donderdag 25 juni 2026

#IN #MEMORIAM: #BLOEME #EVERS #EMDEN, #DOCENTE #GODSDIENSTPSYCHOLOGIE


 

#EEN #GOED #HART #IN #WEST


Bij de 10e jaartijd van Bloeme Evers-Emden זיכרונה לברכה


Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®


Tien jaar zijn verstreken sinds het overlijden van Bloeme Evers-Emden, zichrauno liwrocho. Bij een jaartijd kijken wij niet alleen terug op een leven, maar stellen wij onszelf ook de vraag wat wij van dat leven kunnen leren. In de Joodse traditie is een herinnering pas werkelijk levend wanneer zij ons aanzet om zelf betere mensen te worden.



De Seifer HaChienoech leert een diep menselijk principe: "Ha'odam nief'al lefie pengoelausof" – de mens wordt gevormd door zijn daden. Niet alleen ons karakter bepaalt wat wij doen; juist wat wij steeds opnieuw doen, vormt uiteindelijk ons karakter. Iedere daad van vriendelijkheid maakt een mens vriendelijker. Iedere daad van rachmones opent het hart verder voor bamhartigheid.



De Rambam beschrijft hetzelfde beginsel vanuit een andere invalshoek. In zijn uitleg van de deugden benadrukt hij dat een mens zichzelf oefent in goede eigenschappen totdat zij een tweede natuur worden. Een rechtvaardig mens wordt niet als zodanig geboren; hij groeit ernaar toe door een leven lang bewust te kiezen voor goedheid, evenwicht en medemenselijkheid.



Wanneer wij aan Bloeme Evers-Emden denken, zien wij hoe waar deze woorden zijn.



Na alles wat zij had meegemaakt tijdens de Sjoah, na Auschwitz en na het verlies van haar jonge zoon, had niemand haar kwalijk kunnen nemen als zij zich had afgesloten van de wereld. Toch koos zij een andere weg.



Niet de weg van verbittering, maar van verbondenheid.



Niet de weg van wantrouwen, maar van vertrouwen.



Niet de weg van haat, maar van liefde voor het leven en voor de mensen om haar heen.



Dat was geen vanzelfsprekendheid. Dat was een levenslange keuze. Een keuze die haar hart steeds verder vormde.







De Rambam schrijft dat wij geroepen zijn de wegen van de Eeuwige na te volgen: zoals Hij barmhartig is, zo moeten ook wij barmhartig zijn; zoals Hij genadig is, zo behoren ook wij genadig te zijn. Dat is geen opdracht om op G'd te lijken in Zijn macht, maar in Zijn goedheid.



Wie Bloeme heeft gekend, zag iets van die opdracht werkelijkheid worden. Zij maakte ruimte voor anderen. Zij luisterde. Zij gaf moed. Zij schonk aandacht. Haar levensverhaal werd geen muur tussen haar en de wereld, maar juist een brug naar anderen. Zij werd mijn docente pastorale psychologie aan het Nederlands Isaëlitisch Seminarium; ‘trek maar aan de koperen trekbel, dan kom je vanzelf binnen.’



Daarom bleef zij voor velen een bron van inspiratie binnen de Joodse gemeenschap. Niet alleen door wat zij had meegemaakt, maar vooral door de wijze waarop zij daarna heeft geleefd.



Misschien is dat wel de diepste betekenis van een jaartijd. Wij herdenken niet alleen een verleden, maar ontvangen een opdracht voor de toekomst. Iedere herinnering roept de vraag op: welke daad van goedheid zal vandaag mijn hart vormen?



Want zoals de Seifer HaChienoech ons leert, vormen onze daden uiteindelijk wie wij zijn. En zoals de Rambam ons voorhoudt, groeit een mens uit tot een weerspiegeling van de goddelijke eigenschappen door steeds opnieuw te kiezen voor liefde, rechtvaardigheid en barmhartigheid.



Moge de herinnering aan Bloeme Evers-Emden ons blijven aansporen om die weg te gaan.



woensdag 24 juni 2026

#RABBIJN #EN #DE #SAS. #OVER #VERANTWOORDELIJKHEIS, #STRUCTUUR #EN #HET #BESCHERMEN #VAN #LEVEN

 




RABBIJN EN DE SAS. OVER VERANTWOORDELIJKHEIS, STRUCTUUR EN HET BESCHERMEN VAN LEVEN.



