerking vraagt wederkerigheid: iedere gemeenschap moet bereid zijn zowel haar eigen identiteit te behouden als open te staan voor ontmoeting met anderen.

Onderwijs en interreligieuze vorming


Onderwijs speelt een belangrijke rol in het ontwikkelen van kennis over religie en levensbeschouwing. Onbekendheid met andere tradities kan leiden tot vooroordelen, terwijl kennis en ontmoeting bijdragen aan begrip.

Interreligieuze educatie betekent niet dat leerlingen religieuze overtuigingen moeten overnemen, maar dat zij leren hoe verschillende tradities betekenis geven aan menselijke vragen over leven, lijden, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid.

Dit sluit aan bij burgerschapsvorming, waarin leerlingen leren omgaan met verschillen binnen een democratische samenleving.

Resumerende


Interreligieuze samenwerking kan een belangrijke bijdrage leveren aan maatschappelijke cohesie en conflictpreventie. Religie kan zowel worden betrokken bij processen van verdeeldheid als bij processen van verzoening en verbinding.

Dialoog tussen geloofsgemeenschappen biedt mogelijkheden om verschillen bespreekbaar te maken, vooroordelen te verminderen en gezamenlijke waarden te versterken. De ervaringen uit conflictgebieden zoals het Israëlisch-Palestijnse conflict laten zien dat persoonlijke ontmoeting een belangrijke rol kan spelen bij het herstellen van relaties.

Ook in Nederland kan interreligieuze samenwerking bijdragen aan een samenleving waarin diversiteit niet wordt gezien als bedreiging, maar als een werkelijkheid waarmee op constructieve wijze kan worden omgegaan.

De kracht van interreligieuze dialoog ligt uiteindelijk niet in het verdwijnen van verschillen, maar in het vermogen om vanuit verschil gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de samenleving.



donderdag 22 oktober 2026

#PARSJE #LECH #LECHO - #PARSJE #VAN #DE #WEEK



#PARSJE #LECH #LECHO

Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®

In de parsje van de week, parsje Lech Lecho (Bereisjies
12:1–17:27) horen we de iconische oproep van de Almachtige aan Awrohom Owieno (Abraham onze Aartsvader) Lech lecho mei artzeicho umoldaltau oeweis owiecho. – Ga voor u zelf uit uw land, uit uw geboorteoord en uit het huis van uw vader, naar het land dat ik u zal tonen.

Waarom zegt de Tauroh niet simpelweg LECH! – ga!? De toevoeging Lecho betekent letterlijk ‘voor u zelf of ‘voor uw eigen bestwil’.

De grote commentator Rasjie legt uit dat de Almachtige hiermee bedoelde: reis naar dat land, en daar zul je groot worden, daar zul je jezelf echt vinden.

Als Jidden staan wij dagelijks voor onze eigen Lech Lecho Het leven vraagt van ons om uit onze comfortzone te stappen, om los te komen van de geestelijke 'afgoden' en beperkingen van onze omgeving, en op weg te gaan naar een hoger geestelijk niveau.

Awrohom moest alles achterlaten om de eenheid en de echtheid van Hasjem (G’d) te ontdekken in een wereld die vervuld was van duisternis.

Laten we deze week de moed opbrengen om net als Awrohom Owieno te luisteren naar de innerlijke roep van onze ziel. Door trouw te blijven aan de Tauroh en de mitswes, bouwen we niet alleen aan ons eigen spirituele erfgoed, maar brengen we ook zegeningen over alle families op aarde, precies zoals G’d aan Awrohom beloofde land.

Goed Sjabbes en een inspirerende week toegewenst!

woensdag 21 oktober 2026

#JOODSE #POLITIEKE #FILOSOFIE #EN DE #BETEKENIS #DAARVAN #VOOR #INTERNATIONALE #BETREKKINGEN #EN #DIPLOMATIE

 


#JOODSE #POLITIEKE #FILOSOFIE #EN DE #BETEKENIS #DAARVAN #VOOR #INTERNATIONALE #BETREKKINGEN #EN #DIPLOMATIE

De invloed van historische ervaring, morele verantwoordelijkheid en politiek realisme op het denken over macht en vrede

Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®


Abstract


Politieke filosofieën ontstaan niet in een historisch vacuüm. Zij worden vaak gevormd door concrete ervaringen met macht, onzekerheid, vervolging en maatschappelijke verandering. Binnen de Joodse intellectuele traditie heeft de ervaring van minderheidspositie, diaspora en historische kwetsbaarheid een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van politieke en morele reflectie. Dit artikel onderzoekt de betekenis van Joodse politieke filosofie voor internationale betrekkingen en diplomatie, met bijzondere aandacht voor het denken van Hans J. Morgenthau en de ontwikkeling van het politiek realisme. Morgenthau’s analyse van macht, belangen en menselijke beperkingen werd mede beïnvloed door de historische context van de twintigste eeuw. Het artikel betoogt dat inzicht in historische en culturele achtergronden essentieel is voor het begrijpen van internationale politiek. Buitenlands beleid wordt immers niet uitsluitend gevormd door strategische belangen, maar ook door collectieve herinneringen, morele waarden en interpretaties van veiligheid en rechtvaardigheid.

Kernbegrippen


Joodse politieke filosofie – Hans J. Morgenthau – politiek realisme – internationale betrekkingen – diplomatie – macht – historische herinnering – ethiek


Inleiding


Politieke theorieën ontstaan vaak vanuit de historische omstandigheden waarin denkers leven. Ideeën over macht, rechtvaardigheid, veiligheid en menselijke samenwerking worden niet alleen gevormd door abstracte filosofische vragen, maar ook door concrete ervaringen van oorlog, onderdrukking en maatschappelijke verandering.

De moderne internationale betrekkingen zijn sterk beïnvloed door denkers die probeerden te begrijpen waarom staten conflicten aangaan en hoe vrede mogelijk kan worden gemaakt. Een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het twintigste-eeuwse politiek realisme was Hans J. Morgenthau. Zijn werk heeft grote invloed gehad op de studie van internationale politiek en diplomatie.

Morgenthau’s denken ontstond in een periode waarin Europa werd geconfronteerd met nationalisme, totalitarisme en de vernietiging van Joodse gemeenschappen tijdens de Holocaust. Zijn intellectuele achtergrond als Joodse jurist en politiek denker beïnvloedde mede zijn visie op macht, onzekerheid en de beperkingen van politieke idealen.

De bestudering van Joodse politieke filosofie betekent niet dat er één uniforme Joodse politieke theorie bestaat. De Joodse intellectuele geschiedenis kent uiteenlopende stromingen en perspectieven. Wel kan worden onderzocht hoe bepaalde historische ervaringen en morele tradities hebben bijgedragen aan politieke ideeën over verantwoordelijkheid, recht, macht en menselijke kwetsbaarheid.

De Joodse politieke traditie: recht, verantwoordelijkheid en geschiedenis

Binnen de Joodse traditie heeft politiek denken zich vaak ontwikkeld vanuit de relatie tussen recht, gemeenschap en morele verantwoordelijkheid. Begrippen als gerechtigheid (
tsedek), verantwoordelijkheid voor de ander en de betekenis van herinnering spelen een belangrijke rol.

De Joodse ervaring van diaspora heeft eeuwenlang geleid tot reflectie op de positie van minderheden binnen politieke systemen. Het leven zonder eigen politieke soevereiniteit bracht vragen met zich mee over loyaliteit, identiteit, veiligheid en de relatie tussen religieuze gemeenschap en staat.

Deze historische ervaring heeft verschillende vormen van politiek denken voortgebracht. Sommige denkers benadrukten universele morele principes, terwijl anderen aandacht besteedden aan de noodzaak van politieke bescherming en collectieve veiligheid.

De moderne Joodse politieke filosofie moet daarom worden begrepen binnen een bredere historische context: een traditie waarin zowel de kwetsbaarheid van groepen als de verantwoordelijkheid van politieke gemeenschappen centraal staan.

Hans J. Morgenthau en politiek realisme


Hans J. Morgenthau wordt vaak beschouwd als een van de grondleggers van het moderne politiek realisme binnen de internationale betrekkingen. Zijn belangrijkste werk,
Politics Among Nations, benadrukte dat internationale politiek in belangrijke mate wordt gekenmerkt door macht, belangen en concurrentie tussen staten.

