Posts tonen met het label #halloche. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #halloche. Alle posts tonen

dinsdag 1 september 2026

#WANNEER #WAARHEID #WANKELT: #EEN #RABBIJNSE #DIALOOG #MET #KLAUS #OSCHEMA #OVER #EPISTEMISCHE #ONZEKERHEID.


 

Wanneer waarheid wankelt: een rabbijnse dialoog met Klaus Oschema over epistemische onzekerheid



Klaus Oschema is een van de belangrijkste hedendaagse Duitse mediëvisten op het gebied van de laatmiddeleeuwse cultuur-, kennis- en ideeëngeschiedenis. Sinds september 2023 is hij directeur van het #Deutsches #Historisches #Institut #Paris. Daarnaast is hij (tijdelijk met verlof) hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis aan de Ruhr-Universität Bochum.



Zijn onderzoek onderscheidt zich doordat hij de Middeleeuwen niet ziet als een statische wereld van vaste waarheden, maar als een samenleving waarin mensen voortdurend onderhandelden over kennis, gezag, waarheid en sociale orde. Hij combineert klassieke politieke geschiedenis met cultuurgeschiedenis, kennisgeschiedenis en historische antropologie.


Oschema sluit aan bij aan bij denkers als: Michel de Certeau (geschiedschrijving als praktijk), Paul Ricoeur (herinnering, geschiedenis en narratief), Reinhart Koselleck (begripsgeschiedenis), Hayden White (de narratieve structuur van geschiedenis).

Oschema is echter minder postmodern dan Hayden White. Hij ontkent niet dat historische waarheid bestaat; hij onderzoekt vooral hoe mensen tot overtuigingen over waarheid komen en welke procedures die overtuigingen geloofwaardig maken.


Het wetenschapprlijk debat rond het thema "Wanneer de waarheid wankelt. Epistemische onzekerheid in de Duitse en Franse Hisstoriografie van de late Middeleeuwen" confronteert de ons met een vraag die even oud is als de menselijke beschaving: hoe spreken wij waarheidsgetrouw over een verleden dat wij nooit rechtstreeks kunnen waarnemen?



#Klaus #Oschema laat overtuigend zien dat laatmiddeleeuwse Duitse en Franse kroniekschrijvers zich veel bewuster waren van de kwetsbaarheid van historische kennis dan lange tijd werd aangenomen. Hun geschiedschrijving was geen naïeve registratie van feiten, maar een voortdurende afweging van getuigenissen, autoriteiten, herinneringen en interpretaties. Waarheid was geen vanzelfsprekend bezit, maar een intellectuele opgave.


Als rabbijn herken ik in deze analyse onmiddellijk een fundamenteel kenmerk van de halachische traditie. Ook de rabbijnen hebben zich eeuwenlang beziggehouden met de vraag hoe de mens betrouwbare kennis kan verkrijgen wanneer hij slechts beschikt over fragmenten van de werkelijkheid. 


Toch zou ik Oschema op een belangrijk punt willen aanvullen. De halloche deelt zijn aandacht voor de menselijke beperktheid, maar zij weigert waarheid te reduceren tot het resultaat van sociale of discursieve processen. Integendeel: juist omdat waarheid bestaat en de mens haar nooit volledig bezit, is een gedisciplineerde methode van interpretatie noodzakelijk.


Waarheid als verbond


In de Joodse traditie is waarheid (emmes) niet in de eerste plaats een epistemologisch begrip, maar een eigenschap van God zelf. De profeet Jeremia noemt de Eeuwige "Adonai Elauhiem emmes" (Jeremia 10:10), en de Babylonische Talmoed (Sjabbes 55a) spreekt over waarheid als het "zegel van de Heilige, gezegend zij Hij". 


Waarheid is daarom geen menselijke constructie, maar een werkelijkheid waaraan de mens zich dient te conformeren.


Dat verklaart ook het opmerkelijke gebod uit Exodus 23:7:


Miedvor sjeker tirchok — "Houd afstand van onwaarheid."

