#DE
#HEILIGE #REIS #NAAR #HET #EINDE. #EEN #JOODS #PERSPECTIEF #OP
#LIJDEN #EN #WAARDIGHEID
#Rabbijn
#Simon #Bornstein®
Een rabbijn wordt als geestelijk verzorger wordt onvermijdelijk geconfronteerd met de diepste vragen van het menselijk bestaan. Wanneer een ziel, zoals van die jongeman, na een leven vol ontbering, eenzaamheid en een langdurige doodswens achter zich heeft, is het onze taak om met uiterste tederheid te kijken naar wat de Halocha (de Joodse wet) ons leert over het levenseinde.
In
het Jodendom is het leven heilig, een geschenk van de Schepper dat
wij niet zomaar mogen beëindigen. Het concept van Piekoeach
Nefesj
—
het redden van een leven — is een fundamentele pijler.
Echter,
wanneer iemand lijdt aan een ongeneeslijke ziekte en de dood
onvermijdelijk is, leert onze traditie ons dat we het stervensproces
niet onnodig mogen rekken als dat slechts leidt tot ondraaglijk
lijden.
De jongeman in uw casus heeft een leven geleid dat getekend is door wat wij Tsangar (lijden) noemen. Het feit dat hij zich vanaf zijn twintigste al met de dood verbonden voelde, is een existentiële last die wij niet lichtvaardig mogen afdoen. In de Joodse ethiek is de mens geschapen naar het beeld van God (Betselem Eilauhiem).
Wanneer iemand zich zijn hele leven eenzaam en ontheemd heeft gevoeld, is het onze religieuze plicht om hem in zijn laatste dagen te omringen met de menselijke warmte die hij eerder heeft gemist.
Hoewel de wetgeving rondom euthanasie in Nederland strikte zorgvuldigheidseisen stelt, is het voor een rabbijn cruciaal om te benadrukken dat het beëindigen van het leven een grens is die wij met ontzag en gebed benaderen.
Wij
zijn geen meesters over onze eigen tijd, maar wij zijn wel geroepen
om barmhartigheid te tonen. Als de medische realiteit uitzichtloos
is, en het lijden niet meer te verzachten valt, verschuift onze focus
van 'genezen' naar 'begeleiden'.
In het Nederlandse
stelsel is de arts gebonden aan de Wet
toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding
(Wtl).
Als begeleidende
rabbijn zorg
ik ervoor dat de cliënt begrijpt dat zijn verzoek nu, in
tegenstelling tot vroeger, wordt erkend op basis van zijn medische
lijden. Dit kan een gevoel van 'eindelijk gehoord worden' geven, wat
een enorme psychologische ontlasting teweegbrengt.
Voor deze jongeman is de 'toestemming' voor euthanasie wellicht niet alleen een medische uitkomst, maar een erkenning van zijn jarenlange strijd. Als rabbijn zou ik hem willen meegeven: "Je bent nooit alleen geweest in de ogen van de Eeuwige." Zelfs in de diepste eenzaamheid van een pleegkind dat van huis naar huis trok, was er een goddelijke vonk die hem droeg.
Zijn dood is geen vlucht, maar een terugkeer naar de bron. Moge zijn ziel rust vinden in de schaduw van de Almachtige, en moge zijn laatste reis worden omgeven door de vrede die hij in dit aardse leven zo vaak heeft moeten missen.