#Rabbijn #Simon #Bornstein®



Binnen de Joodse traditie neemt het principe van piekoeach nefesj — het redden van een leven — een centrale plaats in. Dit principe verplicht tot handelen wanneer het leven van een mens in gevaar is en overstijgt vrijwel alle andere religieuze voorschriften. Het onderstreept een fundamentele verantwoordelijkheid: het beschermen van menselijk leven is geen optie, maar een plicht.



Vanuit dit perspectief is de Systematische Aanpak Suïcidepreventie in de ggz (SAS GGZ) een initiatief dat bijzondere aandacht verdient. SAS GGZ brengt verschillende organisaties samen, waaronder 113, MIND en meerdere ggz-instellingen, met als doel de implementatie van de Richtlijn Suïcidaliteit te versterken en de zorg voor mensen met suïcidale gedachten en hun naasten te verbeteren.



Kenmerkend voor deze aanpak is de nadruk op structuur en samenhang. De vijf pijlers — signalering, diagnostiek, behandeling, samenwerking met naasten, inzet van ervaringsdeskundigheid en zorgvuldige verslaglegging — vormen gezamenlijk een geïntegreerd kader. Deze systematische benadering draagt bij aan consistentie en kwaliteit binnen de zorgpraktijk.



Met name de focus op signalering is van groot belang. Vroegtijdige herkenning van suïcidale signalen vergroot de mogelijkheid tot tijdig ingrijpen. In religieuze termen zou men kunnen zeggen dat het vermogen om te ‘zien’ een voorwaarde is om daadwerkelijk te kunnen redden. Zonder adequate signalering blijft hulp te vaak reactief in plaats van preventief.



Daarnaast is de expliciete betrokkenheid van naasten een waardevolle component. In veel tradities, waaronder de Joodse, wordt de mens niet als geïsoleerd individu beschouwd, maar als onderdeel van een sociaal en relationeel netwerk. Het betrekken van naasten erkent deze realiteit en versterkt de effectiviteit van de geboden zorg.



De inzet van ervaringsdeskundigheid verdient eveneens nadruk. Personen die zelf suïcidale gedachten hebben ervaren, brengen een vorm van kennis in die complementair is aan professionele expertise. Hun bijdrage kan leiden tot betere aansluiting bij de belevingswereld van cliënten en daarmee tot effectievere ondersteuning.



Tegelijkertijd vraagt een systematische aanpak om voortdurende aandacht voor de menselijke maat. Protocol en structuur zijn noodzakelijk, maar mogen niet leiden tot afstandelijkheid. Achter iedere registratie en iedere interventie staat een individu met een unieke levensgeschiedenis en kwetsbaarheid. Het is essentieel dat professionele zorg deze individualiteit blijft erkennen.



De SAS GGZ laat zien dat suïcidepreventie gebaat is bij samenwerking, kennisdeling en een duidelijke methodiek. Vanuit religieus perspectief kan dit worden gezien als een hedendaagse invulling van een tijdloos uitgangspunt: de bescherming van het leven vereist niet alleen intentie, maar ook organisatie en deskundigheid.



Daarmee vormt SAS GGZ niet alleen een praktisch instrument binnen de geestelijke gezondheidszorg, maar ook een bredere maatschappelijke oproep tot verantwoordelijkheid, alertheid en betrokkenheid.


woensdag 17 juni 2026

IN MEMORIAM - RABBIJN YAAKOV HOMNICK zt”l


In memoriam – Rav Yaakov Homnick zt”l


Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN
®


Met diepe eerbied en innerlijke stilte gedenken wij de petiroh van Rav Yaakov Homnick zt”l, een man van Tauroh, onderwijs en verantwoordelijkheid, die zijn leven wijdde aan het bouwen van generaties in de geest van de traditie van Jisraël.


Rav Yaakov Homnick groeide op in de Verenigde Staten, gevormd in de grote batei midrasj van zijn tijd, waar hij zich hechtte aan de wereld van limmoed haTauroh en de diepgang van de jeshivah-traditie. 


In zijn jaren als student werd hij gevormd door grote leraren, en hij droeg die overdracht van Tauroh later zijn hele leven met zich mee – niet als herinnering, maar als opdracht.


Zijn levensweg was er één van beweging en bouw: van Amerika naar Eretz Jisraël, van klaslokaal naar leiding, van individuele leerling naar gemeenschapsopbouw. 


Overal waar hij kwam, werd hij niet alleen gezien als een onderwijzer, maar als iemand die verantwoordelijkheid nam voor de ziel van een gemeenschap. 


