#PARSJE #VAN #DE #WEEK: #KIE #SEITSEI
Rabbinaat Alkmaar רבנות אלקמאאר
Rabbinaat Alkmaar is een particulier rabbinaat, een voluntariaat. Het Rabbinaat Alkmaar verzorgt Joods onderwijs, cultureel-maatschappelijke activiteiten en pastorale zorg. Het werkgebied omvat het Hollands Noorderkwartier, West-Friesland, Kennemerland, Waterland en de Zaanstreek Trefwoorden: Rabbijn Rabbi Rabbinaat Alkmaar Joods Joden Israëlitisch Israëlitische Joodse Gemeente Pastoraal Zielszorg Joodse Les Synagoge kosher koosjer kasher kashrut
donderdag 20 augustus 2026
woensdag 19 augustus 2026
#INDISCHE #ONTHEEMDING
#INDISCHE #ONTHEEMDING
Door: #Rabbijn #Simon #Bornstein, #geestelijk #verzorger van #Stichting #Actief #Amsterdam.
Dit artikel werd eerder, op 29 augustus 2021 gepubliceerd. Alle intellectuele rechten voorbehouden.
De periode van 1935 tot en met 1961 was voor bewoners van Europese origine in voormalig Nederlands-Indië een tijd die zou leiden tot ontheemding. Met de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, de internering van mensen van Europese origine en mensen met een ouderpaar van Europese en Aziatische origine in Japanse concentratie- en krijgsgevangenkampen, de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog en het gedwongen vertrek vanuit Nederlands-Indië naar Nederland, ontstond een situatie van complete ontrechting en ONTHEEMDING van deze bevolkingsgroepen.
De honderdduizenden Indo’s, Molukkers en Indische Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog en na de onafhankelijkheid van Indonesië met scheepsladingen arriveerden in de havens van Amsterdam en Rotterdam, raakten met de opheffing van Nederlands-Indië hun vaderland kwijt. Door het Indonesische beleid konden zij ook niet in Indonesië blijven wonen. Zij verloren hun woningen, plantages, fabrieken en overige bezittingen, evenals de rechten daarop, en werden daarnaast gewelddadig verstoten. Het gevolg was een onthecht en ontwricht bestaan.
Bij aankomst in Nederland werden Indische Nederlanders niet met open armen ontvangen. Het beleid van de Nederlandse regering was er actief op gericht zoveel mogelijk Indische Nederlanders buiten Europa te houden. Daarom weken velen uit naar Zuid-Afrika, Australië en de Verenigde Staten. Zij waren wel Nederlanders, maar voelden zich door hun tropische opvoeding niet altijd volledig verbonden met het naoorlogse Nederland.
Het was de tijd waarin de Nederlandse regering van mening was dat Nederland tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog al te kampen had met overbevolking. Om dit probleem op te lossen werden Nederlanders actief gestimuleerd om naar Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en de Verenigde Staten te migreren om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Honderdduizenden maakten gebruik van de migratiesubsidies en migratieregelingen die het naoorlogse Nederland bood.
In Nederland werden Indische Nederlanders opgevangen en gehuisvest in contractpensions en barakkenkampen. In deze pensions moesten zij betalen voor hun verblijf, waardoor zij een schuld opbouwden bij de Nederlandse overheid. De teller begon te lopen vanaf het moment dat men het contractpension betrok, terwijl de levensomstandigheden daar vaak erbarmelijk waren en Indische Nederlanders aanvankelijk moeilijk werk konden vinden.
Djanga Loepa was de titel van een boekje dat door maatschappelijk werksters werd uitgereikt aan Indische moeders in de contractpensions. Zij kregen aanwijzingen over hoe zuinig zij moesten omgaan met boter en jam, hoe zij een huishoudboekje moesten bijhouden en boodschappen moesten doen en dat er in Nederland volgens de Hollandse pot gekookt moest worden.
Er werd nauwelijks rekening gehouden met de reeds aanwezige kennis en kunde van Indische Nederlanders. Er was weinig plaats voor hun identiteit, keuken en gewoontes binnen het regerings- en welzijnsbeleid. Dit droeg bij aan het gevoel niet welkom of geaccepteerd te zijn in Nederland. Kikkerland bood Indische Nederlanders geen warm welkom, maar een ijzingwekkend koude ontvangst.
De ontheemden zijn de kinderen van de rekening geworden, van de koloniale rekening. De gemiddelde schuld waarmee men naar Nederland kwam, bedroeg per gezin 15.000 gulden, tegenwoordig ongeveer 46.000 euro. Indische gezinnen moesten hun leven in Nederland beginnen vanuit een situatie van diepe armoede.
