maandag 6 april 2026

#PESACH, #HERINNERING #EN #GERECHTIGHEID: #EEN #HALACHISCHE #REFLECTIE #OP #VN-RESOLUTIE #A/80/L.48


 


Auteur: Priv. Doc. Rabbijn Simon Bornstein®, Theol. Assessor Jud.
Datum: 5 april 2026


In maart 2026 werd een historische beslissing genomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties: resolutie A/80/L.48, waarin de trans-Atlantische slavenhandel en raciale slavernij expliciet werden bestempeld als de zwaarste misdaad tegen de menselijkheid, werd aangenomen met 123 stemmen vóór, 3 tegen en 52 onthoudingen. 


Hoewel juridisch niet bindend, heeft deze resolutie een diepgaande morele en symbolische betekenis. 


Ze biedt een gelegenheid om de parallellen tussen internationaal recht en de halachische traditie te onderzoeken, met name in de context van Pesach, het Joodse feest van bevrijding en herinnering.


Pesach is traditioneel het feest van de bevrijding uit Egypte, een herinnering aan de fundamentele menselijke waardigheid die door slavernij werd bedreigd. 


Het gebod zocher – “gij zult u herinneren” – is in de halachische traditie niet louter een nostalgische oefening, maar een actief moreel imperatief. 


Deze reflectie beoogt een dialoog tussen halachische ethiek en internationale normen van gerechtigheid, waarbij herinnering, herstel en actie centraal staan.


Pesach, zachor en het besef van menselijke waardigheid


Het concept zachor vormt de kern van Pesach en heeft diepgaande ethische implicaties. De Torah zegt expliciet:


“…en gij moet bedenken dat gij een slaaf waart in Egypte, in het huis van slavernij, en dat de Eeuwige, uw God, u daaruit heeft geleid…” (Exodus 23:9).

 

Deze oproep tot herinnering overstijgt het individuele geheugen; zij is een collectieve ethische verplichting. Menselijke waardigheid wordt hier niet theoretisch verankerd, maar praktisch verbonden met de plicht om onrecht te herkennen en te bestrijden. 


Pesach leert dat ontmenselijking, historisch of hedendaags, moreel onacceptabel is.

In dit licht is de recente VN-resolutie niet louter een juridische handeling, maar een internationale bevestiging van de morele waarheid dat systematische ontmenselijking, zoals slavernij, een fundamentele schending van menselijke waardigheid inhoudt. De resolutie roept op tot herinnering, erkenning en verantwoordelijkheid – kernwaarden die in de halachische traditie diep geworteld zijn.


Halachische jurisprudentie over slavernij en gerechtigheid


A. Slavernij binnen de halachische traditie


Binnen de halachische traditie is slavernij historisch erkend, maar altijd onderhevig aan ethische en juridische beperkingen. Tractaten zoals Baba Metsia en Baba Kamma benadrukken dat een slaaf nooit volledig zijn menselijke waardigheid verliest, omdat ieder mens gemaakt is betselem Elauhiem – naar Gods beeld. 


Hierdoor ontstaat een ethische paradox: slavernij wordt toegestaan, maar altijd binnen een kader van menselijke waardigheid en verplichtingen tot humane behandeling.


De halachische literatuur gaat verder dan de juridische status van de slaaf; zij legt een nadruk op de sociale en morele verantwoordelijkheid van de gemeenschap. 


De vrijlating van slaven is niet slechts een juridische formaliteit, maar een ethisch gebod dat de fundamentele rechten van het individu respecteert.


B. Rechtsprincipes van vrijlating en herstel


De Tauro vereist dat een slaaf na zes jaar dienst wordt vrijgelaten, vergezeld van middelen voor een waardig bestaan (Deuteronomium 15:13-14). 


Deze regel illustreert de halachische logica van herstel: vrijheid moet gepaard gaan met de praktische mogelijkheid om waardig te leven.


Het principe van herstel beperkt zich niet tot individuele gevallen; het strekt zich uit tot collectieve verantwoordelijkheden. 


De halachische traditie erkent dat onrecht systematisch kan zijn, en dat herstel niet optioneel is, maar een fundamentele morele verplichting. 


In deze context kunnen parallellen worden getrokken met de VN-resolutie, die de blijvende impact van historische slavernij erkent en oproept tot collectieve verantwoordelijkheid.


Herstel en reparatie: halachische en internationale perspectieven


A. Halachisch perspectief op herstelplicht


Volgens de Sjoelchan Ngoroech en Talmoedische precedenten zijn gemeenschappen verplicht schade te herstellen, zelfs over generaties heen wanneer systematisch voordeel is genoten van onrecht (Chosjen Misjpat 388:1-2; Baba Kamma 92a).


Deze plicht tot herstel is niet vrijblijvend: zij omvat materiële compensatie, rehabilitatie en het herstellen van menselijke waardigheid.


Het halachische begrip van herstel is uitgebreid en moreel diep geworteld. Het gaat niet alleen om het compenseren van materiële schade, maar ook om het erkennen van historische onrechtvaardigheid en het creëren van sociale voorwaarden die herhaling voorkomen. 


Dit perspectief biedt een ethisch kader voor hedendaagse discussies over reparaties en herstelbeleid.


B. Het internationale rechtsperspectief


Het internationale recht erkent slavernij en gedwongen arbeid als misdaden tegen de menselijkheid. Het Rome Statuut van het Internationaal Strafhof noemt expliciet “enslavement” als een dergelijke misdaad. 


