Opinie: Geen nieuwe rode lijnen, maar een open hart binnen de PKN
Door: #Rabbijn #Simon #Bornstein®
Op 20 maart willen predikanten binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) opnieuw een “rode lijn” trekken.
Als rabbijn kijk ik met zorg naar deze ontwikkeling. Niet omdat grenzen per definitie verkeerd zijn, maar omdat rode lijnen in kerkelijk en maatschappelijk debat zelden het begin zijn van gesprek — ze zijn vaak het einde ervan.
De verleiding van het morele gelijk
In tijden van polarisatie is het begrijpelijk dat geloofsgemeenschappen zich willen uitspreken.
Stilte kan voelen als medeplichtigheid. Maar wanneer predikanten rode lijnen trekken, verschuift de toon van pastoraal naar politiek, van ontmoeting naar markering. Wie de lijn niet onderschrijft, komt aan de verkeerde kant te staan.
Als rabbijn weet ik hoe kwetsbaar religieuze minderheden zijn wanneer morele taal wordt ingezet als grensbewaking. De Joodse traditie leert ons juist dat debat — machloket lesjem sjamajiem, een meningsverschil omwille van de hemel — heilig kan zijn.
In de Talmoed blijven zelfs minderheidsstemmen bewaard. Niet om ze te veroordelen, maar om te erkennen dat waarheid vaak meervoudig is.
Theologische bescheidenheid
Binnen zowel de kerk als de synagoge kennen wij het gevaar van religieuze absolutie.
Wanneer wij onze morele intuïties verheffen tot onwrikbare lijnen, lopen wij het risico God voor onze kar te spannen.
De Hebreeuwse Bijbel — die wij delen — laat zien dat zelfs profeten worstelen, twijfelen en soms teruggefloten worden.
Een rode lijn suggereert helderheid. Maar veel van de vraagstukken die vandaag spelen — oorlog en vrede, Israël en Palestina, recht en veiligheid, solidariteit en verantwoordelijkheid — zijn tragisch complex.
Wie ze reduceert tot een simpele morele scheidslijn, doet de werkelijkheid tekort.
De bijzondere verantwoordelijkheid van de PKN
De PKN draagt een historische verantwoordelijkheid in de relatie tot het Joodse volk.
Na de Sjoa heeft de kerk in Nederland — terecht — gezocht naar nieuwe theologische bescheidenheid en naar een houding van dialoog in plaats van vervanging. Die weg van ontmoeting is kostbaar.
Het trekken van rode lijnen in kwesties die het Joodse bestaan of de staat Israël raken, kan — ook al is het niet zo bedoeld — ervaren worden als eenzijdig of moraliserend.
Dat versterkt wantrouwen en sluit harten. Als rabbijn vraag ik: is dat wat wij willen?
Van rode lijn naar ronde tafel
Wat zou er gebeuren als 20 maart geen dag van markering werd, maar van ontmoeting? Geen rode lijn op de vloer, maar een ronde tafel in het midden.
Waar predikanten, rabbijnen, theologen en gemeenteleden samenkomen om te luisteren. Waar pijn wordt uitgesproken zonder onmiddellijk oordeel. Waar solidariteit niet exclusief is.
Religie hoort niet de taal van uitsluiting te spreken, maar van verantwoordelijkheid. Niet het gebaar van de grens, maar van de uitgestoken hand.
De wereld heeft al genoeg rode lijnen. Wat zij nodig heeft, zijn bruggenbouwers.
Als rabbijn bid ik dat de PKN op 20 maart niet kiest voor het trekken van lijnen, maar voor het openen van harten. Want wie een lijn trekt, bepaalt wie binnen en buiten staat. Maar wie een tafel dekt, nodigt uit.
En misschien is dat wel de meest profetische daad van allemaal.