Veel gezinnen moesten hun overtocht vanuit Indië terugbetalen aan de Nederlandse overheid. Er moesten winter- en zomerkleding worden aangeschaft onder leiding van maatschappelijk werksters. Ook moesten meubels onder dwingend toezicht van maatschappelijk werkers worden gekocht bij aangewezen leveranciers, die niet altijd de goedkoopste optie aanboden.
Volgens deze lezing verdienden sommige maatschappelijk werkers provisie door Indische gezinnen naar bepaalde meubelzaken door te verwijzen. Hierdoor zouden de ellendige omstandigheden van Indische gezinnen financieel zijn uitgebuit.
Ook werden diploma’s van Indische Nederlanders binnen de Nederlandse samenleving niet altijd erkend. Volgens de tekst was de Nederlandse overheid bang voor economische concurrentie tussen Indische Nederlanders en in Europa geboren Nederlanders. Hierdoor werden Indische Nederlanders in een ongelijke economische positie geplaatst.
Dit patroon van het op sociaaleconomische achterstand plaatsen van een bevolkingsgroep werd later volgens deze visie herhaald na de onafhankelijkheid van de Republiek Suriname.
In de voormalige kolonie Nederlands-Indië hadden Indische Nederlanders in de loop der eeuwen een bestaan opgebouwd. Hun bezittingen en financiële middelen werden hen afgenomen door verschillende partijen, waaronder de Japanners, Indonesiërs en de Nederlandse overheid.
Ook de kwestie rond de tegoeden en goudvoorraad van de Javasche Bank speelt hierbij een belangrijke rol. Volgens deze tekst is een groot deel van het goud van de Javasche Bank van Batavia naar New York gebracht en nooit volledig verantwoord. Deze kwestie wordt in verband gebracht met niet-uitgekeerde banktegoeden, spaargelden, salarissen, pensioenen en beleggingen van Indische Nederlanders.
Het gevestigde beeld van Indische Nederlanders is tegenwoordig vaak dat zij als arme vluchtelingen naar Nederland kwamen. Zij staan daarnaast bekend als mensen die bescheiden zijn, heerlijk kunnen koken, gezellig zijn en prachtig kunnen dansen. Dit stereotype beeld laat echter weinig zien van de deels voorname positie, opvoeding en cultuur van Indische Nederlanders in Indonesië.
De Nederlandse overheid heeft volgens deze visie onvoldoende erkend dat Indische Nederlanders aanzienlijke bezittingen en financiële rechten verloren. De naoorlogse economische afwikkeling van het voormalige overzeese Nederland ging gepaard met grote verliezen, pijn en verdriet.
In de jaren negentig heeft de Nederlandse regering geprobeerd een afkoopregeling met Indische Nederlanders te treffen onder de titel Het Gebaar. Ieder Indisch gezin kon aanspraak maken op een vergoeding van 20.000 euro.
Volgens critici van deze regeling stond deze vergoeding niet in verhouding tot de totale materiële schade en financiële aanspraken. De transfer van tegoeden en de goudvoorraad van de Javasche Bank wordt hierbij in verband gebracht met documenten die zich in archieven in Washington, Verenigde Staten, zouden bevinden.
Telkens wanneer Indische Nederlanders of anderen vragen om volledig materieel en financieel rechtsherstel, wordt volgens deze tekst verwezen naar de regeling Het Gebaar. Door het collectieve karakter van Het Gebaar zijn Indische gezinnen volgens deze visie gedwongen geweest om via individuele rechtszaken hun bezittingen, pensioenen, verzekeringen en andere aanspraken bij de Nederlandse Staat terug te vorderen.
Waar het de toepassing van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens op de Indische kwestie betreft, ligt er volgens deze visie nog veel werk. De aangerichte schade kan ook toekomstige generaties blijven beïnvloeden in hun beeld van hun positie binnen de Nederlandse samenleving.
Daderschap en slachtofferschap, loyaliteitskwesties, ontheemding, de nooit verdwenen liefde voor het tropische geboorteland, heimwee en verscheurde families die deels in Indonesië, Nederland of elders wonen: al deze thema’s spelen een rol binnen Indische gezinnen.
Deze gemengde gevoelens kunnen in veel gevallen leiden tot gevoelens van ontheemding, het niet volledig passen binnen of willen assimileren aan de nieuwe Nederlandse omgeving.
De vraag in hoeverre een Indisch gezin in Nederland zou moeten integreren, houdt velen bezig. Zij bewegen zich vaak tussen verschillende culturen. Hierdoor kan een duurzaam gevoel ontstaan volledig ontheemd te zijn en niet te kunnen wortelen in de Nederlandse samenleving.
