woensdag 23 september 2026

#TRAUMA, #VEERKRACHT #EN #DE #BEGELEIDING #VAN #VLUCHTELINGEN #EN #OORLOGSSLACHTOFFERS #IN #NEDERLAND

 


#TRAUMA, #VEERKRACHT #EN #DE #BEGELEIDING #VAN #VLUCHTELINGEN #EN #OORLOGSSLACHTOFFERS #IN #NEDERLAND

De betekenis van intergenerationeel trauma, culturele sensitiviteit en sociale verbondenheid in herstelprocessen

Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®

Abstract


Oorlog, genocide en gedwongen migratie hebben gevolgen die vaak verder reiken dan één generatie. Mensen die geweld, vervolging of verlies hebben meegemaakt, kunnen langdurige psychologische, sociale en existentiële gevolgen ervaren. Tegelijkertijd laten studies naar gemeenschappen die collectief geweld hebben doorstaan zien dat trauma niet alleen leidt tot kwetsbaarheid, maar ook tot vormen van veerkracht, solidariteit en herstel. Dit artikel onderzoekt de betekenis van intergenerationeel trauma voor de begeleiding van vluchtelingen en oorlogsslachtoffers in Nederland. Daarbij wordt aandacht besteed aan de wisselwerking tussen individuele ervaringen, familiegeschiedenis, culturele identiteit en maatschappelijke omstandigheden. Een effectieve begeleiding vraagt niet alleen professionele kennis van trauma, maar ook begrip voor historische achtergronden, religieuze en culturele waarden en de kracht van gemeenschappen.

Kernbegrippen


Trauma – intergenerationeel trauma – veerkracht – vluchtelingen – oorlogsslachtoffers – psychosociale begeleiding – cultuur – herstel – sociale verbondenheid

Inleiding


Oorlog en genocide behoren tot de meest ingrijpende menselijke ervaringen. De gevolgen van georganiseerd geweld beperken zich vaak niet tot het moment waarop het geweld plaatsvindt, maar kunnen generaties lang doorwerken. Mensen die vervolging, oorlog, marteling, verlies van familieleden of gedwongen migratie hebben meegemaakt, dragen soms langdurige psychologische en sociale gevolgen met zich mee.

In de afgelopen decennia is binnen de psychologie, sociologie en traumastudies steeds meer aandacht ontstaan voor de manier waarop collectieve ervaringen worden doorgegeven binnen families en gemeenschappen. Trauma wordt daarbij niet uitsluitend gezien als een individuele psychologische wond, maar ook als een ervaring die verbonden is met identiteit, herinnering, relaties en maatschappelijke omstandigheden.

Nederland ontvangt mensen uit verschillende conflictgebieden, waaronder Syrië, Afghanistan, Oekraïne, Eritrea en andere regio’s waar oorlog, politieke vervolging of instabiliteit hebben plaatsgevonden. Iedere vluchtgeschiedenis kent eigen kenmerken en gevolgen. Daarom vraagt de begeleiding van vluchtelingen en oorlogsslachtoffers om meer dan alleen praktische ondersteuning. Zij vereist begrip voor de persoonlijke en collectieve geschiedenis die mensen met zich meedragen.

Trauma als individuele en collectieve ervaring


Trauma wordt vaak beschreven als een ingrijpende gebeurtenis die het vermogen van mensen om veiligheid en controle te ervaren kan aantasten. Slachtoffers van oorlog en vervolging kunnen kampen met angst, verlieservaringen, verdriet, wantrouwen of gevoelens van machteloosheid.

Tegelijkertijd is trauma niet uitsluitend een individueel proces. Mensen leven binnen families en gemeenschappen waarin herinneringen, verhalen en emoties worden gedeeld. Een ouder die oorlog heeft meegemaakt, kan bijvoorbeeld bewust of onbewust bepaalde angsten, overtuigingen of beschermingsmechanismen doorgeven aan kinderen.

Binnen onderzoek naar intergenerationeel trauma wordt onderzocht hoe ervaringen van geweld en vervolging invloed kunnen hebben op volgende generaties. Dit betekent niet dat trauma automatisch wordt overgedragen, maar wel dat de gevolgen van historische gebeurtenissen kunnen doorwerken via opvoeding, familieverhalen, sociale omstandigheden en culturele patronen.

De overdracht van trauma kan zich uiten in kwetsbaarheid, maar ook in kracht. Families en gemeenschappen ontwikkelen vaak strategieën om met verlies en onzekerheid om te gaan. Deze vormen van veerkracht verdienen evenveel aandacht als de gevolgen van trauma.

Intergenerationeel trauma en veerkracht


Onderzoek naar overlevenden van genocides en massaal geweld heeft laten zien dat trauma en herstel vaak tegelijkertijd aanwezig zijn. De ervaringen van overlevenden van de genocide tegen de Tutsi’s in Rwanda vormen hiervan een belangrijk voorbeeld. De gevolgen van het geweld waren niet alleen zichtbaar bij directe slachtoffers, maar beïnvloedden ook familieverhoudingen, gemeenschapsstructuren en de manier waarop volgende generaties naar identiteit en veiligheid keken.

Tegelijkertijd ontwikkelden veel gemeenschappen vormen van herstel door middel van herinnering, sociale steun, religieuze praktijken en gezamenlijke wederopbouw. Dit laat zien dat mensen niet uitsluitend bepaald worden door hun trauma. Naast kwetsbaarheid bestaat ook het vermogen om betekenis te geven aan ervaringen en nieuwe vormen van verbondenheid op te bouwen.

Ook binnen andere historische contexten, zoals de ervaringen van Holocaustoverlevenden en hun nakomelingen, is aandacht besteed aan de complexe relatie tussen herinnering, verlies en identiteit. Sommige families dragen verhalen van angst en vervolging mee, terwijl andere families juist nadruk leggen op overleving, hoop en verantwoordelijkheid.

Deze inzichten zijn belangrijk voor professionals die met vluchtelingen werken. Een traumagerichte benadering moet ruimte bieden voor pijn en verlies, maar ook voor mogelijkheden tot herstel en persoonlijke ontwikkeling.

Vluchtelingenbegeleiding in de Nederlandse context


Nederland kent een lange geschiedenis van opvang van mensen die hun land hebben moeten verlaten vanwege oorlog, vervolging of politieke omstandigheden. De diversiteit onder vluchtelingen betekent dat begeleiding altijd maatwerk vereist.

Een belangrijk uitgangspunt is dat vluchtelingen niet uitsluitend als slachtoffers moeten worden gezien. Zij hebben vaak grote veerkracht getoond door gevaarlijke omstandigheden te overleven, nieuwe landen te bereiken en opnieuw een bestaan op te bouwen.

