woensdag 10 juni 2026

#GROTER #DAN #IK: HET #GOEDE, #DUURZAME #LEVEN #VOORBIJ #DE #POLARISATIE

 


#Rabbijn #Simon #Bornstein®


In een tijd waarin tegenstellingen verharden en de aarde onder druk staat, klinkt de roep om een “goed leven” paradoxaal. Wat is goed leven nog waard wanneer gemeenschappen uiteenvallen in kampen en ecosystemen uitgeput raken? Als rabbijn zie ik in deze vragen geen abstracte academische exercitie, maar een existentiële uitdaging die diep raakt aan wat het betekent mens te zijn. 


De cursus Groter dan ik positioneert zich precies op dit snijvlak: tussen persoonlijke zingeving, maatschappelijke verdeeldheid en ecologische urgentie. Dat maakt haar niet alleen actueel, maar ook noodzakelijk.


Polarisatie als spiritueel probleem


Polarisatie wordt vaak politiek of sociologisch geduid, maar zij heeft ook een spirituele dimensie. In de Joodse traditie spreken we over machloket — conflict — dat zowel destructief als constructief kan zijn. 


De Talmoed prijst het meningsverschil “omwille van de hemel”: een debat dat niet gericht is op overwinning, maar op waarheid. Polarisatie daarentegen is conflict zonder transcendent doel; het vernauwt de blik en reduceert de ander tot tegenstander.


De cursus benoemt polarisatie als een van de grote maatschappelijke vraagstukken, en terecht. Maar de impliciete vraag is dieper: hoe hervinden we een oriëntatie die ons verbindt met iets dat groter is dan onszelf? 


Zonder zo’n oriëntatie vervalt dialoog in strategie en wordt duurzaamheid een technocratisch project zonder ziel.


Het “goede leven” als relationeel begrip


Binnen verschillende levensbeschouwelijke tradities wordt het goede leven niet primair gedefinieerd door individueel geluk, maar door relaties — met de ander, met de gemeenschap, met de aarde en met het transcendente.


In het jodendom staat het concept tikkoen olam centraal: het herstellen van de wereld. Dit impliceert dat het goede leven niet bestaat uit consumptie of zelfoptimalisatie, maar uit verantwoordelijkheid. Het leven is goed wanneer het bijdraagt aan het geheel.


De cursus brengt ook andere tradities in gesprek: christendom, islam, boeddhisme en humanisme. Wat opvalt is dat, ondanks doctrinaire verschillen, een gedeeld ethos zichtbaar wordt:


  • nederigheid tegenover het grotere geheel

  • zorg voor de kwetsbare ander

  • bewustzijn van onderlinge afhankelijkheid

Deze overeenkomsten vormen een krachtig tegenwicht tegen polarisatie. Ze suggereren dat het goede leven geen eigendom is van één traditie, maar een gedeelde zoektocht.

Duurzaamheid als morele praktijk


Duurzaamheid wordt vaak gereduceerd tot gedragsverandering: minder vliegen, minder vlees, meer recyclen. Hoewel belangrijk, blijft deze benadering oppervlakkig wanneer zij niet geworteld is in een diepere levenshouding.


De sjabbwa biedt hier een intrigerend perspectief. Eén dag per week wordt de mens opgeroepen om te stoppen met produceren en consumeren. Niet omdat arbeid slecht is, maar omdat rust herinnert aan grenzen. De aarde is geen bezit, maar een toevertrouwd goed.


De cursus lijkt dit inzicht te vertalen naar hedendaagse contexten: hoe kunnen levensbeschouwingen bijdragen aan ecologische bewustwording? Door duurzaamheid niet alleen als technisch probleem te zien, maar als morele en spirituele praktijk.


Superdiversiteit en meervoudige religieuze identiteit


Een bijzonder aspect van de module is de aandacht voor multiple religious belonging: het combineren van elementen uit verschillende tradities. Vanuit klassiek religieus perspectief kan dit als problematisch worden gezien — het zou de integriteit van tradities ondermijnen. Maar in de huidige Nederlandse context is het eerder een realiteit dan een uitzondering.

De vraag is dan niet óf mensen meerdere bronnen gebruiken, maar hoe zij dat doen. Is het een oppervlakkige vorm van spiritueel consumentisme, of een oprechte zoektocht naar samenhang?

De cursus nodigt studenten uit om een “trage vraag” te formuleren — een persoonlijke, existentiële vraag die niet snel te beantwoorden is. Dit concept is bijzonder waardevol. In een cultuur van snelle meningen en directe reacties creëert de trage vraag ruimte voor verdieping.