Maar in hoeverre moet een burger zich eigenlijk wortelen? En hoe zou men dat moeten doen wanneer de eigen familiegeschiedenis een veelvoud aan referenties biedt die een dergelijk proces beïnvloeden?
In Indische en Molukse gezinnen weet men dat de Nederlandse samenleving hun verhalen en achtergronden niet altijd kent. Dit kan leiden tot gevoelens van vervreemding, onvoldoende erkenning en het gevoel nauwelijks of geen respect vanuit de Nederlandse samenleving te ontvangen, terwijl Indische en Molukse voorouders de Nederlandse driekleur in de overzeese rijksdelen eeuwenlang dienden en een belangrijke bijdrage leverden aan de geschiedenis en territoriale integriteit van het Koninkrijk.
Een Koninklijke boodschap wordt node gemist. Tijdens de Indiëherdenking van 2021 was de Koning op vakantie met zijn gezin. Er was geen vorst die troostende of verbindende woorden richtte tot de Indische gemeenschap. Wat zegt dit over de betrokkenheid van het Koninklijk Huis bij de Indische en Molukse gemeenschap? Hoe draagt dit bij aan erkenning, respect en zorg voor Indische Nederlanders en hun gevoelens van verbondenheid met de Nederlandse samenleving? Welke betrokkenheid mag men verwachten van het Staatshoofd? In 2026 nam de Koning deel aan de Indië herdenking in Den Haag zoals het hoort.
In Molukse en Papoea-gezinnen bestaat veel specifieke kennis over de tropen, goden- en geestenwerelden, mystiek en het leven in de tropen. Het gaat om verhalen die in Nederland nauwelijks een plaats hebben gevonden. Verhalen die nog onvoldoende door academische onderzoekers zijn vastgelegd of onderzocht, waardoor maatschappelijke erkenning voor deze gezinnen duurzaam kan uitblijven.
De verhalen liggen dicht onder de oppervlakte. Welke onderzoeker neemt een spade ter hand om deze verhalen op te diepen uit het geheugen van Indische Nederlanders? Wie geeft hun kennis en kunde een waardevolle plaats in Nederland?
Stichting Actief Amsterdam start een Indische gespreks- en ontmoetingsgroep voor Indische en Molukse Nederlanders.
Een plek om elkaar te ontmoeten in een informele en gezellige sfeer. Samen eten, eropuit gaan, elkaar ontmoeten en met elkaar praten, vriendschappen sluiten en waar nodig steun ontvangen vanuit de spreekuren van Stichting Actief Amsterdam.
U bent van harte welkom!
Meer info: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN,
tel. 06 272 64138
#INDISCHE #ONTHEEMDING. #START #GESPREKSGROEP #INDISCHE #NEDERANDERS #EN #MOLUKKERS
vrijdag 14 augustus 2026
#ECLIPS. #EEN #MOMENT #KIJKEN #NAAR #DE #HEMEL #ÉN #NAAR #ONS #ZELF.
#ECLIPS. #EEN #MOMENT #KIJKEN #NAAR #DE #HEMEL
#ÉN #NAAR #ONS #ZELF.
#Rabbijn #Simon #Bornstein®
De #zonsverduistering
die deze week zichtbaar was, was voor velen een indrukwekkend #natuurverschijnsel.
De maan schoof voor de zon en gedurende enige tijd werd het daglicht merkbaar
minder. Voor de moderne wetenschap is dit een prachtig en nauwkeurig te
berekenen #astronomisch #fenomeen. Voor een Jood kan het echter ook aanleiding
zijn tot een andere vraag: wat betekent het wanneer wij zoiets aan de hemel aanschouwen,
en hoe hoort een Jood daar volgens de haloche en de woorden van Chazal op te
reageren?
In Maseches Soekkoh (29a) spreken Chazal over verduisteringen van de
hemellichten. De Gemore beschouwt een dergelijke gebeurtenis als een sieman,
een teken dat de mens tot nadenken moet brengen. Dit betekent niet dat een
zonsverduistering moet worden opgevat als een voorspelling van een concrete
ramp. Het Jodendom leert ons niet om naar de hemel te kijken om de toekomst te
voorspellen en kent geen plaats voor bijgelovige interpretaties. De bedoeling
van Chazal is eerder dat een ongewoon en indrukwekkend verschijnsel ons wakker
kan schudden. Wanneer de mens iets ziet dat zijn gewone ervaring overstijgt,
krijgt hij de mogelijkheid om even stil te staan en zichzelf af te vragen: waar
sta ik eigenlijk in mijn leven, hoe is mijn relatie met Hasjem en hoe gedraag
ik mij tegenover mijn medemens?