Tegelijkertijd mogen de gevolgen van oorlog en verlies niet worden onderschat. Professionals in zorg, onderwijs en maatschappelijke begeleiding kunnen geconfronteerd worden met mensen die complexe trauma’s ervaren. Dit vraagt om kennis van traumaverwerking, maar ook om culturele sensitiviteit.

Culturele achtergrond beïnvloedt bijvoorbeeld hoe mensen spreken over psychische klachten, familieverantwoordelijkheid, religie en hulpverlening. In sommige culturen wordt psychisch lijden eerder uitgedrukt in lichamelijke klachten of sociale problemen dan in psychologische termen. Een effectieve begeleiding houdt rekening met deze verschillen.

Religie, zingeving en herstel


Voor veel vluchtelingen speelt religie een belangrijke rol in het omgaan met verlies en onzekerheid. Religieuze tradities kunnen bronnen bieden van hoop, betekenisgeving en sociale steun.

Binnen verschillende geloofstradities bestaan concepten die mensen helpen omgaan met lijden en herstel. Gebed, gemeenschap, rituelen en morele overtuigingen kunnen bijdragen aan het hervinden van stabiliteit na traumatische ervaringen.

Professionele begeleiding hoeft geen religieuze rol over te nemen, maar kan wel erkennen dat levensbeschouwing voor veel mensen onderdeel is van hun identiteit en herstelproces. Een open houding tegenover religieuze en culturele waarden draagt bij aan vertrouwen tussen hulpverlener en cliënt.

Betekenis voor onderwijs, zorg en samenleving


Intergenerationeel trauma heeft niet alleen betekenis voor gespecialiseerde traumazorg, maar ook voor onderwijs en maatschappelijke begeleiding. Scholen kunnen leerlingen ontmoeten die indirect beïnvloed zijn door oorlogservaringen binnen hun familie. Begrip voor deze achtergronden helpt om gedrag beter te interpreteren en passende ondersteuning te bieden.

Ook gemeenten, sociale organisaties en zorginstellingen hebben baat bij kennis over vluchtgeschiedenissen en collectieve ervaringen. Problemen rondom integratie, participatie of welzijn kunnen niet altijd los worden gezien van eerdere ervaringen met geweld, verlies en onzekerheid.

Een samenleving die vluchtelingen uitsluitend benadert vanuit problemen kan hun mogelijkheden en bijdragen onvoldoende erkennen. Een samenleving die alleen nadruk legt op individuele verantwoordelijkheid zonder historische context te begrijpen, kan voorbijgaan aan belangrijke factoren die het dagelijks functioneren beïnvloeden.

Goede begeleiding zoekt daarom naar balans: erkenning van geleden schade én vertrouwen in menselijke mogelijkheden.

Resumerende


Trauma door oorlog, genocide en gedwongen migratie kan generaties overstijgen. Intergenerationeel trauma laat zien dat historische gebeurtenissen invloed kunnen blijven hebben op families en gemeenschappen. Tegelijkertijd tonen ervaringen van overlevenden wereldwijd dat mensen ook beschikken over grote mogelijkheden tot herstel, aanpassing en veerkracht.

Voor Nederland betekent dit dat de begeleiding van vluchtelingen en oorlogsslachtoffers vraagt om een brede benadering. Psychologische kennis moet worden verbonden met historische bewustwording, culturele sensitiviteit en aandacht voor sociale relaties.

Professionals in onderwijs, zorg en maatschappelijke organisaties kunnen betere ondersteuning bieden wanneer zij niet alleen kijken naar wat mensen hebben verloren, maar ook naar de bronnen van kracht die zij meenemen.

Een samenleving die ruimte biedt voor verhalen van trauma én veerkracht, draagt bij aan herstel, participatie en sociale verbondenheid.


woensdag 16 september 2026

#HOLOCAUSTEDUCATIE, #BURGERSCHAP #EN #INTERCULTURELE #DIALOOG #IN #EEN #DIVERSE #NEDERLANDSE #SAMENLEVING


 


#HOLOCAUSTEDUCATIE, #BURGERSCHAP #EN #INTERCULTURELE #DIALOOG #IN #EEN #DIVERSE #NEDERLANDSE #SAMENLEVING

Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®


De betekenis van historische herinnering, morele vorming en ontmoeting in een pluralistische maatschappij

Abstract

Holocausteducatie vormt een belangrijk onderdeel van de Nederlandse historische en morele vorming. De herinnering aan de vernietiging van de Europese Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is niet alleen verbonden met kennis over het verleden, maar ook met hedendaagse vraagstukken rond burgerschap, discriminatie en sociale verantwoordelijkheid. In een steeds diversere Nederlandse samenleving ontstaat de uitdaging om Holocausteducatie te verbinden met interculturele dialoog zonder de historische specificiteit van de Holocaust te verliezen. Dit artikel onderzoekt de betekenis van Holocausteducatie voor burgerschapsvorming en bespreekt hoe ontmoeting tussen verschillende culturele en religieuze groepen kan bijdragen aan wederzijds begrip. Daarbij wordt aandacht besteed aan historische herinnering, Joodse perspectieven, de ervaringen van andere minderheidsgroepen en de rol van onderwijs in het bevorderen van een democratische cultuur.

Kernbegrippen

Holocausteducatie – burgerschap – historische herinnering – interculturele dialoog – antisemitisme – discriminatie – identiteit – sociale verbondenheid

Inleiding

De herinnering aan de Holocaust heeft een centrale plaats binnen de Nederlandse geschiedschrijving, het publieke debat en het onderwijs. De vervolging en vernietiging van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog vormen een van de meest ingrijpende gebeurtenissen uit de Europese geschiedenis. In Nederland heeft deze geschiedenis een bijzondere betekenis vanwege de omvang van de vervolging en de gevolgen daarvan voor de Joodse gemeenschap.

Holocausteducatie heeft daarom niet alleen een historische functie, maar ook een morele en maatschappelijke betekenis. Het onderwijs over de Holocaust gaat niet uitsluitend over gebeurtenissen uit het verleden, maar stelt fundamentele vragen over menselijke waardigheid, verantwoordelijkheid en de gevolgen van uitsluiting.

Tegelijkertijd wordt Nederland gekenmerkt door culturele, religieuze en etnische diversiteit. Burgers hebben verschillende familiegeschiedenissen, herinneringen en ervaringen met discriminatie of vervolging. Deze diversiteit vraagt om een onderwijsbenadering waarin de uniciteit van de Holocaust wordt erkend en tegelijkertijd ruimte bestaat voor gesprek over bredere thema’s zoals racisme, vooroordelen en mensenrechten.