Zij vormt een tegenbeweging tegen de oppervlakkigheid die polarisatie voedt.


Dialoog als vaardigheid én houding


Interlevensbeschouwelijke dialoog is een kernonderdeel van de module. Maar dialoog is meer dan een techniek; het is een houding van luisteren zonder onmiddellijk te oordelen.


In de rabbijnse traditie wordt gezegd: “Wie wijs is, leert van ieder mens.” Dit vereist een fundamentele openheid. Niet alles hoeft te worden overgenomen, maar alles verdient gehoord te worden.


De cursus ontwikkelt deze vaardigheden via practica en gesprekken over gevoelige thema’s. Dit is essentieel, want polarisatie ontstaat vaak juist waar het gesprek stokt. Door studenten te trainen in dialoog, wordt niet alleen kennis overgedragen, maar ook een vorm van moreel handelen geoefend.


De rol van persoonlijke positionering


Een belangrijk leerdoel van de module is dat studenten hun eigen positie leren articuleren. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet. In een pluralistische samenleving is het verleidelijk om relativistisch te worden: alles is waar, dus niets is echt belangrijk.


De uitdaging is om een positie in te nemen die zowel geworteld als open is. Een positie die erkent: dit is waar ik voor sta, en tegelijkertijd: ik kan van jou leren.


De trage vraag speelt hierin een cruciale rol. Zij fungeert als kompas dat persoonlijke ervaringen verbindt met bredere tradities en maatschappelijke vraagstukken. Hierdoor wordt reflectie geen abstracte oefening, maar een geïntegreerd proces.


Praktijkgericht leren: van theorie naar handelen


De excursies en ontmoetingen met maatschappelijke initiatieven geven de cursus een concreet karakter. Levensbeschouwingen worden niet alleen bestudeerd, maar ook ervaren in hun praktische uitwerking.


Dit is van groot belang. Zonder praktijk blijft ethiek vrijblijvend. Door te zien hoe religieuze en humanistische initiatieven bijdragen aan duurzaamheid en sociale cohesie, wordt duidelijk dat levensbeschouwing geen privézaak is, maar een publieke kracht.


Kritische reflectie: grenzen en spanningen


Hoewel de cursus veelbelovend is, zijn er ook kritische vragen te stellen.


Ten eerste: bestaat er niet het risico dat verschillen tussen tradities worden gladgestreken ten gunste van harmonie? Dialoog mag geen synoniem worden voor consensus. Juist het erkennen van verschillen kan verdiepend werken.


Ten tweede: hoe wordt omgegaan met machtsverhoudingen? Niet alle stemmen hebben dezelfde positie in de samenleving. Een echte dialoog vereist ook aandacht voor ongelijkheid.


Ten derde: in hoeverre wordt duurzaamheid verbonden met structurele verandering? Individuele reflectie is belangrijk, maar zonder politieke en economische analyse blijft impact beperkt


groter dan ik


De titel van de cursus — Groter dan ik — raakt de kern. Het goede, duurzame leven vraagt om een oriëntatie die het individu overstijgt. Niet als ontkenning van het zelf, maar als verruiming ervan.


Vanuit rabbinaal perspectief zou ik zeggen: de mens is geroepen tot verantwoordelijkheid. Niet alleen voor zichzelf, maar voor de wereld. Deze roeping kan niet worden vervuld in isolatie of in strijd, maar alleen in relatie.


De cursus biedt een kader waarin deze verantwoordelijkheid kan worden verkend, geoefend en verdiept. Door kennis, dialoog en praktijk te combineren, creëert zij ruimte voor een vorm van leren die niet alleen intellectueel, maar ook moreel en spiritueel is.


woensdag 3 juni 2026

IN MEMORIAM - RABBIJN DAVID BRODMAN (1936-2020), BIJ DIENS VIJFDE JAARTIJD





Met dankbaarheid en diepe eerbied denken wij bij het passeren van de vijfde Jaartijd van het overlijden terug aan het leven en werk van Rabbijn David Brodman, een man wier wijsheid, compassie en toewijding de levens van velen heeft geraakt. 

Geboren in Rotterdam in 1936, groeide hij op in een orthodox Joods gezin en overleefde hij samen met zijn moeder en zus de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog, waaronder de kampen Vught, Westerbork en Theresienstadt. Zijn vader werd helaas in Auschwitz vermoord; een verlies dat zijn levensweg diepgaand zou kleuren.