 

De Tauroh verbiedt niet slechts de leugen; zij gebiedt afstand te bewaren van iedere situatie waarin waarheid wordt vertroebeld. De rabbijnen zagen hierin een uitzonderlijk breed ethisch beginsel. Niet alleen wat wij zeggen, maar ook hoe wij onderzoeken, argumenteren en oordelen, behoort onder het gebod van de waarheid te staan.


Daarmee ontstaat onmiddellijk een verbinding met Oschema. Ook zijn analyse maakt duidelijk dat waarheid niet ontstaat zonder methodische discipline. Toch blijft het verschil fundamenteel. Voor de halloche is discipline niet de bron van waarheid, maar de voorwaarde om haar zo goed mogelijk te benaderen.


De Talmoed als school van epistemische bescheidenheid


Wie de Babylonische Talmoed openslaat, ontdekt geen verzameling onbetwistbare zekerheden. Vrijwel iedere bladzijde bestaat uit debat, kritiek, alternatieve interpretaties en correcties. Dat is geen teken van onzekerheid in negatieve zin, maar een erkenning van de beperktheid van menselijke kennis.


De beroemde uitspraak uit Eroevien 13b luidt:


Eiloe ve-eiloe divrei Eilauhiem chajiem — "Deze én gene zijn woorden van de levende God."

 

Vaak wordt deze passage aangehaald alsof de Talmoed alle waarheidsclaims relativeert. Dat is echter een moderne projectie. De Talmoed zegt niet dat iedere interpretatie waar is, maar dat meerdere zorgvuldig beargumenteerde interpretaties kunnen deelnemen aan dezelfde zoektocht naar de goddelijke waarheid. Uiteindelijk moet de halloche echter één normatieve beslissing nemen.


Dit onderscheid tussen interpretatieve pluraliteit en normatieve verantwoordelijkheid verdient ook aandacht binnen de historiografie. Historici beschikken vaak over meerdere plausibele lezingen van dezelfde bron. Dat betekent niet dat alle interpretaties gelijkwaardig zijn, maar dat waarheid slechts toegankelijk wordt via een kritisch proces van argumentatie.


Getuigen en de grenzen van kennis


Opvallend is hoe sterk de rabbijnse rechtsleer de betrouwbaarheid van menselijke kennis problematiseert. In Misjne Sanhedrin en de daarop gebaseerde Talmoedische discussies worden getuigen uitvoerig ondervraagd. 


Tegenstrijdigheden, hoe klein ook, kunnen een getuigenverklaring ondermijnen. De rechters worden voortdurend herinnerd aan de mogelijkheid van dwaling.


Misjne Sanhedrin 4:5 leert dat wie één mens ten onrechte veroordeelt, handelt alsof hij een hele wereld vernietigt. Achter deze uitspraak schuilt een diep epistemologisch besef: menselijke kennis is feilbaar, en juist daarom moet het onderzoek uiterst zorgvuldig zijn.


Hier ontmoet de halloche Oschema opnieuw. Ook de laatmiddeleeuwse kroniekschrijvers die hij onderzoekt, beseffen dat getuigenissen niet vanzelf betrouwbaar zijn. Historische waarheid vraagt om bronkritiek, vergelijking en voortdurende reflectie op de positie van de auteur.


"De Tauroh is niet in de hemel"


Het meest intrigerende rabbijnse antwoord op epistemische onzekerheid vinden wij wellicht in het beroemde verhaal van de "Oven van Achnai" (Bava Metzia 59b).


Rabbi Eliëzer verdedigt zijn hallochische standpunt met wonderen. Zelfs een hemelse stem verklaart dat hij gelijk heeft. Toch antwoorden de overige rabbijnen:


Lau ba-shomojiem hie — "De Tauroh is niet in de hemel."

 

Deze uitspraak wordt soms voorgesteld als een overwinning van democratie op openbaring. Dat is een misverstand. De rabbijnen ontkennen de waarheid van de hemelse stem niet; zij stellen dat God de verantwoordelijkheid voor halachische besluitvorming aan mensen heeft toevertrouwd. 