De uitdaging bestaat erin om herinnering niet te veranderen in een instrument van tegenstelling, maar in een middel voor ontmoeting. Holocausteducatie kan bijdragen aan een samenleving waarin historische kennis wordt verbonden met actief burgerschap en respect voor de ander.

Historische herinnering als basis voor morele vorming

Collectieve herinnering speelt een belangrijke rol in de manier waarop samenlevingen zichzelf begrijpen. De herinnering aan de Holocaust heeft in Europa geleid tot een sterk bewustzijn van de gevaren van antisemitisme, racisme en totalitaire ideologieën.

Binnen de Joodse traditie heeft herinnering (zachor) een bijzondere betekenis. Herinneren is niet alleen terugkijken naar het verleden, maar ook een morele opdracht voor het heden. De verhalen van slachtoffers en overlevenden dragen een verantwoordelijkheid over aan volgende generaties: de noodzaak om menselijke waardigheid te beschermen en onverschilligheid tegenover onrecht te bestrijden.

Holocausteducatie sluit hierbij aan door leerlingen niet alleen historische feiten aan te leren, maar hen ook te laten nadenken over morele keuzes. Hoe konden gewone mensen deelnemen aan uitsluiting en vervolging? Welke rol speelden gehoorzaamheid, angst, propaganda en groepsdenken? En welke verantwoordelijkheid hebben individuen wanneer fundamentele rechten van anderen worden bedreigd?

Deze vragen maken de Holocaust relevant voor hedendaagse burgerschapsvorming. Het verleden wordt daarmee geen afgesloten hoofdstuk, maar een bron van reflectie op de samenleving van vandaag.

Holocausteducatie in een diverse samenleving

De Nederlandse samenleving is veranderd door migratie, globalisering en culturele ontwikkeling. Leerlingen in Nederlandse scholen brengen verschillende religieuze en culturele achtergronden mee naar het klaslokaal. Sommigen hebben familiegeschiedenissen die verbonden zijn met kolonialisme, oorlog, migratie of andere vormen van vervolging en uitsluiting.

Deze diversiteit biedt mogelijkheden voor verdieping, maar kan ook leiden tot spanningen wanneer historische gebeurtenissen verschillend worden beleefd of geïnterpreteerd. Holocausteducatie vraagt daarom om pedagogische zorgvuldigheid.

Een belangrijke uitgangspunt is dat de Holocaust als historische gebeurtenis een eigen plaats behoudt. De systematische vernietiging van de Europese Joden door nazi-Duitsland en zijn bondgenoten was een specifiek historisch proces met een eigen ideologische en politieke context. Tegelijkertijd kunnen lessen uit deze geschiedenis bijdragen aan het begrijpen van bredere mechanismen van ontmenselijking en uitsluiting.

Een goede educatieve benadering vermijdt zowel relativering als instrumentalisering. Het vergelijken van verschillende vormen van leed kan waardevol zijn wanneer dit leidt tot beter begrip, maar problematisch wanneer historische verschillen worden genegeerd.

Interculturele ontmoeting en het belang van persoonlijke verhalen

Onderzoek naar interculturele ontmoetingen laat zien dat persoonlijke contacten invloed kunnen hebben op beelden die groepen over elkaar hebben. Wanneer mensen elkaars verhalen leren kennen, ontstaat ruimte voor nuance en vermindering van vooroordelen.

Dit geldt ook voor gesprekken tussen Joodse en Arabische gemeenschappen, waarin vaak complexe historische en politieke gevoeligheden aanwezig zijn. Persoonlijke ontmoetingen kunnen helpen om individuen niet uitsluitend te zien als vertegenwoordigers van een groep, maar als mensen met eigen ervaringen, herinneringen en overtuigingen.

Verhalen van families, migratiegeschiedenissen en persoonlijke ervaringen kunnen een belangrijke rol spelen in onderwijs en maatschappelijke dialoog. Zij maken abstracte historische thema’s concreet en menselijk.

Interculturele dialoog betekent echter niet dat alle verschillen verdwijnen. Een volwassen dialoog erkent juist dat mensen verschillende historische perspectieven kunnen hebben. Het doel is niet volledige overeenstemming, maar het ontwikkelen van begrip, respect en het vermogen om samen te leven binnen een democratische samenleving.

Antisemitisme, racisme en hedendaagse verantwoordelijkheid

Een belangrijk doel van Holocausteducatie is het herkennen van hedendaagse vormen van antisemitisme, racisme en uitsluiting. De geschiedenis van de Holocaust laat zien dat discriminatie vaak begint met taal, stereotypering en sociale uitsluiting voordat zij kan leiden tot systematisch geweld.

In Nederland blijft de bestrijding van antisemitisme een belangrijke maatschappelijke opdracht. Tegelijkertijd vraagt een inclusieve samenleving ook aandacht voor andere vormen van racisme en discriminatie waarmee verschillende groepen worden geconfronteerd.

Burgerschapsonderwijs heeft hierbij een verbindende functie. Het helpt leerlingen begrijpen dat de bescherming van één minderheidsgroep verbonden is met bredere principes van menselijke waardigheid en gelijke rechten.

De herinnering aan de Holocaust kan daarom functioneren als een universele waarschuwing tegen ontmenselijking, terwijl de historische specificiteit van de Holocaust behouden blijft.

De rol van onderwijs en maatschappelijke instellingen

Scholen, musea en maatschappelijke organisaties spelen een belangrijke rol bij het doorgeven van historische kennis. Effectieve Holocausteducatie vraagt meer dan het aanbieden van informatie; zij vraagt om gesprek, reflectie en ontmoeting.

Docenten hebben hierbij een belangrijke verantwoordelijkheid. Zij moeten ruimte bieden voor vragen en discussie, maar ook historische feiten en menselijke waardigheid als uitgangspunt behouden.

Ook religieuze gemeenschappen kunnen bijdragen aan deze dialoog. Joodse, christelijke, islamitische en andere levensbeschouwelijke tradities beschikken over bronnen die reflectie op verantwoordelijkheid, solidariteit en rechtvaardigheid ondersteunen.

Een samenleving die haar verleden serieus neemt, ontwikkelt betere mogelijkheden om met hedendaagse spanningen om te gaan.

Resumerende

Holocausteducatie is meer dan onderwijs over een historische gebeurtenis. Het is een vorm van morele en maatschappelijke vorming die verbonden is met de kernwaarden van democratisch burgerschap.

In een diverse Nederlandse samenleving ligt de uitdaging in het combineren van historische verantwoordelijkheid met interculturele dialoog. De Holocaust moet worden onderwezen als een unieke historische gebeurtenis, terwijl de lessen ervan kunnen bijdragen aan het herkennen en bestrijden van hedendaagse vormen van discriminatie en uitsluiting.