Na de oorlog wijdde Brodman zijn leven aan studie, geloof en onderwijs. Hij volgde rabbijnse opleiding in de gerenommeerde jesjivot van Gateshead en Ponivizh en combineerde zijn diepe religieuze kennis met een warme, mensgerichte benadering. In 1963 werd hij benoemd tot rabbijn van de Lekstraat‑synagoge in Amsterdam, waar hij tot 1973 diende en een generatie Joden inspireerde met zijn liefde voor Torah en leren.

In 1973 maakte hij alija naar Israël, waar hij zich vestigde in Savyon en het Savyon Centrum voor Joods Onderwijs oprichtte — een plek waar jonge Israëli’s werden aangemoedigd de rijkdom van hun geloof en traditie te ontdekken. Tot op hoge leeftijd bleef hij terugkeren naar Nederland om lezingen te geven aan zowel Joods als niet‑Joods publiek.

Rabbijn Brodman was zowel een man van diepe intellectuele kracht als een bron van menselijkheid en barmhartigheid. Velen herinneren zich zijn warme lach, zijn open oor voor ieder die hem zocht en zijn onvermoeide inzet om bruggen te bouwen tussen gemeenschappen. Hij stond bekend om zijn betrokkenheid bij interreligieuze dialoog en zijn streven naar begrip tussen mensen met verschillende achtergronden.

Zijn leven was een getuigenis van veerkracht, geloof en liefde — van een kind dat de donkerste tijden overleefde tot een rabbijn die licht bracht in het leven van anderen. Zijn nalatenschap leeft voort in de harten van zijn leerlingen, zijn familie en de vele gemeenschappen die hij diende. Dankbaar denk terug aan onze ontmoetingen in Israël.

Moge zijn nagedachtenis een bron van zegen zijn.

woensdag 27 mei 2026

KINDEREN EN VOEDSELEDUCATIE ALS KINDERRECHT EN JOODS MOREEL IMPERATIEF




Door: #
Rabbijn #Simon #Bornstein®


Binnen religieuze en ethische tradities wordt voedsel al eeuwenlang beschouwd als meer dan een middel tot fysieke overleving. In het bijzonder binnen de orthodox-Joodse benadering krijgt voeding een sterk normatieve, spirituele en pedagogische dimensie.


Voedsel wordt niet alleen beoordeeld op gezondheid of herkomst, maar ook op halachische toelaatbaarheid (kasjroet), intentie en bewust handelen.


Vanuit dit perspectief vormt voedseleducatie een integraal onderdeel van de opvoeding: kinderen leren al op jonge leeftijd onderscheid maken tussen toegestaan en niet-toegestaan voedsel, ontwikkelen discipline en internaliseren waarden rondom dankbaarheid, zelfbeheersing en verantwoordelijkheid.

De landelijke conferentie ‘Voedseleducatie als Kinderrecht’, gehouden op 21 november 2025 in Assen, markeert een belangrijk moment in de maatschappelijke erkenning van voedseleducatie als fundamenteel recht.


Tijdens deze bijeenkomst kwamen vertegenwoordigers van uiteenlopende organisaties samen om het belang van structurele en toegankelijke voedseleducatie te onderstrepen.

De breed gedragen slotverklaring die daar werd ondertekend, bevestigt dat kennis over voeding niet langer als optioneel kan worden beschouwd, maar als essentieel voor de ontwikkeling van ieder kind.


Wanneer dit wordt bezien vanuit een orthodox-joods kader, ontstaat een verdiepend perspectief. Voedseleducatie omvat hier niet alleen kennisoverdracht over voedingsstoffen of duurzaamheid, maar ook een systematische inwijding in religieuze praktijk en ethiek.


De spijswetten fungeren als een dagelijks terugkerend educatief instrument, waarin abstracte waarden concreet worden gemaakt. Het ritueel wassen van de handen, het uitspreken van zegeningen en het zorgvuldig scheiden van voedselcategorieën dragen bij aan een voortdurende bewustwording van de relatie tussen mens, schepping en Schepper.

Vanuit academisch perspectief kan voedseleducatie worden geplaatst binnen bredere discussies over kinderrechten, volksgezondheid en duurzaamheid. Studies tonen aan dat vroege en consistente educatie rondom voeding bijdraagt aan gezondere leefpatronen en een verhoogd verantwoordelijkheidsgevoel.


In religieuze contexten, zoals de orthodox-joodse gemeenschap, wordt deze educatie bovendien versterkt door rituele herhaling en sociale inbedding, wat de effectiviteit en duurzaamheid ervan vergroot.



De conferentie benadrukte dat het huidige onderwijsaanbod op het gebied van voeding gefragmenteerd en vaak ontoereikend is. Dit staat in contrast met systemen waarin voedseleducatie structureel is ingebed in het dagelijks leven, zoals binnen orthodox-joodse praktijken.