De recente VN-resolutie bouwt hierop voort door niet alleen de historische feiten te erkennen, maar ook de blijvende sociale en economische gevolgen te onderstrepen.


Hier ontstaat een belangrijke dialoog: halachische principes en internationale normen convergeren in hun nadruk op herstel, herinnering en verantwoordelijkheid. 


Beide perspectieven erkennen dat onverwerkt historisch onrecht de fundamenten van sociale rechtvaardigheid kan ondermijnen.


Kritische bezinning: rangschikken van leed en morele verantwoordelijkheid


Een belangrijk punt van discussie betreft de perceptie dat de resolutie leed rangschikt. 


Sommige critici beweren dat door de trans-Atlantische slavernij als de “gravest crime against humanity” te definiëren, andere vormen van lijden worden geminimaliseerd.


Vanuit een halachisch perspectief kan rangschikken echter dienen als didactisch instrument: het benadrukt urgentie en specificeert morele verantwoordelijkheid zonder ander leed te ontkennen. 


Zachor betekent herinnering met oog voor ethische actie; het preciseert niet de waarde van menselijk lijden, maar benadrukt de noodzaak van praktische interventie en herstelmaatregelen.


Bovendien biedt deze discussie een gelegenheid om de complexiteit van morele verantwoordelijkheid te erkennen. Geschiedenis en systematisch onrecht laten een erfenis van ongelijkheid achter. 


Het erkennen van deze erfenis is een noodzakelijke stap naar collectieve ethische verantwoordelijkheid, zowel in halachisch als internationaal perspectief.


Van herinnering naar actie: Pesach als ethisch model


Pesach is een model van ethische actie. De herinnering aan slavernij impliceert een verantwoordelijkheid om bevrijding concreet te maken. 


Dit kan op verschillende manieren: onderwijs over historische onrechtvaardigheid, herstelbeleid, compensatie en actieve bestrijding van structurele discriminatie.


In dit kader wordt zachor een ethisch mechanisme dat individuen en gemeenschappen aanspoort tot actie. Herinnering zonder actie vervalt tot ritueel formaliteit; actie zonder herinnering loopt het risico historische context en morele urgentie te verliezen. Pesach verenigt beide dimensies: herinnering en ethische verplichting.


Internationale resoluties zoals A/80/L.48 kunnen op dezelfde wijze functioneren: zij zijn symbolisch, maar impliceren ethische en beleidsmatige acties. 


De resolutie nodigt staten en gemeenschappen uit tot concrete stappen, van onderwijs en bewustwording tot herstel en structurele hervormingen, waarbij historische onrechtvaardigheid wordt erkend en gecompenseerd.


Resumerende


De VN-resolutie A/80/L.48 biedt een unieke gelegenheid om halachische ethiek en internationale normen te verbinden. 


Zowel de halachische traditie als internationaal recht benadrukken herinnering, gerechtigheid, herstel en waardigheid.


Pesach biedt een lens om deze principes te interpreteren: herinnering is niet louter nostalgie, maar een actieve morele verplichting. 


Het feest leert dat vrijheid en gerechtigheid praktische consequenties hebben, en dat het erkennen van historisch onrecht moet leiden tot actie in het heden.


De morele oproep van Pesach en de symbolische kracht van de VN-resolutie convergeren: ethische herinnering en herstel zijn geen abstracties, maar concrete verplichtingen. 


Het besef van menselijke waardigheid, de plicht tot herstel en de verantwoordelijkheid voor rechtvaardigheid overstijgen tijd, context en religieuze grenzen.


In een wereld die nog steeds worstelt met de erfenis van slavernij en raciale ongelijkheid, biedt de dialoog tussen halachische traditie en internationale normen een moreel kompas voor rechtvaardig handelen.


Primaire Bronnen


  1. United Nations General Assembly Resolution A/80/L.48, 25 maart 2026, https://www.undocs.org/A/80/L.48
  2. Tractaten Baba Metsia en Baba Kamma, van de Babylonische Talmoed
  3. Sjoelchan Ngorech, Chosjen Misjpat 388:1‑2
  4. Dewariem/Deuteronomium 15:13-14

donderdag 2 april 2026

VRIJHEID VOOR ISRAËL. DROOSJE VOOR JONTEF PESACH


 

VRIJHEID VOOR ISRAËL. DROOSJE VOOR JONTEF PESACH



Rabbijn Simon Bornstein®



Op deze eerste dag van Pesach staan wij opnieuw aan de oever van de geschiedenis. Niet alleen als herinnering, maar als levende ervaring. De uittocht uit Egypte is geen afgesloten hoofdstuk, maar een voortdurend proces. Zoals de Haggadah van Pesach ons leert:



בְּכָל־דּוֹר וָדוֹר חַיָּב אָדָם לִרְאוֹת אֶת־עַצְמוֹ כְּאִלּוּ הוּא יָצָא מִמִּצְרָיִם
“In elke generatie is een mens verplicht zichzelf te zien alsof hij zelf uit Egypte is getrokken.”



Dit is geen poëtische overdrijving, maar een halachische verplichting. Vrijheid is geen herinnering – het is een opdracht.



1. Wat is vrijheid volgens de Tora?



Wanneer wij spreken over vrijheid, denken velen aan autonomie: doen wat je wilt, zonder beperkingen. Maar de Torah presenteert een radicaal ander concept.