Een samenleving waarin verschillende historische ervaringen worden erkend en besproken, creëert betere voorwaarden voor wederzijds begrip. Dialoog betekent niet dat verschillen verdwijnen, maar dat mensen leren omgaan met verschillen op basis van kennis, respect en menselijke waardigheid.

Juist door herinnering te verbinden met ontmoeting kan Holocausteducatie bijdragen aan een samenleving waarin vrijheid, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid niet alleen historische begrippen zijn, maar levende waarden voor toekomstige generaties.



woensdag 9 september 2026

#RELIGIE, #ETHIEK #EN# NEDERLANDS #BUITENLANDS #BELEID #TEN #AANZIEN #VAN #ISRAËL #EN #HET MIDDEN- #OOSTEN



#RELIGIE, #ETHIEK #EN# NEDERLANDS #BUITENLANDS #BELEID #TEN #AANZIEN #VAN #ISRAËL #EN #HET MIDDEN- #OOSTEN

De betekenis van religieuze tradities, historische verantwoordelijkheid en politieke realiteit in internationale betrekkingen

Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®


Abstract

De verhouding tussen religie, ethiek en buitenlands beleid vormt een complex en voortdurend terugkerend vraagstuk binnen de internationale betrekkingen. Het Midden-Oosten is een regio waarin religieuze tradities, historische ervaringen en politieke belangen diep met elkaar verweven zijn. Dit artikel onderzoekt hoe religieuze en ethische overwegingen een rol kunnen spelen in de wijze waarop Nederland zijn positie ten aanzien van Israël en het Midden-Oosten bepaalt. Daarbij wordt aandacht besteed aan de spanning tussen morele waarden, historische verantwoordelijkheid, internationale rechtsorde en geopolitieke belangen. Vanuit een perspectief dat zowel de religieuze dimensie als de diplomatieke praktijk serieus neemt, wordt betoogd dat een evenwichtig beleid vraagt om historische kennis, culturele sensitiviteit en een realistische beoordeling van politieke mogelijkheden.

Kernbegrippen

Religie – ethiek – diplomatie – Israël – Midden-Oosten – Nederlands buitenlands beleid – internationale betrekkingen – politiek realisme

Inleiding

Het Nederlandse buitenlands beleid wordt vaak gekenmerkt door een combinatie van normatieve waarden en nationale belangen. Nederland profileert zich internationaal als een voorstander van mensenrechten, internationale samenwerking en een op regels gebaseerde wereldorde. Tegelijkertijd is het Nederlandse optreden ingebed in een internationale werkelijkheid waarin veiligheid, economische belangen, regionale stabiliteit en strategische relaties een belangrijke rol spelen.

De relatie tussen Nederland en Israël, evenals de bredere Nederlandse betrokkenheid bij het Midden-Oosten, kan niet uitsluitend worden verklaard vanuit hedendaagse politieke belangen. Historische ervaringen en religieuze tradities hebben eveneens invloed op de wijze waarop deze regio wordt geïnterpreteerd. Binnen Europa heeft met name de Holocaust een diepgaande betekenis gekregen voor de omgang met de staat Israël en voor het bewustzijn van verantwoordelijkheid tegenover Joodse gemeenschappen.

Tegelijkertijd vereist een verantwoord buitenlands beleid erkenning van de complexe geschiedenis en de ervaringen van verschillende bevolkingsgroepen in het Midden-Oosten. De geschiedenis van het Palestijnse volk, de Arabische wereld, islamitische tradities en regionale politieke ontwikkelingen vormen eveneens essentiële onderdelen van een volledige analyse.

Een diplomatieke benadering vraagt daarom om een dubbele blik: enerzijds aandacht voor morele principes en historische lessen, anderzijds een realistische beoordeling van macht, belangen en haalbare oplossingen.

Religie en internationale politiek

Hoewel moderne staten vaak worden beschouwd als seculiere politieke entiteiten, blijft religie een belangrijke factor in internationale betrekkingen. Religieuze tradities beïnvloeden ideeën over rechtvaardigheid, vrede, menselijke waardigheid en verantwoordelijkheid. Zij vormen niet alleen persoonlijke overtuigingen, maar ook culturele kaders waarmee samenlevingen politieke gebeurtenissen interpreteren.

Binnen de Joodse traditie spelen begrippen als tsedek (gerechtigheid), misjpat (rechtvaardigheid volgens de wet) en de waarde van het menselijk leven (piekoeach nefesj) een belangrijke rol in morele reflectie. Deze begrippen benadrukken zowel verantwoordelijkheid voor de eigen gemeenschap als de universele waardigheid van de ander.

Ook christelijke en islamitische tradities bevatten sterke ethische concepten rond vrede, bescherming van kwetsbaren en rechtvaardig bestuur. Religie kan daardoor zowel een bron van conflict als een bron van verzoening zijn. De geschiedenis laat zien dat religieuze taal soms wordt gebruikt om politieke tegenstellingen te versterken, maar ook om dialoog en samenwerking mogelijk te maken.

Het denken van de Amerikaanse theoloog en politiek filosoof Reinhold Niebuhr biedt een relevant kader voor deze problematiek. Zijn vorm van christelijk realisme benadrukt dat politieke idealen noodzakelijk zijn, maar dat internationale politiek altijd wordt beïnvloed door macht, belangen en menselijke beperkingen. Een buitenlands beleid dat uitsluitend gebaseerd is op idealen kan onvoldoende rekening houden met de complexe werkelijkheid waarin staten opereren.

Voor diplomatie betekent dit dat ethiek en realisme niet tegenover elkaar hoeven te staan. Juist een volwassen diplomatie probeert morele uitgangspunten te verbinden met praktische mogelijkheden.

Historische verantwoordelijkheid en de Nederlandse positie ten aanzien van Israël

De Nederlandse relatie met Israël wordt mede gevormd door Europese geschiedenis. De vervolging en vernietiging van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben een blijvende invloed gehad op het Europese politieke bewustzijn. Voor veel Europese landen betekent de herinnering aan de Holocaust een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van de veiligheid van Joodse gemeenschappen en het voortbestaan van Israël als Joodse staat.

Deze historische verantwoordelijkheid moet echter zorgvuldig worden geïnterpreteerd. Zij betekent niet dat alle politieke keuzes van een staat automatisch buiten kritiek vallen. Ook staten die historische trauma’s dragen, blijven onderworpen aan internationale normen en juridische principes.

Een evenwichtige diplomatieke houding vereist daarom erkenning van meerdere waarheden tegelijk. De historische noodzaak van veiligheid voor Israël bestaat naast de legitieme zorgen over rechten, vrijheid en toekomstperspectief van Palestijnen. Een duurzame politieke benadering vraagt om aandacht voor zowel veiligheid als rechtvaardigheid.