Volgens Morgenthau kunnen internationale relaties niet uitsluitend worden gebaseerd op morele idealen. Staten opereren in een wereld zonder een centrale wereldregering die veiligheid kan garanderen. Hierdoor blijft macht een fundamenteel onderdeel van internationale politiek.

Deze visie betekende echter niet dat Morgenthau ethiek verwierp. Integendeel, hij waarschuwde juist voor politieke benaderingen die morele overtuigingen losmaken van praktische verantwoordelijkheid. Voor hem moest politieke wijsheid bestaan uit het combineren van morele doelen met een realistische beoordeling van omstandigheden.

Zijn realisme was daarom geen pleidooi voor cynische machtspolitiek, maar een waarschuwing tegen politieke naïviteit.

Historische ervaring en het begrip van macht


Morgenthau’s denken werd mede gevormd door de ervaringen van de twintigste eeuw. Als Joodse intellectueel die Europa moest verlaten vanwege het nazisme, kende hij de gevolgen van politieke machteloosheid en de gevaren van ideologieën die menselijke waardigheid ondergeschikt maken aan politieke doelen.

Deze historische achtergrond helpt verklaren waarom hij veel aandacht besteedde aan de beperkingen van menselijke rationaliteit en de gevaren van machtsconcentratie.

Binnen zijn denken is macht noodzakelijk om veiligheid te beschermen, maar macht moet altijd worden beoordeeld vanuit verantwoordelijkheid. Staten die hun eigen belangen nastreven zonder rekening te houden met morele grenzen kunnen bijdragen aan instabiliteit en conflict.

Deze spanning tussen macht en moraal vormt een van de centrale thema’s binnen internationale betrekkingen.

Betekenis voor internationale betrekkingen en diplomatie


De inzichten van Morgenthau blijven relevant voor hedendaagse diplomatie. Internationale politiek bestaat uit een voortdurende afweging tussen waarden en belangen.

Diplomaten moeten rekening houden met veiligheidsvraagstukken, economische relaties en strategische belangen, maar ook met historische ervaringen en morele overtuigingen die invloed hebben op politieke besluitvorming.

Dit geldt bijzonder sterk voor regio’s waarin historische herinneringen een grote rol spelen, zoals het Midden-Oosten. Politieke keuzes worden daar niet alleen bepaald door actuele gebeurtenissen, maar ook door collectieve herinneringen aan vervolging, oorlog, verlies en nationale identiteit.

Een diplomaat die uitsluitend kijkt naar materiële belangen mist daarom een belangrijk deel van de werkelijkheid. Historische en culturele kennis zijn noodzakelijk om politieke reacties en gevoeligheden te begrijpen.

Nederlandse relevantie


Voor Nederland heeft deze benadering betekenis voor zowel buitenlands beleid als diplomatieke opleiding. Nederlandse internationale politiek wordt vaak gekenmerkt door een combinatie van waarden en belangen: bescherming van mensenrechten, internationale rechtsorde en tegelijkertijd aandacht voor nationale en Europese veiligheid.

Kennis van verschillende politieke en religieuze tradities helpt beleidsmakers om internationale vraagstukken beter te analyseren. Dit geldt niet alleen voor de relatie met Israël en het Midden-Oosten, maar ook voor bredere internationale vraagstukken waarin identiteit, geschiedenis en macht samenkomen.

De Nederlandse diplomatie heeft behoefte aan zowel normatieve reflectie als realistische analyse. Een uitsluitend idealistische benadering kan onvoldoende rekening houden met politieke beperkingen, terwijl een uitsluitend realistische benadering het belang van waarden en legitimiteit kan onderschatten.

Religie, ethiek en politieke verantwoordelijkheid


Een belangrijk element binnen veel Joodse politieke filosofische tradities is de verbondenheid tussen recht en verantwoordelijkheid. Politiek gaat niet alleen over het verkrijgen of behouden van macht, maar ook over de vraag hoe macht wordt gebruikt.

Deze gedachte sluit aan bij bredere ethische tradities waarin leiderschap wordt verbonden met verantwoordelijkheid tegenover anderen.

Binnen internationale betrekkingen blijft deze vraag actueel: hoe kunnen staten hun veiligheid beschermen zonder de rechten van anderen te negeren? Hoe kan macht worden beperkt door recht en morele verantwoordelijkheid?