De waarheid wordt niet gecreëerd door de meerderheid, maar de gemeenschap draagt de verantwoordelijkheid om volgens vaste hermeneutische regels tot een beslissing te komen.


Juist hier zou ik Oschema willen uitdagen. Zijn analyse laat overtuigend zien hoe historische waarheidsclaims sociaal worden gelegitimeerd. De halloche voegt daaraan echter een tweede dimensie toe: legitimiteit is niet voldoende. Interpretatie blijft gericht op een waarheid die de gemeenschap overstijgt.


Dat onderscheid tussen ontologische waarheid en epistemische legitimatie lijkt mij essentieel. Zonder dat onderscheid dreigt waarheid uiteindelijk samen te vallen met de mechanismen die haar gezag verlenen.


Maimonides: waarheid boven autoriteit


Maimonides verdiept deze gedachte in de Gids der Verdoolden. Menselijke kennis is noodzakelijk begrensd; alleen God kent de werkelijkheid onmiddellijk. De mens kent haar slechts via waarneming, redenering en interpretatie.


Daarom schrijft Maimonides dat men de waarheid moet aanvaarden, ongeacht wie haar uitspreekt. Autoriteit is belangrijk, maar nooit absoluut. Argumenten moeten worden beoordeeld op hun inhoud.


Deze intellectuele houding sluit verrassend goed aan bij de methode van de historicus. Ook historici behoren bronnen niet te geloven vanwege hun prestige, maar vanwege hun betrouwbaarheid, hun onderlinge samenhang en hun verklarende kracht.


Soloveitchik en de normatieve werkelijkheid


Rabbijn Joseph B. Soloveitchik gaat nog een stap verder. In Halakhic Man beschrijft hij de hallochische geleerde niet als een passieve waarnemer van de werkelijkheid, maar als iemand die de werkelijkheid interpreteert binnen een normatief raamwerk dat door de Tauroh wordt gevormd.


Ook hier ontstaat een vruchtbare vergelijking met Oschema. Beiden wijzen een eenvoudig positivisme af. Beiden erkennen dat interpretatie onvermijdelijk is. 


Maar waar Oschema laat zien hoe historische waarheid binnen sociale praktijken wordt gelegitimeerd, blijft Soloveitchik vasthouden aan een transcendente waarheid die door interpretatie wordt gezocht, niet geproduceerd.


Dat verschil is meer dan een religieuze nuance. Het raakt de kern van iedere epistemologie. Is waarheid uiteindelijk een eigenschap van de werkelijkheid, of van onze procedures?


Een rabbijnse vraag aan de historicus


Het werk van Klaus Oschema verdient grote waardering omdat het de complexiteit van laatmiddeleeuwse historiografie zichtbaar maakt. Zijn analyse bevrijdt ons van het misverstand dat middeleeuwse auteurs naïeve verzamelaars van feiten waren. Zij waren zich juist scherp bewust van de onzekerheid die iedere historische reconstructie begeleidt.


Toch blijft voor mij als rabbijn één vraag open.


Als waarheid volledig afhankelijk wordt van de discursieve processen waarmee zij wordt gelegitimeerd, op grond waarvan kunnen wij dan nog onderscheid maken tussen een verantwoord historisch oordeel en een overtuigende, maar uiteindelijk misleidende constructie?


De hallochische traditie zou antwoorden dat juist de erkenning van menselijke beperktheid vraagt om een objectieve oriëntatie op waarheid. Omdat niemand de waarheid volledig bezit, zijn wij gebonden aan methodische discipline, kritische dialoog, intellectuele nederigheid en de bereidheid onszelf voortdurend te laten corrigeren.


Misschien is dat uiteindelijk de diepste les die de Talmoed en de laatmiddeleeuwse historiografie met elkaar delen. Niet dat waarheid onbereikbaar is, maar dat zij nooit zonder verantwoordelijkheid kan worden gezocht. 