In het boek Sjemot staat:



שַׁלַּח אֶת־עַמִּי וְיַעַבְדֻנִי
“Laat Mijn volk gaan, opdat zij Mij zullen dienen.” (Sjemot 7:16)


Vrijheid is hier niet het tegenovergestelde van dienstbaarheid, maar de overgang van slavernij aan mensen naar dienstbaarheid aan God.



De Talmoed Bavli verduidelijkt dit in traktaat Awot (6:2):



אֵין לְךָ בֶן־חוֹרִין אֶלָּא מִי שֶׁעוֹסֵק בַּתּוֹרָה
“Er is geen werkelijk vrij mens behalve hij die zich bezighoudt met de Torah.”


Vrijheid betekent dus niet loskomen van alle structuren, maar juist het vinden van een hogere orde die betekenis geeft aan het leven.



2. Egypte als symbool van beperking



Het Hebreeuwse woord voor Egypte, Mitsrajiem, komt van het woord meitzar – engte, beperking. De slavernij in Egypte was niet alleen fysiek, maar ook spiritueel.



De Midrasj Rabba beschrijft dat het Joodse volk in Egypte tot het 49e niveau van onreinheid was gezakt. Vrijheid betekende daarom niet alleen ontsnapping, maar ook herstel.



De halacha weerspiegelt dit idee. In de Sjoelchan Aroech (Orach Chaim 472) staat dat men tijdens de seder moet leunen (heseiba) als teken van vrijheid. Maar waarom deze fysieke handeling?



Omdat ware vrijheid zich uit in houding – letterlijk en figuurlijk. We trainen ons lichaam om vrijheid te ervaren, zodat onze ziel kan volgen.


3. De paradox van vrijheid



Een diep inzicht vinden we in de Talmoed Bavli, traktaat Pesachim 116b:



מַתְחִיל בִּגְנוּת וּמְסַיֵּם בִּשְׁבָח
“Men begint met schande en eindigt met lof.”


Waarom begint het verhaal met onze laagste staat? Omdat vrijheid alleen begrepen kan worden in contrast met slavernij.



Vrijheid zonder herinnering aan beperking wordt oppervlakkig. Maar vrijheid die voortkomt uit duisternis heeft diepte en dankbaarheid.



4. Vrijheid en verantwoordelijkheid



De Torah maakt duidelijk dat vrijheid nooit vrijblijvend is. Direct na de uittocht ontvangt het volk Israël de Torah op de Sinaï.



Zoals staat:



וַיִּסְעוּ מֵרְפִידִים… וַיִּחַן שָׁם יִשְׂרָאֵל
“Zij reisden van Refidiem… en Israël kampte daar.” (Sjemot 19:2)


De Rasji legt uit:



כְּאִישׁ אֶחָד בְּלֵב אֶחָד
“Als één man met één hart.”


Vrijheid leidt tot eenheid en verantwoordelijkheid. Niet tot individualisme zonder grenzen.



5. Halachische uitdrukking van vrijheid



De halacha verplicht ons om op Pesach vier bekers wijn te drinken. De Misjna (Pesachiem 10:1) zegt:



וַאֲפִלּוּ עָנִי שֶׁבְּיִשְׂרָאֵל… לֹא יִפְחַת מֵאַרְבַּע כּוֹסוֹת
“Zelfs de armste in Israël… mag niet minder dan vier bekers drinken.”


Waarom? Omdat vrijheid universeel is. Het is geen privilege van de rijken, maar een fundamentele identiteit van het Joodse volk.



De vier bekers corresponderen met de vier uitdrukkingen van verlossing (Sjemot 6:6-7):



  1. וְהוֹצֵאתִי – Ik zal jullie uitleiden

  2. וְהִצַּלְתִּי – Ik zal jullie redden

  3. וְגָאַלְתִּי – Ik zal jullie verlossen

  4. וְלָקַחְתִּי – Ik zal jullie nemen

Vrijheid is dus een proces, geen moment.



6. Vrijheid voor Israël vandaag



Wanneer wij spreken over “vrijheid voor Israël”, moeten wij dit op meerdere niveaus begrijpen:



a. Nationale vrijheid



Het Joodse volk heeft door de geschiedenis heen gestreefd naar zelfbeschikking. Pesach herinnert ons eraan dat nationale vrijheid een goddelijke waarde is.



b. Spirituele vrijheid

Zelfs in een vrije staat kan men innerlijk gevangen zijn – door angst, materialisme of gebrek aan richting.

Zoals de Talmoed Bavli zegt (Berachot 5a):



אֵין חָבֻשׁ מַתִּיר עַצְמוֹ מִבֵּית הָאֲסוּרִים
“Een gevangene kan zichzelf niet bevrijden.”


We hebben elkaar nodig – gemeenschap, Torah en traditie – om werkelijk vrij te worden.



c. Morele vrijheid



Vrijheid betekent ook de mogelijkheid om het goede te kiezen. Zonder moreel kompas wordt vrijheid destructief.

7. De rol van herinnering



De Torah herhaalt keer op keer:



זָכוֹר אֶת־הַיּוֹם הַזֶּה
“Herinner deze dag.” (Sjemot 13:3)


Herinnering is geen nostalgie, maar een morele opdracht. Omdat wij slaven waren, moeten wij rechtvaardig handelen tegenover anderen:



וַאֲהַבְתֶּם אֶת־הַגֵּר
“Jullie moeten de vreemdeling liefhebben.” (Devariem 10:19)


Vrijheid voor Israël betekent dus ook verantwoordelijkheid voor de ander.