Deze vragen vormen de kern van hedendaagse diplomatie.

Resumerende

Joodse politieke filosofie draagt bij aan een dieper begrip van internationale betrekkingen doordat zij aandacht vraagt voor de invloed van historische ervaring, morele verantwoordelijkheid en menselijke kwetsbaarheid.

Het denken van Hans J. Morgenthau laat zien dat internationale politiek niet kan worden begrepen zonder aandacht voor macht en belangen, maar ook niet zonder historische en ethische reflectie.

Voor diplomatie betekent dit dat politieke besluitvorming altijd plaatsvindt binnen een wereld van herinneringen, waarden en belangen. Staten handelen niet alleen vanuit strategie, maar ook vanuit interpretaties van veiligheid, rechtvaardigheid en identiteit.

Een beter begrip van politieke filosofieën die zijn gevormd door historische ervaringen helpt daarom om internationale conflicten en diplomatieke keuzes nauwkeuriger te analyseren.

Joodse politieke filosofie biedt daarmee geen enkelvoudig antwoord op internationale vraagstukken, maar wel een waardevol perspectief op de complexe relatie tussen macht, moraal en menselijke verantwoordelijkheid.


woensdag 14 oktober 2026

#DIALOOG, #MEDIATION #EN #CONFLICTTRANSFORMATIE #ALS #INSTRUMENTEN #VOOR #MAATSCHAPPELIJKE #VERBINDING


 

#DIALOOG, #MEDIATION #EN #CONFLICTTRANSFORMATIE #ALS #INSTRUMENTEN #VOOR #MAATSCHAPPELIJKE #VERBINDING

De betekenis van ontmoeting, herstel van relaties en wederzijds begrip in gepolariseerde samenlevingen

Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®

Abstract

Langdurige conflicten worden niet alleen gekenmerkt door politieke of territoriale tegenstellingen, maar ook door diepgeworteld wantrouwen, collectieve herinneringen en gescheiden verhalen over het verleden. In dergelijke situaties kan dialoog een belangrijke rol spelen bij het herstellen van relaties en het creëren van nieuwe vormen van samenwerking. Dit artikel onderzoekt de betekenis van dialoog, mediation en conflicttransformatie als instrumenten voor maatschappelijke verbinding. Daarbij wordt aandacht besteed aan het verschil tussen conflictbeheersing en relationeel herstel, en wordt het voorbeeld van het initiatief Roots tussen Israëli’s en Palestijnen besproken als illustratie van de mogelijkheden en beperkingen van persoonlijke ontmoeting in een langdurig conflict. Vervolgens wordt onderzocht welke lessen relevant zijn voor de Nederlandse samenleving, waar eveneens spanningen bestaan tussen groepen met verschillende historische, culturele en religieuze achtergronden. Betoogd wordt dat duurzame vrede en sociale cohesie niet alleen afhankelijk zijn van politieke oplossingen, maar ook van het vermogen van mensen om elkaar opnieuw als menselijke gesprekspartners te ontmoeten.

Kernbegrippen

Dialoog – mediation – conflicttransformatie – vredesopbouw – maatschappelijke verbinding – polarisatie – ontmoeting – sociale cohesie

Inleiding


Conflicten tussen groepen ontstaan zelden uitsluitend door één gebeurtenis of één meningsverschil. Vaak worden zij gevormd door langdurige historische ervaringen, gevoelens van onrecht, angst, verlies en strijd om identiteit en erkenning. Wanneer conflicten voortduren, ontwikkelen groepen vaak eigen verhalen over zichzelf en over de ander. Deze verhalen kunnen bijdragen aan groepsidentiteit, maar ook leiden tot wantrouwen en afstand.

In veel langdurige conflicten ontstaat een situatie waarin mensen elkaar niet langer ontmoeten als individuen, maar vooral als vertegenwoordigers van een tegenpartij. Hierdoor kunnen stereotypen en vijandbeelden worden versterkt.

Dialoog en mediation bieden mogelijkheden om deze patronen te doorbreken. Zij richten zich niet uitsluitend op het oplossen van een concreet meningsverschil, maar ook op het herstellen van relaties en het vergroten van wederzijds begrip.