Halochisch gezien is er een belangrijke vraag: spreken wij een brooche uit bij
een zonsverduistering? Het antwoord is dat men over een zonsverduistering geen
speciale brooche zegt. Hoewel de haloche voor verschillende
natuurverschijnselen wel brooches kent, is voor een eclips geen vaste brooche
door Chazal ingesteld. Wij kunnen niet zelfstandig een nieuwe brooche
formuleren en de Naam van Hasjem uitspreken omdat wij iets indrukwekkends zien.
Juist bij brooches geldt grote voorzichtigheid. Daarom is de juiste halochische
houding om geen brooche over de eclips zelf te zeggen.
Dat betekent echter niet dat wij er als Joden onverschillig naar moeten kijken.
Integendeel. Misschien ligt hier juist een belangrijke les. De wetenschap kan
ons precies uitleggen hoe een zonsverduistering ontstaat. De maan beweegt om de
aarde, de aarde beweegt om de zon en wanneer de hemellichamen zich op de juiste
wijze ten opzichte van elkaar bevinden, valt de schaduw van de maan op de
aarde. Dat wij begrijpen hoe dit werkt, maakt het vanuit Joods perspectief niet
minder indrukwekkend. Integendeel: hoe meer wij de orde, precisie en
complexiteit van de Schepping begrijpen, hoe groter onze verwondering over de
Schepper kan worden.
De Tauroh vraagt ons niet om wetenschap te vrezen. Zij vraagt ons om de kennis
die wij hebben op de juiste manier te gebruiken. Wij kunnen weten hoe regen
ontstaat en toch Hasjem danken voor de regen. Wij kunnen begrijpen hoe de zon
en de maan bewegen en toch stilstaan bij de grootheid van Degene die deze
wereld heeft geschapen en haar volgens vaste wetten laat functioneren.
Een zonsverduistering kan daarom een moment worden van chesjben hanefesj.
Niet omdat wij bang moeten zijn voor wat er zal gebeuren, maar omdat wij
onszelf mogen afvragen wat er in ons eigen leven moet veranderen. Misschien is
er iemand die wij hebben gekwetst en aan wie wij vergeving moeten vragen.
Misschien zijn onze gebeden oppervlakkig geworden. Misschien nemen wij onze
verplichtingen tegenover anderen niet serieus genoeg. Misschien hebben wij ons
te veel laten meeslepen door de dagelijkse drukte en te weinig tijd genomen om
stil te staan bij onze relatie met Hasjem.
Chazal willen ons wakker maken. De hemel laat ons zien dat wij niet de baas
zijn over het universum. Wij kunnen berekenen wanneer een eclips zal
plaatsvinden, wij kunnen haar met grote nauwkeurigheid voorspellen en wij
kunnen haar wetenschappelijk verklaren, maar wij hebben de hemel niet
geschapen. Wij leven in een wereld die groter is dan wijzelf. Dat besef kan een
mens nederig maken.
Er is
bovendien een mooie gedachte verborgen in het beeld van een zonsverduistering.
Tijdens een eclips lijkt het alsof het licht van de zon verdwijnt. Maar de zon
is niet verdwenen. Zij wordt slechts tijdelijk aan ons zicht onttrokken. Ook in
het geestelijke leven kan een mens momenten ervaren waarop het licht verborgen
lijkt. Soms begrijpt hij niet waarom bepaalde dingen gebeuren. Soms voelt hij
zich ver van Hasjem. Soms lijkt het alsof er geen duidelijkheid is. Maar het
feit dat wij het licht niet zien, betekent niet dat het licht er niet is.
De zon blijft schijnen, ook wanneer wij haar tijdelijk niet kunnen zien. Zo
kunnen ook emoene en bitochaun blijven bestaan wanneer een mens tijdelijk geen
helderheid ervaart.
Daarom is de juiste Joodse reactie op een zonsverduistering geen paniek en geen
bijgeloof. Het is verwondering, nederigheid en zelfonderzoek. Wij zeggen geen
speciale brooche over de eclips, maar wij kunnen wel onze handen vouwen voor
een tefilloh, een hoofdstuk Tehielliem zeggen of eenvoudigweg enkele minuten in
stilte nadenken. Wij kunnen onszelf de vraag stellen: wat kan ik vanaf vandaag
beter doen?
Misschien is dat uiteindelijk de diepste boodschap van de verduistering.