Het erkennen van voedseleducatie als kinderrecht impliceert dan ook een noodzaak tot integratie: niet alleen in schoolcurricula, maar ook in de bredere sociale en culturele context waarin kinderen opgroeien.



Een belangrijk resultaat van de bijeenkomst was de afspraak om politici die niet aanwezig konden zijn, actief te benaderen in Den Haag. Deze stap onderstreept het belang van beleidsmatige verankering.


Zonder politieke en institutionele steun blijft voedseleducatie afhankelijk van losse initiatieven, terwijl de maatschappelijke urgentie vraagt om een samenhangende en langdurige aanpak.


Voedseleducatie kan, mede vanuit orthodox-Joods perspectief, worden gezien als een vorm van morele vorming die verder reikt dan individuele gezondheid. Het draagt bij aan het ontwikkelen van discipline, gemeenschapszin en ethisch bewustzijn.


Daarmee wordt het een essentieel instrument in de voorbereiding van kinderen op hun rol als verantwoordelijke deelnemers aan de samenleving.



De conferentie in Assen kan dan ook worden geïnterpreteerd als een betekenisvolle stap richting een bredere erkenning van voedseleducatie als fundamenteel kinderrecht.


Verdere implementatie vereist echter een geïntegreerde benadering waarin pedagogische, culturele en ethische dimensies met elkaar worden verbonden. Alleen op die manier kan voedseleducatie uitgroeien tot een duurzaam en effectief fundament voor toekomstige generaties.

donderdag 21 mei 2026

#SJEWOENGES: #ONTVANG #DE #TAURO #MET #OPEN #ARMEN!


 

SJWOENGES: ONTVANG DE TAURO MET OPEN ARMEN!


#
Rabbijn #Simon #Bornstein®


Er zijn momenten in het Joodse leven waarop een mens niet alleen leert, maar opnieuw geboren wordt Jontef Sjewonges is zo’n moment. Niet alleen het feest van herinnering, maar het feest van ontvangst. Niet alleen het geven van de Tauro — maar het opnieuw openen van het hart om haar binnen te laten.


Want de vraag van Sjewoenges is niet: “Heeft Hasjem de Tauro gegeven?”


De vraag is: “Zijn wij bereid haar te ontvangen?”

De Midrasj vertelt dat de Eeuwige de Tauro aanbood aan alle volkeren. Elk volk vroeg eerst: “Wat staat erin?” Maar Jisroël antwoordde:


נַעֲשֶׂה וְנִשְׁמָע
“Wij zullen doen en wij zullen horen.”
Sjemaus/Exodus 24:7

 

Dat is misschien wel de meest revolutionaire zin uit de menselijke geschiedenis. Eerst doen, dan begrijpen. Eerst vertrouwen, dan analyseren. Eerst de deur openen, dan ontdekken wie er binnenkomt.


De moderne mens zegt vaak: “Eerst begrijpen, dan verbinden.”

Maar de Tauro zegt: “Verbinding opent een dieper begrip.”

De Tauro wil niet alleen in je hoofd wonen


De grootste vergissing is te denken dat Tauro alleen kennis is. Alsof het een verzameling ideeën is, een bibliotheek, een systeem van wetten. Maar Tora is méér. Tauro is ontmoeting. Een levende dialoog tussen hemel en aarde.


Maimonides schrijft in Hilches Talmoed Tauro:


כתר תורה מונח ועומד ומוכן לכל ישראל
“De kroon van de Tauro ligt gereed voor heel Jisroël.”
Rambam, Misjne Tauro, Hilches Talmoed Tauro 3:1

 

Wat betekent dat?


Dat niemand buitengesloten is. Niet de chochem, niet de twijfelaar, niet degene die pas vandaag binnenkomt. De Tauro behoort niet toe aan een elite. Zij wacht op iedere ziel die bereid is haar te omarmen.

Sommige mensen denken dat zij eerst perfect moeten zijn voordat zij Tauro kunnen ontvangen. Maar Sinaj gebeurde midden in een woestijn. Niet in een paleis. Niet in een perfecte wereld.


Waarom een woestijn?


Omdat een woestijn leeg is.


En alleen een leeg hart kan werkelijk gevuld worden.


Open armen betekenen ook kwetsbaarheid


Wanneer iemand zijn armen opent, maakt hij zichzelf kwetsbaar. Hij verdedigt zich niet. Hij verbergt zich niet. Dat is precies waarom veel mensen bang zijn voor echte spiritualiteit.