Of het nu ging om jongeren uit immigrantengezinnen, studenten in opbouwende instellingen, of gemeenschappen in de diaspora – hij zag de mens vóór zich en de opdracht die daaruit voortkwam.


In Amsterdam werd zijn aanwezigheid ervaren als een verbinding tussen werelden: de klassieke jeshivoh-traditie en de realiteit van een moderne Joodse gemeenschap in Europa. 


In Amsterdam functioneerde #Rabbijn #Yaakov #Homnick gedurende acht jaren als #Rector van het #Nederlands #Israëlitisch #Seminarium, de #wetenschappelijk-#theologische #ambtsopleiding voor het #Nederlands #Israëlitsch #Kerkgenootschap.


Hij wist deze academische instelling na het vertrek van #Opperrabbijn #Aharaun #Schuster naar #Jeruzalem, Israël, tot grote bloei te brengen. De #naam en #faam van het Seminarium werden #internationaal alom #erkend dankzij deze geleerde Rector van formaat.

Zijn invloed lag niet alleen in formele functies, maar in de manier waarop hij Tauroh tot leven bracht in ontmoeting, gesprek en voorbeeld.


Zijn stem werd ook gehoord in de avodat ha-tefillah; als bangal tefilloh tijdens de Jomiem Norongiem bracht hij een geladen eenvoud, waarin emotie en reverentie samenkwamen. Muziek was bij hem geen versiering, maar een vorm van gebed.


Rav Homnick zt”l liet een nalatenschap na die niet enkel in instituten of titels ligt, maar in mensen: leerlingen, families en gemeenschappen die door zijn inzet gevormd zijn in hun band met Tauroh en Joodse identiteit.


Hij werd voorafgegaan door zijn zoon Rav Yisrael Meir Homnick z”l, en laat zijn echtgenote, kinderen en kleinkinderen achter, die zijn weg verder dragen.


Moge zijn nesjomme omhoog geheven worden tussen de tzaddikiem, en moge zijn herinnering een bron van inspiratie blijven voor allen die in zijn voetsporen de weg van Tauroh en chesed proberen te gaan.


Vervuld van grote dankbaarheid denk ik terug aan onze gesprekken en ontmoetingen, vervuld van zijn chochmes.


יְהִי זִכְרוֹ בָּרוּךְ.

woensdag 10 juni 2026

#GROTER #DAN #IK: HET #GOEDE, #DUURZAME #LEVEN #VOORBIJ #DE #POLARISATIE

 


#Rabbijn #Simon #Bornstein®


In een tijd waarin tegenstellingen verharden en de aarde onder druk staat, klinkt de roep om een “goed leven” paradoxaal. Wat is goed leven nog waard wanneer gemeenschappen uiteenvallen in kampen en ecosystemen uitgeput raken? Als rabbijn zie ik in deze vragen geen abstracte academische exercitie, maar een existentiële uitdaging die diep raakt aan wat het betekent mens te zijn. 


De cursus Groter dan ik positioneert zich precies op dit snijvlak: tussen persoonlijke zingeving, maatschappelijke verdeeldheid en ecologische urgentie. Dat maakt haar niet alleen actueel, maar ook noodzakelijk.


Polarisatie als spiritueel probleem


Polarisatie wordt vaak politiek of sociologisch geduid, maar zij heeft ook een spirituele dimensie. In de Joodse traditie spreken we over machloket — conflict — dat zowel destructief als constructief kan zijn. 


De Talmoed prijst het meningsverschil “omwille van de hemel”: een debat dat niet gericht is op overwinning, maar op waarheid. Polarisatie daarentegen is conflict zonder transcendent doel; het vernauwt de blik en reduceert de ander tot tegenstander.


De cursus benoemt polarisatie als een van de grote maatschappelijke vraagstukken, en terecht. Maar de impliciete vraag is dieper: hoe hervinden we een oriëntatie die ons verbindt met iets dat groter is dan onszelf? 


Zonder zo’n oriëntatie vervalt dialoog in strategie en wordt duurzaamheid een technocratisch project zonder ziel.


Het “goede leven” als relationeel begrip


Binnen verschillende levensbeschouwelijke tradities wordt het goede leven niet primair gedefinieerd door individueel geluk, maar door relaties — met de ander, met de gemeenschap, met de aarde en met het transcendente.


In het jodendom staat het concept tikkoen olam centraal: het herstellen van de wereld. Dit impliceert dat het goede leven niet bestaat uit consumptie of zelfoptimalisatie, maar uit verantwoordelijkheid. Het leven is goed wanneer het bijdraagt aan het geheel.