Waarheid wankelt niet omdat zij zelf instabiel is, maar omdat de mens haar slechts benadert met de beperkte middelen van taal, herinnering en interpretatie. Juist daarom blijft de zoektocht naar emmes zowel een wetenschappelijke als een religieuze roeping.

woensdag 26 augustus 2026

#WAARHEID #ALS #VOORTDUREND #PROCES, #EEN #HALLOCHISCHE #REFLECTIE


#WAARHEID #ALS #VOORTDUREND #PROCES, #EEN #HALLOCHISCHE #REFLECTIE

Inleiding: de zoektocht naar waarheid als religieuze opdracht
Wetenschappers stellen een vraag die niet alleen historici, filosofen en cultuurwetenschappers bezighoudt, maar ook diep geworteld is in de Joodse traditie: wat betekent het dat waarheid niet slechts een vaststaand gegeven is, maar een proces van voortbrenging, bevestiging en overdracht?
Vanuit hallochisch perspectief is deze vraag bijzonder betekenisvol. Het Jodendom kent waarheid (emmes) als een eigenschap van de Eeuwige zelf: „Want alle wegen van de Eeuwige zijn rechtvaardig; een God van waarheid (Eil emoenoh)“ (Deworiem/ Deuteronomium 32:4).
De waarheid heeft dus haar oorsprong niet in de mens, maar in God. Tegelijkertijd heeft de mens de heilige opdracht gekregen om deze waarheid te zoeken, te interpreteren en zichtbaar te maken binnen de werkelijkheid van het dagelijks leven.
De halloche laat zien dat waarheid geen statisch object is dat eenvoudigweg wordt opgeslagen. Zij is een levende traditie die door generaties heen wordt bestudeerd, besproken en toegepast.

De waarheid van de Touroh: gegeven en voortdurend ontsloten

De Joodse traditie maakt onderscheid tussen de oorsprong van waarheid en de menselijke toegang daartoe. De Touro is volgens de rabbijnse visie een goddelijke openbaring, maar haar betekenis ontvouwt zich door menselijke studie.

De Talmoed leert:

„Zij is niet in de hemel“ (Lau basjomiem hie) (Bava Metzia 59b, gebaseerd op Deworiem/ Deuteronomium 30:12).
De rabbijnen begrijpen deze uitspraak niet als een ontkenning van de goddelijke oorsprong van de Touroh maar als een bevestiging van menselijke verantwoordelijkheid. God heeft de interpretatie van Zijn Woord toevertrouwd aan de gemeenschap van Israël.

Daarom is Touroh sje-begal peih — de Mondelinge Touroh — geen afwijking van de geschreven openbaring, maar de wijze waarop die openbaring historisch en praktisch wordt gerealiseerd.

Waarheid wordt in de halloche niet geproduceerd in de zin dat mensen haar willekeurig creëren. Zij wordt onthuld door een proces van studie, argumentatie en toepassing.

Machlaukes: verschil van mening als instrument van waarheid
Een opvallend kenmerk van de rabbijnse traditie is dat waarheid vaak ontstaat binnen discussie.

De Talmoed bewaart duizenden meningsverschillen tussen geleerden. De discussies tussen Hillel en Sjammai vormen hiervan een klassiek voorbeeld.

Hoewel de halloche meestal de opvatting van Hillel volgt, worden de woorden van Sjammai niet verwijderd. De Talmoed zegt zelfs:

„Deze en die zijn de woorden van de levende God“ (Eroevien 13b).

Dit betekent niet dat iedere uitspraak automatisch praktisch bindend wordt, maar wel dat het zoeken naar waarheid meerdere stemmen kan omvatten. Waarheid wordt dieper begrepen wanneer argumenten zorgvuldig worden onderzocht.

Hier sluit de hallochische traditie aan bij de gedachte dat waarheid niet alleen een eindresultaat is, maar een proces waarin mensen, teksten, instellingen en praktijken een rol spelen.