Want echte Tauro vraagt niet alleen studie. Zij vraagt eerlijkheid.


De Tauro vraagt:


  • Waar ben je hard geworden?
  • Waar ben je cynisch geworden?
  • Waar heb je de verwondering verloren?
  • Wanneer heb je voor het laatst geluisterd alsof Kaudeisj Borche werkelijk tot je sprak?

Sjewoenges is daarom geen herdenking van een gebeurtenis uit het verleden. Volgens de Joodse traditie staat iedere generatie opnieuw aan de voet van de berg.


De Talmoed zegt:


בְּכָל יוֹם יִהְיוּ בְעֵינֶיךָ כַּחֲדָשִׁים
“Laat de woorden van de Tauro iedere dag als nieuw zijn in jouw ogen.”
Siefrei Deworiem 48


Niet oud. Niet stoffig. Niet automatisch.


Nieuw.


Waarom mensen afhaken


Veel mensen verlaten niet de Tora. Zij verlaten een karikatuur van de Tauro.


Wanneer Tauro alleen regels wordt zonder ziel, raakt het hart verstikt. Maar wanneer Tauro wordt ontvangen zoals zij bedoeld is — als levensadem — dan begint een mens te groeien.


Samson Raphael Hirsch benadrukte steeds dat de Tauro niet bedoeld is om de mens van de wereld weg te trekken, maar juist om de wereld te heiligen. Hij schreef:


“De meer de Jood werkelijk Jood is, des te universeler wordt zijn visie.”
Rabbijn S.R. Hirsch, Collected Writings, Vol. VII


Dat is een diep inzicht.


De Tauro maakt een mens niet kleiner — maar groter. Niet enger — maar dieper. Niet afgesloten — maar verantwoordelijk.

Een mens die werkelijk Tauro leert, leert anders kijken naar onderwerpen zoals:


  • arbeid,
  • familie,
  • vreemdelingen,
  • geld,
  • tijd,
  • woorden,
  • stilte.


Zelfs eten wordt kaudesj. Zelfs zaken doen wordt heilig. Zelfs luisteren wordt heilig.


Want Tauro wil niet alleen de synagoge vullen. Zij wil het hele leven doordringen.


Het geheim van luisteren


Bij Sinaj gebeurde iets merkwaardigs. Het volk “zag de stemmen”.


וְכָל־הָעָם רֹאִים אֶת־הַקּוֹלֹת
“Het hele volk zag de stemmen."  

Sjemaus/ Exodus 20:15

 

Hoe kun je geluid zien?


De chassidische meesters zeggen: omdat openbaring plaatsvond met het hele wezen van de mens. Niet alleen met de oren. Heel de NESJOMME luisterde.


Wij leven vandaag in een wereld vol geluid maar arm aan luisteren.


Iedereen zendt. Weinigen ontvangen.


Maar Tauro begint met luisteren.


Het Hebreeuwse woord Sjemáng betekent niet alleen “horen”, maar ook: opnemen, toelaten, binnenlaten.


Misschien is dat waarom zoveel mensen innerlijk uitgeput zijn. Niet omdat Hasjem zwijgt — maar omdat de ziel voortdurend overstemd wordt.


Martin Buber en de ontmoeting


Martin Buber schreef in zijn beroemde werk Ich und Du:


“Alle werkelijke leven is ontmoeting.”
 Martin Buber, Ich und Du (1923)

 

Dat geldt ook voor Tauro.


Wanneer Tauro slechts informatie blijft, verandert er weinig. Maar wanneer Tora een ontmoeting wordt — tussen mens en Hakausej Borche — dan begint iets te branden.


Buber sprak over de relatie van “Ik en Jij”. Niet “Ik en Het”. De moderne wereld maakt van alles een object: mensen, tijd, zelfs religie. Maar Tauro nodigt uit tot relatie.


Niet alleen ritueel.
Relatie.

Niet alleen gehoorzaamheid.
Ontmoeting.

Daarom zeggen onze wijzen dat Hasjem niet alleen woorden gaf op Sinaj — Hij gaf Zichzelf.


De berg hing boven hun hoofden


De Talmoed vertelt een wonderlijk beeld:


כפה עליהם הר כגיגית
“God hield de berg boven hen als een omgekeerde kom.”
Talmoed Bavli, Sjabbes 88a

Waarom zo’n dreigend beeld?


Misschien omdat liefde altijd ook ernst bevat.


Tauro is geen hobby. Geen culturele decoratie. Geen folklore.


Tauro zegt dat het leven betekenis heeft. Dat keuzes ertoe doen. Dat woorden gewicht hebben. Dat de mens geroepen wordt.