Nederland bevindt zich hierbij in een bijzondere positie. Als Europees land met historische banden met Israël, maar ook als voorstander van internationaal recht en mensenrechten, moet Nederland voortdurend zoeken naar een balans tussen solidariteit, kritiek en diplomatieke verantwoordelijkheid.

Politieke realiteit en diplomatieke afwegingen

Internationale betrekkingen worden niet alleen bepaald door waarden, maar ook door strategische omstandigheden. Het Midden-Oosten kent complexe veiligheidsvraagstukken, regionale machtsverhoudingen en langdurige conflicten. Een buitenlands beleid dat deze realiteit negeert, loopt het risico morele principes te formuleren zonder effectieve invloed te kunnen uitoefenen.

Diplomatie vraagt daarom om kennis van geschiedenis, religie en cultuur. Een gesprek over Israël en het Midden-Oosten kan niet uitsluitend worden gevoerd vanuit hedendaagse politieke categorieën. De betekenissen die gemeenschappen geven aan land, identiteit, religie en veiligheid zijn vaak verbonden met eeuwenlange historische ervaringen.

Voor Nederlandse beleidsmakers betekent dit dat expertise over religieuze tradities en regionale culturen een belangrijke aanvulling vormt op klassieke diplomatieke kennis. Een diplomaat die alleen politieke belangen analyseert, mist een deel van de werkelijkheid. Evenzo kan een uitsluitend religieuze interpretatie onvoldoende rekening houden met de complexe dynamiek van moderne staten.

Betekenis voor onderwijs en samenleving

De relatie tussen religie, ethiek en buitenlands beleid heeft ook betekenis voor het Nederlandse onderwijs en maatschappelijk debat. Discussies over Israël en het Midden-Oosten leiden regelmatig tot sterke emoties en maatschappelijke verdeeldheid. Dit maakt het noodzakelijk dat onderwijsinstellingen ruimte bieden voor historische verdieping, kritisch denken en respectvolle dialoog.

Binnen burgerschapsonderwijs is het belangrijk dat leerlingen leren omgaan met complexe internationale vraagstukken. Dit betekent niet dat alle standpunten gelijkwaardig zijn, maar wel dat studenten leren argumenten te beoordelen op basis van historische kennis, feiten en ethische overwegingen.

Een academische benadering kan bijdragen aan het verminderen van stereotypering. Kennis van Joodse, christelijke en islamitische tradities helpt om religieuze dimensies beter te begrijpen. Tegelijkertijd voorkomt historische kennis dat hedendaagse politieke conflicten worden gereduceerd tot eenvoudige tegenstellingen tussen groepen.

Resumerende

Religie, ethiek en politiek blijven nauw verbonden binnen internationale betrekkingen. Het Nederlandse beleid ten aanzien van Israël en het Midden-Oosten kan niet volledig worden begrepen vanuit geopolitieke belangen alleen. Historische ervaringen, religieuze tradities en morele waarden spelen eveneens een belangrijke rol.

Een verantwoord buitenlands beleid vereist een voortdurende dialoog tussen principes en realiteit. Historische verantwoordelijkheid vraagt om bewustzijn en zorgvuldigheid, terwijl internationale diplomatie ook vraagt om praktische wijsheid en realistische beoordeling van mogelijkheden.

Voor Nederland ligt de uitdaging in het ontwikkelen van een beleid dat zowel morele overtuigingen als politieke complexiteit serieus neemt. Dit betekent luisteren naar verschillende historische ervaringen, respect tonen voor religieuze tradities en tegelijkertijd vasthouden aan universele principes van menselijke waardigheid en internationaal recht.

Juist in een regio waar religie, geschiedenis en politiek zo sterk verweven zijn, blijft diplomatie uiteindelijk een zoektocht naar rechtvaardigheid onder moeilijke omstandigheden.


dinsdag 1 september 2026

#WANNEER #WAARHEID #WANKELT: #EEN #RABBIJNSE #DIALOOG #MET #KLAUS #OSCHEMA #OVER #EPISTEMISCHE #ONZEKERHEID.


 

Wanneer waarheid wankelt: een rabbijnse dialoog met Klaus Oschema over epistemische onzekerheid



Klaus Oschema is een van de belangrijkste hedendaagse Duitse mediëvisten op het gebied van de laatmiddeleeuwse cultuur-, kennis- en ideeëngeschiedenis. Sinds september 2023 is hij directeur van het #Deutsches #Historisches #Institut #Paris. Daarnaast is hij (tijdelijk met verlof) hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis aan de Ruhr-Universität Bochum.



Zijn onderzoek onderscheidt zich doordat hij de Middeleeuwen niet ziet als een statische wereld van vaste waarheden, maar als een samenleving waarin mensen voortdurend onderhandelden over kennis, gezag, waarheid en sociale orde. Hij combineert klassieke politieke geschiedenis met cultuurgeschiedenis, kennisgeschiedenis en historische antropologie.


Oschema sluit aan bij aan bij denkers als: Michel de Certeau (geschiedschrijving als praktijk), Paul Ricoeur (herinnering, geschiedenis en narratief), Reinhart Koselleck (begripsgeschiedenis), Hayden White (de narratieve structuur van geschiedenis).

Oschema is echter minder postmodern dan Hayden White. Hij ontkent niet dat historische waarheid bestaat; hij onderzoekt vooral hoe mensen tot overtuigingen over waarheid komen en welke procedures die overtuigingen geloofwaardig maken.


Het wetenschapprlijk debat rond het thema "Wanneer de waarheid wankelt. Epistemische onzekerheid in de Duitse en Franse Hisstoriografie van de late Middeleeuwen" confronteert de ons met een vraag die even oud is als de menselijke beschaving: hoe spreken wij waarheidsgetrouw over een verleden dat wij nooit rechtstreeks kunnen waarnemen?



#Klaus #Oschema laat overtuigend zien dat laatmiddeleeuwse Duitse en Franse kroniekschrijvers zich veel bewuster waren van de kwetsbaarheid van historische kennis dan lange tijd werd aangenomen. Hun geschiedschrijving was geen naïeve registratie van feiten, maar een voortdurende afweging van getuigenissen, autoriteiten, herinneringen en interpretaties. Waarheid was geen vanzelfsprekend bezit, maar een intellectuele opgave.


Als rabbijn herken ik in deze analyse onmiddellijk een fundamenteel kenmerk van de halachische traditie. Ook de rabbijnen hebben zich eeuwenlang beziggehouden met de vraag hoe de mens betrouwbare kennis kan verkrijgen wanneer hij slechts beschikt over fragmenten van de werkelijkheid. 