8. Persoonlijke toepassing



Iedereen heeft zijn eigen “Egypte” – persoonlijke beperkingen, angsten, gewoonten.



Pesach vraagt ons:



  • Waar ben ik nog slaaf?

  • Wat houdt mij tegen om mijn roeping te vervullen?

  • Hoe kan ik groeien naar echte vrijheid?



De Zohar leert dat de uittocht zich in elke ziel herhaalt. Elke stap van groei is een mini-exodus.



9. De toekomst van vrijheid



Pesach is niet alleen gericht op het verleden, maar ook op de toekomst. Aan het einde van de seder zeggen wij:



לְשָׁנָה הַבָּאָה בִּירוּשָׁלַיִם
“Volgend jaar in Jeruzalem.”


Dit is een uitdrukking van hoop – dat de vrijheid van Israël volledig gerealiseerd zal worden, zowel fysiek als spiritueel.



Geliefden,



Vrijheid is geen gegeven. Het is een voortdurende opdracht, een proces van groei, een relatie met God en met elkaar.



Pesach leert ons dat echte vrijheid niet betekent dat wij doen wat wij willen, maar dat wij worden wie wij bedoeld zijn te zijn.



Moge deze Pesach ons inspireren om:



  • onze persoonlijke beperkingen te doorbreken

  • onze nationale en spirituele identiteit te versterken

  • en een bron van licht en vrijheid te zijn voor de wereld



Zoals geschreven staat:



כִּי עַבְדֵי ה' הֵם
“Want zij zijn dienaren van God.” (Wajikra 25:55)



En juist daarin ligt onze grootste vrijheid.



Chag Pesach Kasjer weSameach.



DROOSJE EERSTE DAG PESACH: VAN BEVRIJDING VAN DE GEEST NAAR DE KRACHT VAN KEUZE


DROOSJE EERSTE DAG PESACH: VAN BEVRIJDING VAN DE GEEST NAAR DE KRACHT VAN KEUZE

#Rabbijn #Simon #Bornstein®

Chag Sameach Chaweriem en Chawerot.



Terwijl wij vandaag de eerste dag van Pesach vieren, staan wij stil bij de fundamentele overgang van slavernij naar vrijheid. De Parsje uit Bamidbar 12:21-51 markeert niet slechts een historische gebeurtenis, maar een eeuwigdurend proces van spirituele verlossing.



Moosje Rabbenoe instrueert het volk om het Pesach-offer te brengen en de deurposten te bestrijken met bloed, een teken van onderscheidingsvermogen en bescherming. Dit handelen was geen passieve observatie, maar een daad van moed; het was het moment waarop de Israëlieten zich losmaakten van de Egyptische afgodendienst en hun identiteit als een vrij volk claimden.



De overgang van de fysieke uittocht naar de spirituele vrijheid wordt in de Joodse traditie vaak geduid als het proces van Ge’oele (verlossing). In de Hagode wordt benadrukt dat de bevrijding uit Egypte, Mitsrajiem (wat letterlijk 'nauwtes' of 'beperkingen' betekent), een metafoor is voor de interne barrières die wij onszelf opleggen.



Wanneer wij de Matse eten, het "brood van de armoede" en het "brood van de vrijheid", worden wij herinnerd aan de nederigheid die nodig is om werkelijk vrij te zijn. Zoals de Talmoed leert, is de ware vrije mens degene die zich wijdt aan de studie van de Torah en de ethische wetten, in plaats van slaaf te zijn van zijn eigen impulsen.



De Haftore-lezing uit het boek Jehosjoeah (3:5-7; 5:2-6:1) verbindt de uittocht uit Egypte met de intocht in het Beloofde Land. Het volk moet zich heiligen voordat zij de Jordaan oversteken, wat aangeeft dat vrijheid verantwoordelijkheid met zich meebrengt.



De besnijdenis van de nieuwe generatie in Gilgal symboliseert het herstel van het verbond met de Eeuwige, een noodzakelijke stap voordat men de stad Jericho kan confronteren. Dit leert ons dat onze vrijheid niet eindigt bij het verlaten van onze persoonlijke 'Egypte', maar begint bij het bouwen van een samenleving gebaseerd op rechtvaardigheid en heiligheid.


zaterdag 28 maart 2026

DROOSJE VOOR SJABBES HAGEDOL, DE SJABBES VOORAFGAAND AAN JONTEF PESACH

 



RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®

Sjabbes Hagedol, de “Grote Sjabbat” die direct voorafgaat aan Pesach, staat in onze mesora—en in het bijzonder binnen de verfijnde minhag van Amsterdam—als een moment van overgang, van innerlijke voorbereiding en van spirituele verheffing.


Het is de Sjabbat waarop de rabbijn traditioneel een uitgebreide droosje houdt: niet alleen om de halachot van Pesach uiteen te zetten, maar om het hart van de kehilla te richten op de essentie van vrijheid.


Waarom noemen wij deze Sjabbes “gadol”? De klassieke meforsjiem, onder wie Rasji, wijzen op de gebeurtenissen in Klassiek Egypte: het moment waarop Am Jisraël op de tiende van Nissan het lam in huis nam—een openlijke daad tegen de toenmalige Egyptische afgodendienst.