Wanneer het licht aan de hemel tijdelijk wordt bedekt, worden wij eraan
herinnerd hoe afhankelijk wij zijn van licht dat wij zelf niet kunnen maken. En
juist op zo'n moment kunnen wij opnieuw leren waarderen wat wij iedere gewone
dag als vanzelfsprekend beschouwen.
Een eclips duurt enkele minuten of uren. De spirituele les hoeft echter niet te
verdwijnen zodra de zon weer volledig zichtbaar is. Wanneer wij na afloop naar
huis gaan, zouden wij niet alleen moeten denken: wat was dat mooi om te
zien? Wij zouden ook moeten vragen: wat heb ik ervan geleerd?
Kijk naar de hemel, maar kijk daarna ook naar jezelf. Laat de zonsverduistering
geen angst achterlaten, maar bewustwording. Geen bijgeloof, maar emoene. Geen
voorspelling van rampspoed, maar een uitnodiging tot tesjoewe. Want soms wordt
het licht aan de hemel tijdelijk bedekt om ons eraan te herinneren dat wij zelf
verantwoordelijk zijn om het licht van Tauroh, chesed en geloof in onze eigen
omgeving zichtbaar te maken.
Niet alles wat verborgen is, is verdwenen. En wanneer het licht terugkeert, is
de vraag niet alleen of wij het weer kunnen zien, maar ook of wij zelf
veranderd zijn.
woensdag 12 augustus 2026
ZONOVERGOTEN AFSLUITING VAN PROJECT DE JOODSE STAD IN OOST
Met een feestelijke bijeenkomst op het Pretoriusplein is het project De Joodse Stad in Oud-Oost officieel afgesloten. Op het zonovergoten plein, tegenover buurthuis Biko, kwamen ongeveer vijftig bezoekers bijeen om terug te blikken op een project dat de Joodse geschiedenis van de Transvaalbuurt opnieuw zichtbaar heeft gemaakt.
Hoogleraar Bart Wallet opende de middag met een inspirerende toespraak over het belang van het bewaren en doorgeven van de verhalen van de Joodse gemeenschap in Amsterdam-Oost. Daarna vertrokken de bezoekers in twee groepen voor een wandeling door de buurt. De route, samengesteld door het 4 Mei Comité, voerde langs plekken waar de geschiedenis van de Joodse bewoners nog altijd voelbaar is.
Een indrukwekkend onderdeel van het programma was het levensverhaal van mevrouw Wil de Brave. Zij woont al tachtig jaar in de Transvaalbuurt en vertelde uit eigen ervaring over de veranderingen die de wijk heeft doorgemaakt. Haar persoonlijke herinneringen gaven de geschiedenis een menselijk gezicht en maakten veel indruk op de aanwezigen.
Ook de Joodse Buurtvereniging Nachaliël was vertegenwoordigd. De vereniging brengt Joodse bewoners in de buurt samen tijdens Sjabbat en de Joodse feestdagen en biedt daarnaast buurtpastoraat en Joods vormingsonderwijs aan scholieren en studenten. Daarmee draagt Nachaliël bij aan een levendige Joodse gemeenschap in Amsterdam-Oost, waarin ontmoeting, zorg en traditie centraal staan.
De afsluitende woorden waren van professor Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier. Hij sprak zijn waardering uit voor alle vrijwilligers, organisaties en bewoners die aan het project hebben meegewerkt. Volgens Schrijver laten initiatieven als De Joodse Stad in Oud-Oost zien hoe lokale geschiedenis mensen met elkaar verbindt en nieuwe generaties bewust maakt van het verleden.
woensdag 5 augustus 2026
#EMERITAAT #VOOR #ZORG #PROFESSOR #DR. #HANS #SCHILDERMAN
#ZORG #PROFESSOR #DR. #HANS #SCHILDERMAN
#PARSJE #VAN #DE #WEEK : #KIE #SEITSEI Door: #Rabbijn #Simon #Bornstein Parsje Kie Seitsei (Deworiem 21:10–25:19), betekent letterli...
-
Door: Rabbijn Simon Bornstein Het Ressort Interprovinciaal Opperrabbinaat (I.P.O.R.) werd afgelopen week definitief opgeheven door het Ne...
-
Door: Rabbijn Simon Bornstein ® De Stichting Alkmaarse Synagoge is de organisatie die het pand aan de Hofstraat 15-17 in Alkmaar in eigendom...
-
Door: Rabbijn Simon Bornstein ® Voorzitter Ahmed el Mesri: 'Het is vandaag een heel grote en feestelijke dag voor de Assadaaka Community...