En toch eindigt het verhaal niet met dwang.


Want eeuwen later, zegt de Talmoed, accepteerde het Joodse volk de Tauro opnieuw — ditmaal vrijwillig, in de dagen van Esther.


Ware trouw ontstaat uiteindelijk niet uit angst, maar uit liefde.


Hoe ontvang je de Tauro vandaag?


Niet iedereen kan uren leren. Niet iedereen kent Hebreeuws. Niet iedereen voelt onmiddellijk geloof.


Maar iedereen kan beginnen met openen.


Misschien ontvang je de Tauro vandaag door:


  • één moment van echte stilte;
  • één bladzijde studie;
  • één eerlijk gebed;
  • één daad van chesed;
  • één vergeving;
  • één sjabbesmaaltijd zonder telefoon;
  • één vraag die je eindelijk durft te stellen.


De Bangal Sjeim Tauv leerde dat waar een mens zijn gedachten plaatst, daar bevindt hij zich werkelijk.


Waar bevindt onze ziel zich tegenwoordig?


Bij Sinaj?
Of verloren in eindeloze afleiding?

De Tauro wacht nog steeds


Het wonder van het Jodendom is dat de Tauro nooit oud werd. Rijken verdwenen. Filosofieën kwamen en gingen. Maar de woorden van Sinaj worden nog steeds gefluisterd boven kaarslicht, gezongen boven wijn, besproken aan tafels, gedragen in goles, verdedigd in tijden van gevaar.


Waarom?


Omdat de Tauro niet alleen een boek is.


Zij is een verbond. Een Bries.


En een verbond leeft alleen wanneer beide kanten zich openen.


Daarom zeg ik vanavond:


Ontvang de Taro met open armen.


Niet alleen met je intellect — maar met je wonden.
Niet alleen met je overtuigingen — maar ook met je vragen.
Niet alleen met je kracht — maar ook met je vermoeidheid.

Want de Eeuwige wacht niet op perfecte mensen.


Hij wacht op open mensen.


En misschien is dat uiteindelijk de diepste betekenis van Sinaj:


Dat tussen hemel en aarde een stem klinkt die nog steeds zegt:


אָנֹכִי ה' אֱלֹהֶיךָ
“Ik ben de Eeuwige, jouw God.”
Sjemaus/Exodus 20:2


Niet alleen de God van Mausje.
Niet alleen de God van het verleden.

Jouw God.


De vraag van Sjewoenges is daarom niet alleen of wij in God geloven.


De vraag is:


Durven wij opnieuw geliefden van de Tauro te worden?


Durven wij opnieuw te luisteren?


Durven wij opnieuw te ontvangen?


Moge deze Sjewoenges een moment zijn waarop gesloten harten weer open gaan, vermoeide zielen opnieuw ademhalen, en de woorden van de Tauro niet alleen gelezen worden — maar werkelijk ontvangen.


Chag Sjewoenges Sameach, goed Jontef!

woensdag 20 mei 2026

ROUWEN OM EEN KIND: EMOTIE, GEMEENSCHAP EN HERINNERING IN DE VROEGMODERNE TIJD



RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®

Als rabbijn word ik vaak geconfronteerd met vragen over rouw, herinnering en de plaats van verlies binnen het gemeenschapsleven. Het is daarom bijzonder waardevol om stil te staan bij historisch onderzoek dat laat zien hoe diep menselijk en tijdloos deze ervaringen zijn. 


Het werk van Cornelia Aust, verbonden aan de Heinrich Heine Universität Düsseldorf, werpt een indringend licht op hoe Joodse en christelijke ouders in de vroegmoderne tijd hun emoties rondom het verlies van jonge kinderen vormgaven.


Lange tijd leefde de gedachte dat ouders vóór de 17e eeuw een zekere emotionele afstand tot hun kinderen zouden hebben gehad. Volgens deze visie zou intense ouderlijke liefde en rouw pas later zijn ontstaan. 


Sinds de jaren tachtig is deze these echter overtuigend weerlegd. De bronnen die Aust onderzoekt — persoonlijke getuigenissen, brieven en andere egodocumenten — tonen juist het tegendeel: ouders voelden diep verdriet en zochten manieren om dat verdriet te uiten, te delen en te dragen.


Wat mij bijzonder raakt in haar onderzoek, is de aandacht voor grafstenen van joodse kinderen. Deze stenen vormen een tastbare brug tussen emotie en materiële cultuur. Ze laten zien dat zelfs in tijden van hoge kindersterfte — wanneer verlies een tragisch maar frequent onderdeel van het leven was — elk individueel kind werd herinnerd en beweend. 