Zoals de Torah zegt:


"דַּבְּרוּ אֶל־כָּל־עֲדַת יִשְׂרָאֵל... וְיִקְחוּ לָהֶם אִישׁ שֶׂה לְבֵית־אָבֹת"
“Spreek tot de gehele gemeenschap van Israël… en zij moeten voor zich ieder een lam nemen per familie.”
(Sjemaus 12:3)

 

Dit was geen eenvoudige handeling. Het vereiste moed om, midden in het Klassieke Egypte, een symbool van de Egyptische godheid in huis te nemen. 


De Maharal van Prague legt uit dat hier de innerlijke bevrijding begon: nog vóór de fysieke uittocht, werd de ziel al vrijgemaakt.


En daarin ligt de kern van Sjabbes Hagedol. Grootheid ligt niet alleen in het wonder zelf, maar in de voorbereiding erop. 


Zoals onze chachamiem leren:


"גדול המעשה יותר מן העושה"
“Groter is degene die doet (en voorbereidt), dan degene die slechts handelt op het moment zelf.”
(Talmoed Bavli)

 

De daad van voorbereiding—de stap vóór de bevrijding—is wat deze Sjabbes “groot” maakt. Am Jisroël handelde met emoenah - Godsvertrouwen, niet omdat zij al vrij waren, maar omdat zij bereid waren vrij te worden.


Deze boodschap klinkt des te sterker in onze eigen dagen, hier en nu. In de aanloop naar Pesach zijn wij druk bezig met het verwijderen van chomets. 


Maar chomets is niet alleen fysiek; het is ook een spiegel van onze innerlijke wereld. 


De Torah waarschuwt:


"שְׂאֹר לֹא יִמָּצֵא בְּבָתֵּיכֶם"
“Er mag geen zuurdesem (chamets) in uw huizen gevonden worden.”
(Sjemaus12:19)

 

De chassidische en moessar-traditie lezen dit ook als een innerlijke oproep: verwijder de “opgeblazenheid” uit je hart. 


Chomets staat voor trots, voor ego, voor datgene wat de mens van binnen vult en verhardt.


Daartegenover staat de matse—eenvoudig, laag, zonder rijzing. Zoals de Zohar het noemt:


"מיכלא דמהימנותא"
“Het voedsel van geloof.”
(Zohar, deel II)


Op Sjabbes Hagedol beginnen wij deze overgang: van chamets naar matse, van opgeblazenheid naar nederigheid, van uiterlijke slavernij naar innerlijke vrijheid.


In de Amsterdamse minhag wordt deze Sjabbes daarom gekenmerkt door een bijzondere ernst en diepte. 


De droosje is niet alleen een les in haloche, maar een oproep tot zelfonderzoek. Want zonder innerlijke voorbereiding blijft vrijheid leeg. 


Zoals de wijzen zeggen:


"אין בן חורין אלא מי שעוסק בתורה"
“Alleen hij die zich bezighoudt met de Tora is werkelijk vrij.”
(Pirkei Owaus)

 

Vrijheid is dus niet slechts het ontbreken van slavernij, maar het vermogen om richting te geven aan het eigen leven—geworteld in Torah en avodas Hasjem.


Zo staan wij op deze Sjabbes op een drempel. Wij zijn nog niet bij de seder, nog niet bij de uittocht, maar wij zijn al begonnen. 


En juist hier ligt onze kans tot “grootheid”: in de kleine stappen, in de bewuste voorbereiding, in het reinigen van zowel huis als hart.


Moge het zo zijn dat deze Sjabbes Hagedol voor ons allen werkelijk “groot” wordt—niet alleen in naam, maar in inhoud. 


Dat wij de kracht vinden om, net als onze voorouders, te handelen met emunah nog vóórdat de verlossing zichtbaar is. 


En dat wij, wanneer Pesach aanbreekt, kunnen vervullen wat er geschreven staat:


"לְמַעַן תִּזְכֹּר אֶת־יוֹם צֵאתְךָ מֵאֶרֶץ מִצְרַיִם כֹּל יְמֵי חַיֶּיךָ"
“Opdat u de dag van uw uittocht uit Egypte zult gedenken, alle dagen van uw leven.”
(Deworiem 16:3)

 

Niet alleen als herinnering aan het verleden, maar als een levende ervaring van innerlijke bevrijding.


Goed Sjabbes.



dinsdag 24 maart 2026

#HEILIGE #WRIJVING: #LEREN #SPREKEN #EN #LUISTEREN #IN #EEN #GEPOLARISEERDE #WERELD

 


#HEILIGE #WRIJVING: #LEREN #SPREKEN #EN #LUISTEREN #IN #EEN #GEPOLARISEERDE #WERELD



#Rabbijn #Simon #Bornstein®



In het hedendaagse academische landschap, waarin gevoeligheid, voorzichtigheid en morele alertheid steeds prominenter aanwezig zijn, lijkt het vermogen tot werkelijk gesprek onder druk te staan.



Het artikel Brave Conversations: Teaching the art of disagreement in an age of discomfort geschreven door: Daniel Heller, Senior Lecturer, Australian Centre for Jewish Civilisation, Faculty of Arts & Farid Zaid Turner Institute for Brain and Mental Health, Monash University; Deputy Director, Graduate Diploma of Psychology, werd gepubliceerd in 2025 en biedt een indringende analyse van deze ontwikkeling en presenteert een pedagogisch antwoord dat zowel praktisch als normatief van aard is.



Vanuit mijn positie als rabbijn en studentenpastor lees ik dit niet slechts als een didactisch experiment, maar als een existentiële oproep: hoe leren wij opnieuw spreken, luisteren en verdragen – juist waar het schuurt?