De cursus brengt ook andere tradities in gesprek: christendom, islam, boeddhisme en humanisme. Wat opvalt is dat, ondanks doctrinaire verschillen, een gedeeld ethos zichtbaar wordt:


  • nederigheid tegenover het grotere geheel

  • zorg voor de kwetsbare ander

  • bewustzijn van onderlinge afhankelijkheid

Deze overeenkomsten vormen een krachtig tegenwicht tegen polarisatie. Ze suggereren dat het goede leven geen eigendom is van één traditie, maar een gedeelde zoektocht.

Duurzaamheid als morele praktijk


Duurzaamheid wordt vaak gereduceerd tot gedragsverandering: minder vliegen, minder vlees, meer recyclen. Hoewel belangrijk, blijft deze benadering oppervlakkig wanneer zij niet geworteld is in een diepere levenshouding.


De sjabbwa biedt hier een intrigerend perspectief. Eén dag per week wordt de mens opgeroepen om te stoppen met produceren en consumeren. Niet omdat arbeid slecht is, maar omdat rust herinnert aan grenzen. De aarde is geen bezit, maar een toevertrouwd goed.


De cursus lijkt dit inzicht te vertalen naar hedendaagse contexten: hoe kunnen levensbeschouwingen bijdragen aan ecologische bewustwording? Door duurzaamheid niet alleen als technisch probleem te zien, maar als morele en spirituele praktijk.


Superdiversiteit en meervoudige religieuze identiteit


Een bijzonder aspect van de module is de aandacht voor multiple religious belonging: het combineren van elementen uit verschillende tradities. Vanuit klassiek religieus perspectief kan dit als problematisch worden gezien — het zou de integriteit van tradities ondermijnen. Maar in de huidige Nederlandse context is het eerder een realiteit dan een uitzondering.

De vraag is dan niet óf mensen meerdere bronnen gebruiken, maar hoe zij dat doen. Is het een oppervlakkige vorm van spiritueel consumentisme, of een oprechte zoektocht naar samenhang?

De cursus nodigt studenten uit om een “trage vraag” te formuleren — een persoonlijke, existentiële vraag die niet snel te beantwoorden is. Dit concept is bijzonder waardevol. In een cultuur van snelle meningen en directe reacties creëert de trage vraag ruimte voor verdieping.

Zij vormt een tegenbeweging tegen de oppervlakkigheid die polarisatie voedt.


Dialoog als vaardigheid én houding


Interlevensbeschouwelijke dialoog is een kernonderdeel van de module. Maar dialoog is meer dan een techniek; het is een houding van luisteren zonder onmiddellijk te oordelen.


In de rabbijnse traditie wordt gezegd: “Wie wijs is, leert van ieder mens.” Dit vereist een fundamentele openheid. Niet alles hoeft te worden overgenomen, maar alles verdient gehoord te worden.


De cursus ontwikkelt deze vaardigheden via practica en gesprekken over gevoelige thema’s. Dit is essentieel, want polarisatie ontstaat vaak juist waar het gesprek stokt. Door studenten te trainen in dialoog, wordt niet alleen kennis overgedragen, maar ook een vorm van moreel handelen geoefend.


De rol van persoonlijke positionering


Een belangrijk leerdoel van de module is dat studenten hun eigen positie leren articuleren. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet. In een pluralistische samenleving is het verleidelijk om relativistisch te worden: alles is waar, dus niets is echt belangrijk.


De uitdaging is om een positie in te nemen die zowel geworteld als open is. Een positie die erkent: dit is waar ik voor sta, en tegelijkertijd: ik kan van jou leren.


De trage vraag speelt hierin een cruciale rol. Zij fungeert als kompas dat persoonlijke ervaringen verbindt met bredere tradities en maatschappelijke vraagstukken. Hierdoor wordt reflectie geen abstracte oefening, maar een geïntegreerd proces.


Praktijkgericht leren: van theorie naar handelen


De excursies en ontmoetingen met maatschappelijke initiatieven geven de cursus een concreet karakter. Levensbeschouwingen worden niet alleen bestudeerd, maar ook ervaren in hun praktische uitwerking.


Dit is van groot belang. Zonder praktijk blijft ethiek vrijblijvend. Door te zien hoe religieuze en humanistische initiatieven bijdragen aan duurzaamheid en sociale cohesie, wordt duidelijk dat levensbeschouwing geen privézaak is, maar een publieke kracht.