Het bestaan van zulke grafstenen, ongeacht de economische status van de familie, onderstreept dat rouw geen privilege was van de rijken, maar een universeel menselijke ervaring.


Binnen de Joodse traditie kennen we rijke rouwpraktijken: van het scheuren van kleding (keriah) tot het zeggen van Kaddiesj en het zitten van sjiwwe. 


Hoewel deze rituelen vaak worden geassocieerd met volwassenen, herinnert dit onderzoek ons eraan dat ook het verlies van kinderen een duidelijke plaats had — en moest hebben — binnen het rituele en emotionele leven van de gemeenschap.


Aust benadrukt bovendien dat rouw niet alleen een privézaak was. Integendeel: juist de publieke dimensie van rouwpraktijken speelde een cruciale rol. Door begrafenissen, grafstenen en herdenkingen werd het verlies zichtbaar gemaakt voor de gemeenschap. 


Dit maakte duidelijk dat de dood van een kind niet alleen een tragedie was voor de ouders, maar voor de hele gemeenschap. Zo ontstonden wat we “emotionele gemeenschappen” zouden kunnen noemen — groepen mensen die verbonden zijn door gedeelde gevoelens, rituelen en herinneringen.


Vanuit religieus perspectief is dit een diep inzicht. Rouw wordt draaglijker wanneer zij gedeeld wordt. In de gemeenschap vinden we troost, erkenning en betekenis. 


Het verlies van een kind is misschien wel een van de meest pijnlijke ervaringen die een mens kan kennen, en juist daarom vraagt het om een collectieve reactie: aanwezigheid, medeleven en herinnering.


Wat kunnen wij vandaag leren van deze vroegmoderne praktijken? Misschien dit: dat het erkennen van verdriet — zichtbaar, hoorbaar en gedeeld — geen teken van zwakte is, maar van menselijkheid. 


En dat zelfs in tijden van grote onzekerheid en verlies, mensen manieren vinden om liefde te blijven uitdrukken — zelfs, en misschien juist, voorbij de dood.


Moge de herinnering aan alle verloren kinderen tot zegen zijn, en moge hun nagedachtenis ons blijven leren hoe we elkaar kunnen dragen in tijden van verdriet.

woensdag 13 mei 2026

VERTROUWEN ALS HALACHISCHE CATEGORIE: EEN RABBIJNS – ACADEMISCHE BESCHOUWING OVER INSTITUTIONEEL VERTROUWEN EN VACCINATIEBELEID.


 

VERTROUWEN ALS HALLACHISCHE CATEGORIE: EEN RABBIJNS – ACADEMISCHE BESCHOUWING OVER INSTITUTIONEEL VERTROUWEN EN VACCINATIEBELEID


#Rabbijn #Simon #Bornstein®


Het hedendaagse vraagstuk van institutioneel vertrouwen en vaccinatiebereidheid waarmee het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wordt geconfronteerd — kan vruchtbaar worden herlezen vanuit de normatieve kaders van de Halacha en de Talmoedische traditie.



Waar de sociale wetenschappen vertrouwen veelal beschrijven als een empirische variabele, benadert de Joodse rechts- en leercultuur vertrouwen als een moreel-epistemische verplichting, ingebed in gebod (mitswa) en verbond (briet).



Vertrouwen en betrouwbaarheid: ne’emanoet als normatieve grondslag



Een kernbegrip binnen de halacha is ne’emanoet (betrouwbaarheid). In de Talmoed wordt gesteld:



אין אדם מעמיד עצמו על דברי תורה אלא אם כן נכשל בהן”
“Een mens begrijpt de woorden van de Torah niet ten volle, tenzij hij er eerst in struikelt.”
Babylonische Talmoed, traktaat Gittien 43a


Deze passage onderstreept dat kennis en vertrouwen niet statisch zijn, maar groeien via ervaring, inclusief falen.



Toegepast op instituties impliceert dit dat vertrouwen niet wordt ondermijnd door het erkennen van fouten, maar juist kan worden verdiept door transparantie en leervermogen.



Piekoeach nefesj en de plicht tot bescherming van leven



Binnen de Halacha heeft het principe van Pikoeach nefesj—het redden van leven—een bijna absolute prioriteit:



וחי בהם”
“En gij zult door hen leven.”
Tora
h, Wajiekra (Leviticus) 18:5


De Talmoed preciseert:



פיקוח נפש דוחה את כל התורה כולה”
“Het redden van een leven verdringt (bijna) de gehele Torah.”
Babylonische Talmoed, traktaat
Joma 85b


Vaccinatie kan binnen dit kader worden opgevat als een collectieve uitdrukking van pikoeach nefesj. Institutionele aanbevelingen tot vaccinatie zijn dan niet slechts beleidsadviezen, maar participeren in een normatieve structuur waarin het beschermen van leven centraal staat. Het falen van vertrouwen in zulke instituties ondermijnt daarmee indirect een fundamentele Halachische waarde.