Toch zou ik Oschema op een belangrijk punt willen aanvullen. De halloche deelt zijn aandacht voor de menselijke beperktheid, maar zij weigert waarheid te reduceren tot het resultaat van sociale of discursieve processen. Integendeel: juist omdat waarheid bestaat en de mens haar nooit volledig bezit, is een gedisciplineerde methode van interpretatie noodzakelijk.


Waarheid als verbond


In de Joodse traditie is waarheid (emmes) niet in de eerste plaats een epistemologisch begrip, maar een eigenschap van God zelf. De profeet Jeremia noemt de Eeuwige "Adonai Elauhiem emmes" (Jeremia 10:10), en de Babylonische Talmoed (Sjabbes 55a) spreekt over waarheid als het "zegel van de Heilige, gezegend zij Hij". 


Waarheid is daarom geen menselijke constructie, maar een werkelijkheid waaraan de mens zich dient te conformeren.


Dat verklaart ook het opmerkelijke gebod uit Exodus 23:7:


Miedvor sjeker tirchok — "Houd afstand van onwaarheid."

 

De Tauroh verbiedt niet slechts de leugen; zij gebiedt afstand te bewaren van iedere situatie waarin waarheid wordt vertroebeld. De rabbijnen zagen hierin een uitzonderlijk breed ethisch beginsel. Niet alleen wat wij zeggen, maar ook hoe wij onderzoeken, argumenteren en oordelen, behoort onder het gebod van de waarheid te staan.


Daarmee ontstaat onmiddellijk een verbinding met Oschema. Ook zijn analyse maakt duidelijk dat waarheid niet ontstaat zonder methodische discipline. Toch blijft het verschil fundamenteel. Voor de halloche is discipline niet de bron van waarheid, maar de voorwaarde om haar zo goed mogelijk te benaderen.


De Talmoed als school van epistemische bescheidenheid


Wie de Babylonische Talmoed openslaat, ontdekt geen verzameling onbetwistbare zekerheden. Vrijwel iedere bladzijde bestaat uit debat, kritiek, alternatieve interpretaties en correcties. Dat is geen teken van onzekerheid in negatieve zin, maar een erkenning van de beperktheid van menselijke kennis.


De beroemde uitspraak uit Eroevien 13b luidt:


Eiloe ve-eiloe divrei Eilauhiem chajiem — "Deze én gene zijn woorden van de levende God."

 

Vaak wordt deze passage aangehaald alsof de Talmoed alle waarheidsclaims relativeert. Dat is echter een moderne projectie. De Talmoed zegt niet dat iedere interpretatie waar is, maar dat meerdere zorgvuldig beargumenteerde interpretaties kunnen deelnemen aan dezelfde zoektocht naar de goddelijke waarheid. Uiteindelijk moet de halloche echter één normatieve beslissing nemen.


Dit onderscheid tussen interpretatieve pluraliteit en normatieve verantwoordelijkheid verdient ook aandacht binnen de historiografie. Historici beschikken vaak over meerdere plausibele lezingen van dezelfde bron. Dat betekent niet dat alle interpretaties gelijkwaardig zijn, maar dat waarheid slechts toegankelijk wordt via een kritisch proces van argumentatie.


Getuigen en de grenzen van kennis


Opvallend is hoe sterk de rabbijnse rechtsleer de betrouwbaarheid van menselijke kennis problematiseert. In Misjne Sanhedrin en de daarop gebaseerde Talmoedische discussies worden getuigen uitvoerig ondervraagd. 


Tegenstrijdigheden, hoe klein ook, kunnen een getuigenverklaring ondermijnen. De rechters worden voortdurend herinnerd aan de mogelijkheid van dwaling.


Misjne Sanhedrin 4:5 leert dat wie één mens ten onrechte veroordeelt, handelt alsof hij een hele wereld vernietigt. Achter deze uitspraak schuilt een diep epistemologisch besef: menselijke kennis is feilbaar, en juist daarom moet het onderzoek uiterst zorgvuldig zijn.


Hier ontmoet de halloche Oschema opnieuw. Ook de laatmiddeleeuwse kroniekschrijvers die hij onderzoekt, beseffen dat getuigenissen niet vanzelf betrouwbaar zijn. Historische waarheid vraagt om bronkritiek, vergelijking en voortdurende reflectie op de positie van de auteur.


"De Tauroh is niet in de hemel"


Het meest intrigerende rabbijnse antwoord op epistemische onzekerheid vinden wij wellicht in het beroemde verhaal van de "Oven van Achnai" (Bava Metzia 59b).


Rabbi Eliëzer verdedigt zijn hallochische standpunt met wonderen. Zelfs een hemelse stem verklaart dat hij gelijk heeft. Toch antwoorden de overige rabbijnen:


Lau ba-shomojiem hie — "De Tauroh is niet in de hemel."

 

Deze uitspraak wordt soms voorgesteld als een overwinning van democratie op openbaring. Dat is een misverstand. De rabbijnen ontkennen de waarheid van de hemelse stem niet; zij stellen dat God de verantwoordelijkheid voor halachische besluitvorming aan mensen heeft toevertrouwd. 


De waarheid wordt niet gecreëerd door de meerderheid, maar de gemeenschap draagt de verantwoordelijkheid om volgens vaste hermeneutische regels tot een beslissing te komen.


Juist hier zou ik Oschema willen uitdagen. Zijn analyse laat overtuigend zien hoe historische waarheidsclaims sociaal worden gelegitimeerd. De halloche voegt daaraan echter een tweede dimensie toe: legitimiteit is niet voldoende. Interpretatie blijft gericht op een waarheid die de gemeenschap overstijgt.


Dat onderscheid tussen ontologische waarheid en epistemische legitimatie lijkt mij essentieel. Zonder dat onderscheid dreigt waarheid uiteindelijk samen te vallen met de mechanismen die haar gezag verlenen.


Maimonides: waarheid boven autoriteit


Maimonides verdiept deze gedachte in de Gids der Verdoolden. Menselijke kennis is noodzakelijk begrensd; alleen God kent de werkelijkheid onmiddellijk. De mens kent haar slechts via waarneming, redenering en interpretatie.


Daarom schrijft Maimonides dat men de waarheid moet aanvaarden, ongeacht wie haar uitspreekt. Autoriteit is belangrijk, maar nooit absoluut. Argumenten moeten worden beoordeeld op hun inhoud.


Deze intellectuele houding sluit verrassend goed aan bij de methode van de historicus. Ook historici behoren bronnen niet te geloven vanwege hun prestige, maar vanwege hun betrouwbaarheid, hun onderlinge samenhang en hun verklarende kracht.


Soloveitchik en de normatieve werkelijkheid


Rabbijn Joseph B. Soloveitchik gaat nog een stap verder. In Halakhic Man beschrijft hij de hallochische geleerde niet als een passieve waarnemer van de werkelijkheid, maar als iemand die de werkelijkheid interpreteert binnen een normatief raamwerk dat door de Tauroh wordt gevormd.