Kritische reflectie: grenzen en spanningen


Hoewel de cursus veelbelovend is, zijn er ook kritische vragen te stellen.


Ten eerste: bestaat er niet het risico dat verschillen tussen tradities worden gladgestreken ten gunste van harmonie? Dialoog mag geen synoniem worden voor consensus. Juist het erkennen van verschillen kan verdiepend werken.


Ten tweede: hoe wordt omgegaan met machtsverhoudingen? Niet alle stemmen hebben dezelfde positie in de samenleving. Een echte dialoog vereist ook aandacht voor ongelijkheid.


Ten derde: in hoeverre wordt duurzaamheid verbonden met structurele verandering? Individuele reflectie is belangrijk, maar zonder politieke en economische analyse blijft impact beperkt


groter dan ik


De titel van de cursus — Groter dan ik — raakt de kern. Het goede, duurzame leven vraagt om een oriëntatie die het individu overstijgt. Niet als ontkenning van het zelf, maar als verruiming ervan.


Vanuit rabbinaal perspectief zou ik zeggen: de mens is geroepen tot verantwoordelijkheid. Niet alleen voor zichzelf, maar voor de wereld. Deze roeping kan niet worden vervuld in isolatie of in strijd, maar alleen in relatie.


De cursus biedt een kader waarin deze verantwoordelijkheid kan worden verkend, geoefend en verdiept. Door kennis, dialoog en praktijk te combineren, creëert zij ruimte voor een vorm van leren die niet alleen intellectueel, maar ook moreel en spiritueel is.


woensdag 3 juni 2026

IN MEMORIAM - RABBIJN DAVID BRODMAN (1936-2020), BIJ DIENS VIJFDE JAARTIJD





Met dankbaarheid en diepe eerbied denken wij bij het passeren van de vijfde Jaartijd van het overlijden terug aan het leven en werk van Rabbijn David Brodman, een man wier wijsheid, compassie en toewijding de levens van velen heeft geraakt. 

Geboren in Rotterdam in 1936, groeide hij op in een orthodox Joods gezin en overleefde hij samen met zijn moeder en zus de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog, waaronder de kampen Vught, Westerbork en Theresienstadt. Zijn vader werd helaas in Auschwitz vermoord; een verlies dat zijn levensweg diepgaand zou kleuren.

Na de oorlog wijdde Brodman zijn leven aan studie, geloof en onderwijs. Hij volgde rabbijnse opleiding in de gerenommeerde jesjivot van Gateshead en Ponivizh en combineerde zijn diepe religieuze kennis met een warme, mensgerichte benadering. In 1963 werd hij benoemd tot rabbijn van de Lekstraat‑synagoge in Amsterdam, waar hij tot 1973 diende en een generatie Joden inspireerde met zijn liefde voor Torah en leren.

In 1973 maakte hij alija naar Israël, waar hij zich vestigde in Savyon en het Savyon Centrum voor Joods Onderwijs oprichtte — een plek waar jonge Israëli’s werden aangemoedigd de rijkdom van hun geloof en traditie te ontdekken. Tot op hoge leeftijd bleef hij terugkeren naar Nederland om lezingen te geven aan zowel Joods als niet‑Joods publiek.

Rabbijn Brodman was zowel een man van diepe intellectuele kracht als een bron van menselijkheid en barmhartigheid. Velen herinneren zich zijn warme lach, zijn open oor voor ieder die hem zocht en zijn onvermoeide inzet om bruggen te bouwen tussen gemeenschappen. Hij stond bekend om zijn betrokkenheid bij interreligieuze dialoog en zijn streven naar begrip tussen mensen met verschillende achtergronden.

Zijn leven was een getuigenis van veerkracht, geloof en liefde — van een kind dat de donkerste tijden overleefde tot een rabbijn die licht bracht in het leven van anderen. Zijn nalatenschap leeft voort in de harten van zijn leerlingen, zijn familie en de vele gemeenschappen die hij diende. Dankbaar denk terug aan onze ontmoetingen in Israël.

Moge zijn nagedachtenis een bron van zegen zijn.

woensdag 27 mei 2026

KINDEREN EN VOEDSELEDUCATIE ALS KINDERRECHT EN JOODS MOREEL IMPERATIEF




Door: #
Rabbijn #Simon #Bornstein®


Binnen religieuze en ethische tradities wordt voedsel al eeuwenlang beschouwd als meer dan een middel tot fysieke overleving. In het bijzonder binnen de orthodox-Joodse benadering krijgt voeding een sterk normatieve, spirituele en pedagogische dimensie.