De stilte als symptoom van zorg



Het artikel opent met een herkenbare scène: een academisch seminar waarin een gevoelig onderwerp – genderidentiteit – ter sprake komt. Wat volgt is geen debat, maar stilte.



Deze stilte is geen teken van onverschilligheid, maar van zorgvuldigheid. Studenten en docenten willen niet kwetsen, niet verkeerd begrepen worden, niet sociaal gesanctioneerd worden.



Paradoxaal genoeg leidt deze ethische intentie tot het vermijden van gesprek. Hier zien we een kernspanning van onze tijd: de wens tot compassie ondermijnt de praktijk van open dialoog.



Vanuit een pastoraal perspectief is deze dynamiek diep herkenbaar. In gesprekken met studenten merk ik hoezeer zij verlangen naar veiligheid, maar tegelijkertijd verstikt raken in diezelfde veiligheid wanneer deze geen ruimte laat voor verschil.



De angst om fouten te maken – moreel, sociaal of intellectueel – leidt tot zelfcensuur. Wat verloren gaat, is niet slechts debat, maar ook de mogelijkheid tot groei.



Intellectuele wrijving als pedagogische noodzaak



De auteurs signaleren een bredere culturele verschuiving: universiteiten vermijden steeds vaker moeilijke gesprekken. Docenten passen hun curricula aan, studenten trekken zich terug uit confrontatie. Dit wordt mede verklaard door een pedagogisch ethos dat discomfort wil minimaliseren.



Echter, zoals ook andere denkers hebben betoogd, kan overbescherming leiden tot kwetsbaarheid. Zonder blootstelling aan spanning ontbreekt de oefening in veerkracht.



In de Joodse traditie bestaat een diep respect voor machloket – het meningsverschil. De Talmoed is opgebouwd uit tegenstrijdige interpretaties, waarbij waarheid niet ontstaat door consensus, maar door het zorgvuldig naast elkaar laten bestaan van verschillende stemmen.



Deze traditie leert dat intellectuele wrijving geen bedreiging is, maar een bron van wijsheid. Het Brave Conversations-project sluit impliciet aan bij deze gedachte: het herwaardeert conflict als leerzame ruimte.

Van zwijgen naar vaardigheid



Het centrale antwoord van het project is niet ideologisch, maar methodisch. Het doel is niet om studenten te leren wat zij moeten denken, maar hoe zij kunnen blijven denken in situaties van spanning. Dit gebeurt via intensieve workshops waarin deelnemers oefenen met perspectiefwisseling, rollenspel en gestructureerde dialoog.



Een bijzonder waardevol instrument is het zogenaamde “looping for understanding”: het parafraseren van de ander voordat men reageert. Deze techniek lijkt eenvoudig, maar heeft diepe implicaties.



Zij veronderstelt dat luisteren geen passieve handeling is, maar een actieve ethische keuze. Door de ander recht te doen in diens eigen woorden, ontstaat er ruimte voor erkenning zonder instemming.



In pastorale begeleiding gebruik ik vergelijkbare technieken. Wanneer een student zich onbegrepen voelt, vraag ik vaak: “Kun je herhalen wat de ander volgens jou bedoelde?”



Niet om consensus te forceren, maar om het gesprek te vertragen. In die vertraging ontstaat vaak iets nieuws: niet noodzakelijk overeenstemming, maar wel wederzijds begrip.



Discomfort als leerobject



Een van de meest intrigerende aspecten van het project is de poging om discomfort meetbaar te maken. Door fysiologische en gedragsmatige reacties tijdens gesprekken te analyseren, proberen de onderzoekers inzicht te krijgen in wat mensen doet afhaken of juist betrokken houdt.



Dit wijst op een verschuiving in het denken over onderwijs: niet alleen cognitieve inhoud, maar ook affectieve processen worden serieus genomen.



Deze benadering resoneert met spirituele tradities waarin het verdragen van onzekerheid centraal staat. In de mystieke literatuur wordt vaak gesproken over het “uithouden van het niet-weten” als voorwaarde voor inzicht.



Ook in de pastorale praktijk blijkt dat groei vaak plaatsvindt in momenten van verwarring en spanning. Het probleem is niet discomfort op zich, maar het ontbreken van vaardigheden om ermee om te gaan.



De pedagogiek van onzekerheid



Het artikel verwijst naar het belang van tolerantie voor ambiguïteit. In een wereld die snelle antwoorden en duidelijke posities verlangt, is het vermogen om onzekerheid te verdragen zeldzaam geworden.



Toch is juist deze capaciteit essentieel voor zowel wetenschappelijk denken als democratisch burgerschap.

Vanuit een religieus perspectief is dit geen nieuw inzicht. Geloofstradities erkennen al eeuwenlang dat waarheid zich niet laat reduceren tot eenduidigheid.



De Bijbelse verhalen zijn vaak ambivalent, open voor interpretatie, en nodigen uit tot voortdurende herlezing. In die zin kan het leren omgaan met onzekerheid worden gezien als een spirituele oefening.



Co-creatie en democratische pedagogiek



Een belangrijk kenmerk van het Brave Conversations-project is de betrokkenheid van studenten als mede-ontwerpers. Dit sluit aan bij principes van democratische pedagogiek, waarin onderwijs niet hiërarchisch wordt opgelegd, maar gezamenlijk wordt vormgegeven.



Studenten worden niet slechts gezien als ontvangers van kennis, maar als actieve deelnemers in het leerproces.