Ook hier ontstaat een vruchtbare vergelijking met Oschema. Beiden wijzen een eenvoudig positivisme af. Beiden erkennen dat interpretatie onvermijdelijk is. 


Maar waar Oschema laat zien hoe historische waarheid binnen sociale praktijken wordt gelegitimeerd, blijft Soloveitchik vasthouden aan een transcendente waarheid die door interpretatie wordt gezocht, niet geproduceerd.


Dat verschil is meer dan een religieuze nuance. Het raakt de kern van iedere epistemologie. Is waarheid uiteindelijk een eigenschap van de werkelijkheid, of van onze procedures?


Een rabbijnse vraag aan de historicus


Het werk van Klaus Oschema verdient grote waardering omdat het de complexiteit van laatmiddeleeuwse historiografie zichtbaar maakt. Zijn analyse bevrijdt ons van het misverstand dat middeleeuwse auteurs naïeve verzamelaars van feiten waren. Zij waren zich juist scherp bewust van de onzekerheid die iedere historische reconstructie begeleidt.


Toch blijft voor mij als rabbijn één vraag open.


Als waarheid volledig afhankelijk wordt van de discursieve processen waarmee zij wordt gelegitimeerd, op grond waarvan kunnen wij dan nog onderscheid maken tussen een verantwoord historisch oordeel en een overtuigende, maar uiteindelijk misleidende constructie?


De hallochische traditie zou antwoorden dat juist de erkenning van menselijke beperktheid vraagt om een objectieve oriëntatie op waarheid. Omdat niemand de waarheid volledig bezit, zijn wij gebonden aan methodische discipline, kritische dialoog, intellectuele nederigheid en de bereidheid onszelf voortdurend te laten corrigeren.


Misschien is dat uiteindelijk de diepste les die de Talmoed en de laatmiddeleeuwse historiografie met elkaar delen. Niet dat waarheid onbereikbaar is, maar dat zij nooit zonder verantwoordelijkheid kan worden gezocht. 


Waarheid wankelt niet omdat zij zelf instabiel is, maar omdat de mens haar slechts benadert met de beperkte middelen van taal, herinnering en interpretatie. Juist daarom blijft de zoektocht naar emmes zowel een wetenschappelijke als een religieuze roeping.

maandag 31 augustus 2026

#IN #MEMORIAM. #PARDES #DOCENT #RABBIJN #DR. #LEO #MOCK

 



#IN #MEMORIAM. #PARDES #DOCENT #RABBIJN #DR. #LEO #MOCK

Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®

Op 31 augustus 2023 overleed onverwacht mijn collega Rabbijn Dr. Leo Mock, op de leeftijd van 55 jaar. Met zijn overlijden verloor de Nederlandse Joodse gemeenschap niet alleen een erudiete geleerde en docent, maar ook een bijzondere bemiddelaar tussen de academische bestudering van het Jodendom, de levende Joodse traditie en de bredere interreligieuze dialoog.

Zijn intellectuele en educatieve werkzaamheid werd gekenmerkt door een opmerkelijke combinatie van talmoedische geleerdheid, historische belangstelling, maatschappelijke betrokkenheid en een open houding tegenover andere religieuze en levensbeschouwelijke tradities.

Levensloop en intellectuele vorming

Leo Mock werd in 1968 geboren. Zijn intellectuele vorming vond plaats op het snijvlak van traditionele Joodse geleerdheid en de moderne academische wetenschap. Hij volgde in Israël een opleiding aan een jesjiwa, een talmoedhogeschool, en studeerde vervolgens Joodse Geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit in Ramat Gan. Daarnaast studeerde hij Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Deze combinatie van traditionele en academische vorming zou bepalend blijven voor zijn latere werk.

Mock behoorde daarmee tot een generatie Joodse geleerden voor wie de spanning tussen traditionele bronnenkennis en moderne wetenschappelijke methoden niet noodzakelijk een tegenstelling vormde. Integendeel: juist de wisselwerking tussen beide perspectieven bood volgens zijn werk mogelijkheden om het Jodendom in zijn historische, religieuze en maatschappelijke complexiteit te verstaan.

Van 1999 tot 2010 doceerde Mock Rabbinica aan de vakgroep Hebreeuws van de Universiteit van Amsterdam. In zijn onderwijs stonden onder meer Misjna, Talmoed en Midrasj centraal. Later was hij als docent Judaica verbonden aan Tilburg University. Ook bij het Joods Educatief Centrum Crescas speelde hij gedurende vele jaren een belangrijke rol als docent, cursusleider en auteur. Zijn onderwijs was niet uitsluitend gericht op kennisoverdracht. Het leren met en aan de Joodse bronnen — het lernen — vormde een wezenlijk onderdeel van zijn pedagogische praktijk.

Wetenschappelijk werk

Een belangrijk hoogtepunt in Mocks academische loopbaan was zijn promotie aan Tilburg University in december 2015. Hij promoveerde cum laude op een onderzoek naar het begrip Roeah Rangah in de rabbijnse responsaliteratuur van na 1945. Zijn proefschrift onderzocht de verhouding tussen kennis over de fysieke wereld en traditionele Joodse kennis. Daarmee betrad Mock een onderzoeksgebied waarin religieuze traditie, geschiedenis, antropologie, magie en rationaliteit elkaar raken.

Zijn onderzoek naar Roeach Rangah illustreert kenmerkend zijn wetenschappelijke benadering. Een ogenschijnlijk marginaal onderwerp — de notie van een schadelijke of kwade geest en de daarmee verbonden rituele praktijken — werd door hem verbonden met bredere vragen over religieuze kennis, lichamelijkheid, gender, hiërarchie, mystiek en wereldbeschouwing. Zijn studie liet daarmee zien dat traditionele religieuze concepten niet geïsoleerd moeten worden beschouwd, maar deel uitmaken van complexe systemen van betekenisgeving.

Zijn belangstelling voor magie en religieuze voorstellingen kwam ook naar voren in zijn bredere publicistische werk. Hij wist dergelijke thema's steeds te benaderen zonder ze vanuit een modern rationalistisch perspectief eenvoudigweg als achterhaald bijgeloof terzijde te schuiven. Juist de vraag hoe mensen binnen verschillende historische en religieuze contexten werkelijkheid begrijpen, stond centraal in zijn benadering.