Voedsel wordt niet alleen beoordeeld op gezondheid of herkomst, maar ook op halachische toelaatbaarheid (kasjroet), intentie en bewust handelen.


Vanuit dit perspectief vormt voedseleducatie een integraal onderdeel van de opvoeding: kinderen leren al op jonge leeftijd onderscheid maken tussen toegestaan en niet-toegestaan voedsel, ontwikkelen discipline en internaliseren waarden rondom dankbaarheid, zelfbeheersing en verantwoordelijkheid.

De landelijke conferentie ‘Voedseleducatie als Kinderrecht’, gehouden op 21 november 2025 in Assen, markeert een belangrijk moment in de maatschappelijke erkenning van voedseleducatie als fundamenteel recht.


Tijdens deze bijeenkomst kwamen vertegenwoordigers van uiteenlopende organisaties samen om het belang van structurele en toegankelijke voedseleducatie te onderstrepen.

De breed gedragen slotverklaring die daar werd ondertekend, bevestigt dat kennis over voeding niet langer als optioneel kan worden beschouwd, maar als essentieel voor de ontwikkeling van ieder kind.


Wanneer dit wordt bezien vanuit een orthodox-joods kader, ontstaat een verdiepend perspectief. Voedseleducatie omvat hier niet alleen kennisoverdracht over voedingsstoffen of duurzaamheid, maar ook een systematische inwijding in religieuze praktijk en ethiek.


De spijswetten fungeren als een dagelijks terugkerend educatief instrument, waarin abstracte waarden concreet worden gemaakt. Het ritueel wassen van de handen, het uitspreken van zegeningen en het zorgvuldig scheiden van voedselcategorieën dragen bij aan een voortdurende bewustwording van de relatie tussen mens, schepping en Schepper.

Vanuit academisch perspectief kan voedseleducatie worden geplaatst binnen bredere discussies over kinderrechten, volksgezondheid en duurzaamheid. Studies tonen aan dat vroege en consistente educatie rondom voeding bijdraagt aan gezondere leefpatronen en een verhoogd verantwoordelijkheidsgevoel.


In religieuze contexten, zoals de orthodox-joodse gemeenschap, wordt deze educatie bovendien versterkt door rituele herhaling en sociale inbedding, wat de effectiviteit en duurzaamheid ervan vergroot.



De conferentie benadrukte dat het huidige onderwijsaanbod op het gebied van voeding gefragmenteerd en vaak ontoereikend is. Dit staat in contrast met systemen waarin voedseleducatie structureel is ingebed in het dagelijks leven, zoals binnen orthodox-joodse praktijken.


Het erkennen van voedseleducatie als kinderrecht impliceert dan ook een noodzaak tot integratie: niet alleen in schoolcurricula, maar ook in de bredere sociale en culturele context waarin kinderen opgroeien.



Een belangrijk resultaat van de bijeenkomst was de afspraak om politici die niet aanwezig konden zijn, actief te benaderen in Den Haag. Deze stap onderstreept het belang van beleidsmatige verankering.


Zonder politieke en institutionele steun blijft voedseleducatie afhankelijk van losse initiatieven, terwijl de maatschappelijke urgentie vraagt om een samenhangende en langdurige aanpak.


Voedseleducatie kan, mede vanuit orthodox-Joods perspectief, worden gezien als een vorm van morele vorming die verder reikt dan individuele gezondheid. Het draagt bij aan het ontwikkelen van discipline, gemeenschapszin en ethisch bewustzijn.


Daarmee wordt het een essentieel instrument in de voorbereiding van kinderen op hun rol als verantwoordelijke deelnemers aan de samenleving.



De conferentie in Assen kan dan ook worden geïnterpreteerd als een betekenisvolle stap richting een bredere erkenning van voedseleducatie als fundamenteel kinderrecht.


Verdere implementatie vereist echter een geïntegreerde benadering waarin pedagogische, culturele en ethische dimensies met elkaar worden verbonden. Alleen op die manier kan voedseleducatie uitgroeien tot een duurzaam en effectief fundament voor toekomstige generaties.

#IN #MEMORIAM: #BLOEME #EVERS #EMDEN, #DOCENTE #GODSDIENSTPSYCHOLOGIE

  #EEN #GOED #HART #IN #WEST Bij de 10e jaartijd van Bloeme Evers-Emden זיכרונה לברכה Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN® Tien jaar zijn ...