Wantrouwen en rechtvaardigheid: de epistemische dimensie



De Talmoed erkent expliciet de noodzaak van kritische evaluatie van autoriteit:



דינא דמלכותא דינא”
“De wet van het Koninkrijk is wet.”
Babylonische Talmoed, traktaat Nedari
em 28a


Dit principe legitimeert wereldlijke instituties, maar is niet onvoorwaardelijk: het veronderstelt dat deze rechtvaardig en ordelijk handelen. In situaties waarin groepen structureel minder vertrouwen hebben—zoals ook benoemd in het maatschappelijk discours —kan dit vanuit Halachisch perspectief worden begrepen als een reactie op ervaren tekortkomingen in rechtvaardigheid.



Maimonides (Rambam) benadrukt in zijn Misjneh Torah:



חייב אדם להנהיג עצמו בדברים המברין והמחלימין”
“Een mens is verplicht zich te gedragen op een wijze die gezondheid bevordert.”
Maimonides (Rambam), Mishneh Torah,
Hilchot De’ot 4:1


Hieruit volgt een dubbele verantwoordelijkheid: individuen moeten gezondheidsbevorderend handelen, maar instituties dragen de plicht om condities te scheppen waarin dit handelen mogelijk en plausibel is.



Talmoed Torah en kennisvertrouwen



De opdracht van Talmoed Torah—de studie van de Torah —impliceert een diep vertrouwen in overdraagbare kennis:



ותלמוד תורה כנגד כולם”
“De studie van de Torah weegt op tegen alle andere geboden.”
Misjna, traktaat Peah 1:1


Dit primaat van studie benadrukt dat kennisproductie en overdracht intrinsiek waardevol zijn. In moderne termen: wetenschappelijke instituties zoals het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu functioneren als dragers van collectieve kennis. Wantrouwen jegens zulke instituties raakt daarmee aan een bredere crisis in epistemisch vertrouwen.



Communicatie als halachische praxis



De halacha stelt strikte eisen aan spraak en communicatie:



מדבר שקר תרחק”
“Houd u ver van leugen.”
Tora
h, Sjemot (Exodus) 23:7


En in de Talmoed:



חותמו של הקב״ה אמת”
“Het zegel van de Heilige, gezegend zij Hij, is waarheid.”
Babylonische Talmoed, traktaat S
jabbat 55a


Voor institutionele communicatie betekent dit dat waarachtigheid niet louter instrumenteel is, maar constitutief voor legitimiteit. Communicatiestrategieën die enkel gericht zijn op gedragsverandering zonder waarachtigheid en transparantie, missen vanuit halachisch perspectief hun morele grondslag.



Naar een halachisch geïnformeerd handelingsperspectief



Vanuit een rabbijns – wetenschappelijk perspectief kunnen interventies en beleidsadviezen — worden verdiept door de volgende Halachisch geïnspireerde principes:



  1. Primaat van leven (piekoeach nefesj)
    (
    Joma 85b; Wajikra 18:5).

  2. Waarachtigheid in communicatie
    (
    Bamiedbar 23:7; Sjabbat 55a).

  3. Rechtvaardigheid als voorwaarde voor legitimiteit (Nedariem 28a).

  4. Kennis als normatieve praktijk (Peah 1:1).


Resumerend



Het vraagstuk van vaccinatiebereidheid blijkt, in het licht van Halacha en Talmoed Torah, niet primair een technisch of gedragswetenschappelijk probleem, maar een uitdrukking van de kwaliteit van morele en epistemische relaties binnen de samenleving.



Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu staat daarmee voor een opgave die doet denken aan het onderhouden van een verbond: vertrouwen kan niet worden afgedwongen, maar moet worden verdiend door rechtvaardig handelen, waarachtige communicatie en een onmiskenbare toewijding aan het welzijn van allen. Zijnde tot nut van het algemeen.

#GROTER #DAN #IK: HET #GOEDE, #DUURZAME #LEVEN #VOORBIJ #DE #POLARISATIE

  #Rabbijn # Simon #Bornstein ® In een tijd waarin tegenstellingen verharden en de aarde onder druk staat, klinkt de roep om een “goed leven...