Leo Mock en Stichting PaRDeS

Een bijzondere plaats in Mocks intellectuele en maatschappelijke werkzaamheid werd ingenomen door Stichting PaRDeS. Hij raakte al vroeg betrokken bij de kring rond de Folkertsma Stichting voor Talmudica, die later zou uitgroeien tot PaRDeS. Binnen deze stichting werd hij mijn collega en een vaste medewerker en speelde hij gedurende vele jaren een belangrijke rol in de ontwikkeling van het tijdschrift Tenachon. Volgens een in memoriam van Tilburg University droeg hij ongeveer twintig jaar aan het tijdschrift bij, met bijdragen over zeer uiteenlopende onderwerpen, waaronder grenzen, dialoog en mystiek.

De betekenis van zijn betrokkenheid bij PaRDeS moet worden begrepen tegen de achtergrond van de doelstelling van de stichting: het toegankelijk maken van Joodse bronnen voor een breed Joods en christelijk publiek en het bevorderen van interreligieuze dialoog. In die context was Mock meer dan een deskundige die kennis over Joodse bronnen overdroeg. Hij vertegenwoordigde een vorm van geleerdheid waarin studie, interpretatie en ontmoeting nauw met elkaar verbonden waren.

Ook in latere activiteiten van PaRDeS is deze lijn zichtbaar. In 2021 werd Leo Mock genoemd als bestuurslid van de stichting en leverde hij samen met Rasit Bal een bijdrage aan een publicatie over menselijke waardigheid en mensenrechten. De wijze waarop PaRDeS haar activiteiten omschreef — dialogisch spreken, denken en handelen, met erkenning van de gelijkwaardigheid van de ander en aandacht voor verschillen — sluit nauw aan bij het intellectuele en maatschappelijke profiel dat Mock gedurende zijn leven ontwikkelde.

Onderwijs als vorm van geleerdheid

Wie Mocks academische betekenis uitsluitend afmeet aan zijn publicaties of promotieonderzoek, doet hem uiteindelijk tekort. Een aanzienlijk deel van zijn intellectuele invloed lag in zijn onderwijs. Zowel aan de Universiteit van Amsterdam en Tilburg University als bij Crescas bracht hij generaties studenten en cursisten in aanraking met de rijkdom en complexiteit van de Joodse bronnen.

Crescas typeerde hem als een docent met een uitzonderlijk brede kennis, die zijn onderwerpen met humor, scherpte en betrokkenheid wist te behandelen. Zijn lessen verbonden Tenach, rabbijnse literatuur en Joodse geschiedenis met actuele maatschappelijke vragen. Daarmee maakte hij duidelijk dat de bestudering van Joodse bronnen niet slechts een historische activiteit is, maar ook een vorm van kritisch denken over het heden.

Deze pedagogische dimensie vormt wellicht een van de meest duurzame aspecten van zijn nalatenschap. Mock was een geleerde die zijn kennis niet afschermde binnen een specialistische academische omgeving. Hij bracht haar naar universiteiten, leerhuizen, cursussen, tijdschriften en publieke debatten. De academische studie van het Jodendom kreeg bij hem daardoor een uitgesproken publieke en educatieve betekenis.

Een geleerde tussen tradities

Een terugkerend motief in herinneringen aan Leo Mock is zijn vermogen om verbindingen te leggen. Tilburg University typeerde hem als een bruggenbouwer tussen Jodendom en christendom, maar ook tussen orthodoxe en liberale Joodse werelden. Deze typering is meer dan een persoonlijke kwalificatie. Zij raakt aan een wezenlijk aspect van zijn intellectuele methode.

Mock stond stevig in de orthodox-Joodse traditie, maar zijn betrokkenheid bij die traditie leidde niet tot intellectuele afsluiting. Integendeel, vanuit een sterke eigen positie was hij in staat het gesprek met andere tradities aan te gaan. Zijn deelname aan Joods-christelijke dialoog en zijn betrokkenheid bij interreligieuze initiatieven getuigen daarvan. Zijn uitgangspunt was niet het opheffen van verschillen, maar het serieus nemen ervan als voorwaarde voor een betekenisvolle ontmoeting.

Daarin ligt ook een belangrijke academische betekenis van zijn werk. Het Jodendom was voor Mock geen object dat uitsluitend van buitenaf bestudeerd moest worden. De levende traditie vormde tegelijkertijd bron, gesprekspartner en interpretatiekader. Zijn werk laat zien dat wetenschappelijke distantie en religieuze betrokkenheid niet noodzakelijk elkaars tegenpolen zijn, mits beide kritisch en zorgvuldig worden gehanteerd.

Nalatenschap

Leo Mock heeft een veelzijdig intellectueel oeuvre nagelaten, waarin wetenschappelijke studie, onderwijs, journalistieke en publieke bijdragen en interreligieuze betrokkenheid samenkomen. Zijn publicaties omvatten onder meer werken over dialoog, Joodse bronnen en religieuze traditie. Zijn betrokkenheid bij Tenachon, zijn honderden bijdragen en columns, zijn onderwijs aan verschillende instellingen en zijn werkzaamheden binnen PaRDeS en andere organisaties maakten hem tot een herkenbare en invloedrijke stem binnen de Nederlandse Joodse studie en het bredere levensbeschouwelijke veld.

Zijn overlijden markeert daarom niet alleen het einde van een persoonlijk leven, maar ook het wegvallen van een bijzondere intellectuele positie. Mock belichaamde een vorm van geleerdheid waarin traditionele kennis, historische kritiek, academisch onderzoek en maatschappelijke dialoog elkaar konden versterken. Zijn bijdrage lag juist in die verbindingen.

Voor Stichting PaRDeS is zijn nalatenschap in het bijzonder verbonden met het lernen: het gezamenlijk en voortdurend opnieuw bestuderen van Joodse bronnen, niet als afgesloten erfgoed, maar als levende teksten die nieuwe vragen kunnen oproepen. In dat opzicht blijft Leo Mock aanwezig in de traditie die hij mede heeft helpen vormgeven.

Zijn herinnering behoort daarmee niet alleen toe aan zijn familie, vrienden, leerlingen en collega's, maar ook aan allen die door zijn onderwijs en geschriften met de Joodse traditie in gesprek zijn geraakt. Zijn intellectuele erfenis bestaat uiteindelijk uit een uitnodiging om te blijven studeren, vragen te blijven stellen en verschillen niet als obstakels, maar als mogelijkheden tot werkelijk gesprek te beschouwen.

Ziechrauno lievrocho — moge zijn nagedachtenis tot zegen zijn.

#TRAUMA, #VEERKRACHT #EN #DE #BEGELEIDING #VAN #VLUCHTELINGEN #EN #OORLOGSSLACHTOFFERS #IN #NEDERLAND

  #TRAUMA, #VEERKRACHT #EN #DE #BEGELEIDING #VAN #VLUCHTELINGEN #EN #OORLOGSSLACHTOFFERS #IN #NEDERLAND De betekenis van intergenerationee...