Dit heeft ook een pastorale dimensie. Jongvolwassenen bevinden zich in een fase van identiteitsvorming, waarin zij zoeken naar stemmen die hen serieus nemen.



Door hen te betrekken bij het ontwerp van dialoogpraktijken, wordt hun agency erkend. Dit kan bijdragen aan een gevoel van eigenaarschap en verbondenheid.



Polarisatie en de crisis van vertrouwen



De urgentie van het project wordt onderstreept door bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Het artikel wijst op een afname van vertrouwen in instituties en een toename van polarisatie.



In zo’n context wordt het vermogen om constructief te verschillen niet slechts een academische vaardigheid, maar een maatschappelijke noodzaak.



Als rabbijn zie ik hierin een ethische opdracht. De traditie leert dat gemeenschap niet ontstaat door uniformiteit, maar door het vermogen om verschil te dragen.



Eiloe we’eiloe divrei Elohiem chajiem” – “Deze én die zijn woorden van de levende God” – stelt dat meerdere perspectieven naast elkaar kunnen bestaan zonder elkaar te vernietigen.



Dit vraagt om een cultuur waarin luisteren net zo belangrijk is als spreken.

Geen belofte van harmonie



Het project is opmerkelijk eerlijk in zijn doelstellingen. Het belooft geen consensus, geen harmonie en geen volledig veilige ruimte.



In plaats daarvan biedt het iets duurzamers: de capaciteit om aanwezig te blijven in ongemak. Dit is een cruciale verschuiving. Veiligheid wordt niet gedefinieerd als afwezigheid van spanning, maar als de aanwezigheid van vaardigheden om met spanning om te gaan.



In pastorale termen zou men kunnen zeggen: het doel is niet om conflicten te vermijden, maar om ze te heiligen – dat wil zeggen, ze te benaderen met aandacht, respect en verantwoordelijkheid.



De kunst van het blijven



Het Brave Conversations-project biedt een krachtig antwoord op een fundamentele vraag van onze tijd: hoe blijven wij in gesprek wanneer het moeilijk wordt? Het laat zien dat dit geen vanzelfsprekende vaardigheid is, maar een oefening die geleerd en onderhouden moet worden.



Voor universiteiten betekent dit een herwaardering van dialoog als kern van academische vorming. Voor studenten betekent het een uitnodiging om moed te ontwikkelen – niet de moed om te winnen, maar om te blijven.



En voor ons allen, als leden van een plurale samenleving, betekent het een herinnering dat verschil geen bedreiging is, maar een voorwaarde voor betekenisvolle ontmoeting.



Misschien is dat wel de diepste les: dat wij in het ongemak niet alleen de ander ontmoeten, maar ook onszelf.


woensdag 11 maart 2026

#BRUGGEN #BOUWEN #TERWIJL #MUREN #WORDEN #OPGETROKKEN

 



Bruggen bouwen terwijl muren worden opgetrokken

Reflectie van een rabbijn op debat, rechtvaardigheid en het NIW


RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN®


Als rabbijn geloof ik dat het mijn taak is bruggen te bouwen. Niet alleen tussen Joden onderling, maar ook tussen Joden en anderen, tussen Israël en Palestijnen, en tussen mensen die elkaar in het publieke debat nauwelijks nog horen.


De Joodse traditie kent daar een krachtige opdracht voor: “Zoek vrede en jaag die na.” Vrede ontstaat niet door stilte, maar door een eerlijk gesprek – ook wanneer dat gesprek pijnlijk is. Daarbij hoort dit debat ook over barmhartigheid gevoerd te worden.


Juist daarom maak ik mij zorgen over een ontwikkeling in Nederland die steeds zichtbaarder wordt: het structureel ondermijnen van kritische stemmen over Israël en de rechten van Palestijnen.


Wie werkt met moslims in het algemeen, maar in het bijzonder voor wie solidariteit uitspreekt met Palestijnen, wordt door het NIW al snel weggezet als extremist, antisemiet of sympathisant van terrorisme. 


Dat is niet alleen onjuist, het is ook schadelijk voor het publieke debat én voor de strijd tegen werkelijk antisemitisme.


Een klimaat van intimidatie


Een recent rapport van het European Legal Support Center (ELSC) beschrijft tientallen incidenten in Nederland waarin pro-Palestijnse activisten, academici en maatschappelijke organisaties worden tegengewerkt of geïntimideerd. Hier kunt u klikken om het rapport in haar geheel te kunnen lezen. Voor wie midden in de Nederlands Joodse gemeenschap staat, gaat er een wereld open.


Het gaat om 76 gedocumenteerde gevallen tussen 2015 en 2020, maar het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger.


De voorbeelden zijn zorgwekkend:

  • culturele evenementen die moeten worden afgelast na online haatcampagnes;

  • activisten die te maken krijgen met hacking en doodsbedreigingen;

  • organisaties die hun subsidies of ruimtes verliezen na politieke druk;

  • lastercampagnes waarin legitieme kritiek op Israël wordt gelijkgesteld aan antisemitisme.

Dit soort incidenten heeft een breder effect. Niet alleen de direct betrokkenen worden geraakt; ook anderen gaan zich afvragen of het nog veilig is om zich uit te spreken.


Zo ontstaat zelfcensuur. En wanneer mensen zichzelf gaan censureren, krimpt de democratische ruimte.