Conflicttransformatie gaat hierbij verder dan traditionele conflictbeheersing. Het doel is niet alleen om geweld of escalatie te verminderen, maar om de onderliggende relaties, structuren en overtuigingen die het conflict in stand houden, te veranderen.

Van conflictbeheersing naar conflicttransformatie


Binnen de vredes- en conflictstudies wordt onderscheid gemaakt tussen conflictmanagement, conflictoplossing en conflicttransformatie.

Conflictmanagement richt zich vooral op het beheersen van spanningen en het voorkomen van verdere escalatie. Conflictoplossing probeert de oorzaken van een conflict bespreekbaar te maken en tot afspraken te komen. Conflicttransformatie gaat nog een stap verder: zij onderzoekt hoe relaties tussen groepen kunnen veranderen.

Een belangrijke gedachte binnen conflicttransformatie is dat conflicten niet alleen bestaan uit tegengestelde belangen, maar ook uit beschadigde relaties. Wanneer mensen elkaar niet meer vertrouwen, kunnen zelfs praktische oplossingen moeilijk uitvoerbaar worden.

Daarom richt conflicttransformatie zich op vragen zoals: hoe kunnen mensen opnieuw met elkaar spreken? Hoe kunnen verschillende verhalen naast elkaar bestaan? En hoe kan erkenning ontstaan zonder dat historische verschillen worden ontkend?

Deze benadering sluit aan bij inzichten uit de sociale psychologie, waarin wordt benadrukt dat betekenisvolle ontmoetingen invloed kunnen hebben op beeldvorming tussen groepen.

De kracht en grenzen van dialoog


Dialoog wordt soms gezien als een eenvoudige manier om tegenstellingen te verminderen. In werkelijkheid is echte dialoog complex. Het betekent niet dat deelnemers hun overtuigingen moeten opgeven of dat alle standpunten gelijkwaardig zijn.

Een effectieve dialoog vraagt om voorwaarden zoals veiligheid, respect, vrijwillige deelname en bereidheid om naar de ander te luisteren. Deelnemers moeten ruimte krijgen om hun eigen ervaringen en zorgen uit te spreken, terwijl zij tegelijkertijd worden uitgenodigd om het perspectief van de ander te begrijpen.

De kracht van dialoog ligt vooral in het menselijk maken van de ander. Wanneer mensen elkaar persoonlijk ontmoeten, kunnen abstracte beelden veranderen. De ander wordt niet langer uitsluitend gezien als lid van een groep, maar als persoon met een eigen verhaal, familiegeschiedenis en menselijke ervaringen.

Tegelijkertijd heeft dialoog grenzen. Persoonlijke ontmoetingen lossen politieke conflicten niet automatisch op. Ongelijke machtsverhoudingen, historische trauma’s en structurele problemen blijven bestaan. Dialoog kan echter wel bijdragen aan voorwaarden waarin toekomstige oplossingen mogelijk worden.

Het voorbeeld Roots: ontmoeting tussen Israëli’s en Palestijnen

Een voorbeeld van relationele conflicttransformatie is het initiatief Roots, waarin Israëlische kolonisten en Palestijnen samenwerken rond persoonlijke ontmoeting en dialoog. Het initiatief ontstond vanuit de overtuiging dat duurzame verandering niet alleen afhankelijk is van politieke onderhandelingen, maar ook van de manier waarop mensen aan beide zijden van een conflict elkaar begrijpen.

De deelnemers van Roots verschillen vaak fundamenteel van mening over politieke kwesties, waaronder de toekomst van het gebied, veiligheid en nationale identiteit. Het doel van de dialoog is daarom niet noodzakelijk om politieke overeenstemming te bereiken, maar om ruimte te creëren voor erkenning van elkaars menselijkheid.

Dit voorbeeld laat zien dat persoonlijke relaties een belangrijke rol kunnen spelen in situaties waarin politieke oplossingen moeilijk bereikbaar lijken. Door verhalen te delen en ervaringen uit te wisselen, kunnen deelnemers nieuwe manieren ontwikkelen om met verschil om te gaan.

Tegelijkertijd toont Roots ook de complexiteit van conflicttransformatie. Individuele ontmoetingen veranderen niet automatisch de bredere politieke werkelijkheid. Zij kunnen echter wel bijdragen aan een cultuur waarin vijandbeelden minder dominant worden.