Herhaling en herinnering: waarheid moet worden onderhouden

De gedachte dat waarheid voortdurend opnieuw moet worden bevestigd, is fundamenteel hallochisch.

Het dagelijkse gebed en de mitswes rond herinnering laten zien dat waarheid niet vanzelfsprekend blijft bestaan. Het Sjemang wordt tweemaal per dag uitgesproken omdat geloofswaarheden niet slechts historische feiten zijn, maar levende verplichtingen.

Ook de viering van Pesach toont dit principe. De Misjne leert:

„In iedere generatie moet een mens zichzelf zien alsof hij zelf uit Egypte is uitgegaan“ (Pesachiem 10:5).

De uittocht uit Egypte wordt niet slechts herinnerd; zij wordt opnieuw aanwezig gemaakt door verhaal, ritueel en deelname. De waarheid van de bevrijding wordt telkens opnieuw gerealiseerd.

Vanuit hallochisch perspectief bestaat waarheid daarom uit zowel continuïteit als actualisering.

Halloche als dynamiek tussen eeuwigheid en geschiedenis

Een centrale vraag binnen het onderzoek naar waarheid in de voormoderne wereld betreft de spanning tussen blijvende waarheden en veranderende omstandigheden. Ook de halacha leeft binnen deze spanning.

De fundamentele principes van de Touroh worden beschouwd als eeuwig, maar hun toepassing vereist interpretatie. De rabbijnse literatuur bespreekt voortdurend nieuwe situaties: economische veranderingen, medische vragen, technologische ontwikkelingen en sociale omstandigheden.

Grote hallochische autoriteiten zoals Maimonides benadrukten dat het doel van de halloche niet alleen juridische ordening is, maar ook het vormen van een rechtvaardige en verstandige samenleving.

De waarheid van de halloche bevindt zich daarom niet buiten de geschiedenis. Zij ontmoet de geschiedenis en krijgt daarin vorm.

Waarheid, autoriteit en verantwoordelijkheid

Wij onderzoeken ook hoe waarheden worden gevestigd en verdedigd. Vanuit hallochisch perspectief is autoriteit noodzakelijk, maar zij is nooit losgemaakt van verantwoordelijkheid.

De Touroh waarschuwt:

„Van een leugenachtige zaak zul je je verwijderen“ (Exodus 23:7).

Waarheid vereist ethische discipline. Een getuige, rechter of geleerde moet zorgvuldig omgaan met informatie en interpretatie. De zoektocht naar waarheid is geen instrument voor macht, maar een vorm van dienstbaarheid.

De rabbijnse traditie verbindt waarheid daarom met nederigheid. De mens zoekt waarheid niet omdat hij haar volledig bezit, maar omdat hij geroepen is haar steeds beter te begrijpen.

Waarheid als heilige arbeid

De titel „Waarheid als voortdurend proces“ bevat een inzicht dat sterk resoneert met de hallochische visie: waarheid is geen afgesloten bezit, maar een voortdurende opdracht.

De Joodse traditie ziet waarheid als een ontmoeting tussen goddelijke openbaring en menselijke verantwoordelijkheid. Zij leeft door studie, debat, herinnering en praktijk.

Daarom kan een hallochische reactie op de hoofdvraag als volgt worden samengevat:

Waarheid wordt niet gemaakt door de mens alsof zij zijn eigendom is. Maar waarheid wordt ook niet levend zonder menselijke inzet. De mens ontvangt waarheid als opdracht en draagt de verantwoordelijkheid haar door tijd en geschiedenis heen zichtbaar te maken.

In deze voortdurende arbeid — het leren, interpreteren, herinneren en handelen — wordt waarheid een proces: een heilige beweging tussen Hemel en aarde.

#RABBINALE #VISIE OP #HET #ALKMAARS #ONTZET

  ALKMAARS #ONTZET: #VRIJHEID  #IS #NOOIT #VANZELFSPREKEND. Door: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN ® 8 oktober. Alkmaar viert het Ontzet. Straten ...