De rol van lobby en media


Het rapport wijst erop dat verschillende pro-Israëlorganisaties in Nederland een belangrijke rol spelen bij deze tegenwerking. Daarbij gaat het onder meer om lobbyorganisaties, politieke netwerken en mediakanalen die campagnes voeren tegen pro-Palestijnse initiatieven.

Ook sommige media dragen bij aan deze dynamiek. Het #Nieuw #Israëlietisch #Weekblad ( #NIW) profileert zich regelmatig als verdediger van Israël, maar in de praktijk leidt de toon van het debat soms tot iets anders: het diskwalificeren van Joodse en niet-Joodse stemmen die pleiten voor Palestijnse rechten of het samen optrekken met moslims in Nederland.


Voor rabbijnen, Joodse intellectuelen of Israëlische critici van de bezetting kan dat bijzonder pijnlijk zijn. 


Wanneer Joden die uit religieuze of ethische overtuiging pleiten voor rechtvaardigheid voor moslims in het algemeen, maar Palestijnen in het bijzonder worden weggezet als “verraders” of “zelfhaters”, wordt de Joodse gemeenschap zelf smaller en minder pluralistisch.

Het NIW stimuleert samenwerking tussen orthodoxe en liberale gemeenten nauwelijks, dat is een aandachtspunt voor hoognodige verbetering. Het parochieblaadje promoot interne #ACHDOET feitelijk niet.

Antisemitisme bestrijden zonder debat te smoren

Laat één ding duidelijk zijn: antisemitisme bestaat en moet met kracht worden bestreden. Als rabbijn zie ik dagelijks hoe kwetsend en gevaarlijk Jodenhaat kan zijn. Maar juist daarom moeten we zorgvuldig zijn met de term.

Wanneer alle kritiek op Israël automatisch als antisemitisme wordt bestempeld, gebeuren er twee dingen:

  1. Werkelijk antisemitisme wordt gebagatelliseerd.

  2. Legitiem politiek debat wordt onmogelijk gemaakt.

Een voorbeeld daarvan is de IHRA-definitie van antisemitisme, die vaak wordt gebruikt om kritiek op Israël te problematiseren. Hoewel die definitie in Nederland juridisch niet bindend is, wordt zij regelmatig ingezet als politiek instrument.


Dat creëert een sfeer waarin instellingen, universiteiten en culturele organisaties uit angst voor reputatieschade evenementen annuleren of sprekers weren.


Het was bijvoorbeeld voor de organisatoren van een nette Herdenking van de Februaristaking 1941 nauwelijks mogelijk om sprekers aan te trekken vanwege de landelijke ophef rond die herdenking, mede aangezwengeld door het NIW.


Dat geeft meest ernstig te denken; de gemeenschap en haar PR zijn niet gebaat bij deze ophef.


De Joodse ethische traditie


De profeten van Israël waren geen hofpredikers. Zij spraken machthebbers tegen, juist uit liefde voor hun volk en hun traditie. De profeet Jesaja riep op tot gerechtigheid voor de onderdrukten; Amos fulmineerde tegen onrecht en hypocrisie.


Die traditie verplicht ons vandaag om ook kritisch te kijken naar het beleid van de staat Israël. Niet omdat we tegen Israël zijn, maar omdat rechtvaardigheid een kernwaarde is in het Jodendom.


Een rabbijn die pleit voor samenwerkng met moslims in Nederland, of opkomt voor Palestijnse mensenrechten is dus niet “tegen zijn eigen volk”.


Hij staat juist in een lange religieuze traditie waarin gerechtigheid en menselijke waardigheid centraal staan.

Bruggen in plaats van loopgraven


Wat Nederland nodig heeft, is geen verdere polarisatie maar ruimte voor gesprek. Joden, moslims, christenen en seculiere Nederlanders moeten het oneens kunnen zijn zonder elkaar te demoniseren.


Media – inclusief Joodse media – dragen daarin een bijzondere verantwoordelijkheid. In plaats van bruggenbouwers te ondermijnen, zouden zij juist het gesprek moeten faciliteren tussen verschillende stemmen binnen en buiten de Joodse gemeenschap.


Want uiteindelijk hebben Israëli’s én Palestijnen hetzelfde nodig: veiligheid, waardigheid en vrijheid. En zolang wij in Europa het debat verstikken, helpen we niemand dichter bij die toekomst.


Als rabbijn blijf ik daarom geloven in bruggen. Maar bruggen kunnen alleen bestaan wanneer mensen aan beide kanten bereid zijn naar elkaar te luisteren.


Resumerende:
NIEUWE HOOFDREDACTEUR NIW gewenst


Sommige redacteuren van het Nieuw Israëlitisch Weekblad onderwijl blijven bruggenbouwers in de eigen gemeenschap ondermijnen, door de persoonlijke en professionele integriteit van de betreffende personen moedwillig aan te tasten.


Daarom ook een vurig pleidooi voor een nieuwe hoofdredactie, die de belangen van de Joodse gemeenschap in haar diversiteit wel weet te vertegenwoordigen en bereiken.

Iemand die vakkundig en integer kan opereren en burggenbouwers sterkt in hun werk voor de eigen gemeenschap.

#PESACH, #HERINNERING #EN #GERECHTIGHEID: #EEN #HALACHISCHE #REFLECTIE #OP #VN-RESOLUTIE #A/80/L.48

  Auteur: Priv. Doc. Rabbijn Simon Bornstein ® , Theol. Assessor Jud. Datum: 5 april 2026 In maart 2026 werd een historische beslissing ge...