Mediation als methode voor herstel


Mediation is een vorm van begeleide communicatie waarbij een neutrale derde partij betrokkenen helpt om conflicten bespreekbaar te maken en gezamenlijk naar oplossingen te zoeken.

Binnen maatschappelijke contexten kan mediation een belangrijke rol spelen bij conflicten tussen individuen, groepen en instellingen. De mediator probeert niet eenvoudigweg een winnaar en verliezer aan te wijzen, maar helpt partijen om belangen, emoties en onderliggende behoeften zichtbaar te maken.

Een belangrijk element van mediation is erkenning. Mensen willen vaak niet alleen een praktische oplossing, maar ook gehoord en serieus genomen worden.

Deze benadering is relevant in een samenleving waarin conflicten steeds vaker verbonden zijn met identiteit, cultuur en waarden. Een gesprek over maatschappelijke spanningen vraagt daarom niet alleen om feiten en argumenten, maar ook om aandacht voor emoties en ervaringen.

Nederlandse toepassing: omgaan met polarisatie


Ook binnen Nederland bestaan spanningen tussen groepen met verschillende achtergronden. Discussies over religie, migratie, identiteit, discriminatie en internationale conflicten kunnen invloed hebben op lokale relaties tussen burgers.

Wanneer groepen vooral via sociale media of publieke debatten met elkaar communiceren, kunnen tegenstellingen snel worden versterkt. Mensen ontmoeten dan vaak niet de concrete persoon achter een mening, maar een beeld van een vermeende groep.

Dialooginitiatieven, mediation en gemeenschapsvorming kunnen bijdragen aan het herstellen van verbinding. Dit kan plaatsvinden binnen scholen, buurten, religieuze gemeenschappen, organisaties en lokale overheden.

Voorbeelden hiervan zijn gesprekken tussen verschillende levensbeschouwelijke groepen, buurtbemiddeling en projecten waarin burgers gezamenlijk werken aan maatschappelijke doelen.

De kern is dat sociale verbinding ontstaat door samenwerking en ontmoeting, niet alleen door discussie op afstand.

Religie en dialoog

Religieuze tradities kunnen zowel een bron van conflict als van verzoening zijn. Veel religies bevatten sterke waarden rond vrede, vergeving, rechtvaardigheid en zorg voor de ander.

Interreligieuze dialoog kan bijdragen aan beter begrip tussen gemeenschappen. Daarbij is het belangrijk dat verschillen niet worden verborgen, maar op een respectvolle manier worden besproken.

Een volwassen dialoog betekent niet dat religieuze of culturele verschillen verdwijnen. Het betekent dat mensen leren samenleven zonder dat verschil automatisch leidt tot vijandschap.

Resumerende

Dialoog, mediation en conflicttransformatie bieden belangrijke instrumenten voor maatschappelijke verbinding in situaties waarin wantrouwen en verdeeldheid zijn ontstaan.

Langdurige conflicten worden niet alleen opgelost door politieke afspraken, maar ook door herstel van menselijke relaties. Het voorbeeld van Roots laat zien dat persoonlijke ontmoeting ruimte kan creëren voor verandering, zelfs wanneer fundamentele politieke verschillen blijven bestaan.

Ook in Nederland kunnen dialoog en mediation bijdragen aan het verminderen van polarisatie en het versterken van sociale cohesie. Zij helpen mensen om elkaar niet uitsluitend te zien vanuit groepsidentiteit of conflict, maar opnieuw als menselijke gesprekspartners.

Conflicttransformatie begint daarom vaak met een eenvoudige maar moeilijke stap: bereid zijn om de ander werkelijk te ontmoeten.



#HET #ADI #MODEL #BESCHOUWD #VANUIT #HALOCHISCH #PERSPECTIEF: #LEREN, #ONDERWIJZEN #EN #IEDER #KIND #TOT #BLOEI #LATEN #KOMEN

  #HET #ADI #MODEL #BESCHOUWD #VANUIT #HALOCHISCH #PERSPECTIEF: #LEREN, #ONDERWIJZEN #EN #IEDER #KIND #TOT #BLOEI #LATEN #KOMEN Een Joodse...