#INDISCHE #ONTHEEMDING
Door: #Rabbijn #Simon #Bornstein, #geestelijk #verzorger van #Stichting #Actief #Amsterdam.
Dit artikel werd eerder, op 29 augustus 2021 gepubliceerd. Alle intellectuele rechten voorbehouden.
De periode van 1935 tot en met 1961 was voor bewoners van Europese origine in voormalig Nederlands-Indië een tijd die zou leiden tot ontheemding. Met de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, de internering van mensen van Europese origine en mensen met een ouderpaar van Europese en Aziatische origine in Japanse concentratie- en krijgsgevangenkampen, de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog en het gedwongen vertrek vanuit Nederlands-Indië naar Nederland, ontstond een situatie van complete ontrechting en ONTHEEMDING van deze bevolkingsgroepen.
De honderdduizenden Indo’s, Molukkers en Indische Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog en na de onafhankelijkheid van Indonesië met scheepsladingen arriveerden in de havens van Amsterdam en Rotterdam, raakten met de opheffing van Nederlands-Indië hun vaderland kwijt. Door het Indonesische beleid konden zij ook niet in Indonesië blijven wonen. Zij verloren hun woningen, plantages, fabrieken en overige bezittingen, evenals de rechten daarop, en werden daarnaast gewelddadig verstoten. Het gevolg was een onthecht en ontwricht bestaan.
Bij aankomst in Nederland werden Indische Nederlanders niet met open armen ontvangen. Het beleid van de Nederlandse regering was er actief op gericht zoveel mogelijk Indische Nederlanders buiten Europa te houden. Daarom weken velen uit naar Zuid-Afrika, Australië en de Verenigde Staten. Zij waren wel Nederlanders, maar voelden zich door hun tropische opvoeding niet altijd volledig verbonden met het naoorlogse Nederland.
Het was de tijd waarin de Nederlandse regering van mening was dat Nederland tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog al te kampen had met overbevolking. Om dit probleem op te lossen werden Nederlanders actief gestimuleerd om naar Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en de Verenigde Staten te migreren om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Honderdduizenden maakten gebruik van de migratiesubsidies en migratieregelingen die het naoorlogse Nederland bood.
In Nederland werden Indische Nederlanders opgevangen en gehuisvest in contractpensions en barakkenkampen. In deze pensions moesten zij betalen voor hun verblijf, waardoor zij een schuld opbouwden bij de Nederlandse overheid. De teller begon te lopen vanaf het moment dat men het contractpension betrok, terwijl de levensomstandigheden daar vaak erbarmelijk waren en Indische Nederlanders aanvankelijk moeilijk werk konden vinden.
Djanga Loepa was de titel van een boekje dat door maatschappelijk werksters werd uitgereikt aan Indische moeders in de contractpensions. Zij kregen aanwijzingen over hoe zuinig zij moesten omgaan met boter en jam, hoe zij een huishoudboekje moesten bijhouden en boodschappen moesten doen en dat er in Nederland volgens de Hollandse pot gekookt moest worden.
Er werd nauwelijks rekening gehouden met de reeds aanwezige kennis en kunde van Indische Nederlanders. Er was weinig plaats voor hun identiteit, keuken en gewoontes binnen het regerings- en welzijnsbeleid. Dit droeg bij aan het gevoel niet welkom of geaccepteerd te zijn in Nederland. Kikkerland bood Indische Nederlanders geen warm welkom, maar een ijzingwekkend koude ontvangst.
De ontheemden zijn de kinderen van de rekening geworden, van de koloniale rekening. De gemiddelde schuld waarmee men naar Nederland kwam, bedroeg per gezin 15.000 gulden, tegenwoordig ongeveer 46.000 euro. Indische gezinnen moesten hun leven in Nederland beginnen vanuit een situatie van diepe armoede.
Veel gezinnen moesten hun overtocht vanuit Indië terugbetalen aan de Nederlandse overheid. Er moesten winter- en zomerkleding worden aangeschaft onder leiding van maatschappelijk werksters. Ook moesten meubels onder dwingend toezicht van maatschappelijk werkers worden gekocht bij aangewezen leveranciers, die niet altijd de goedkoopste optie aanboden.
Volgens deze lezing verdienden sommige maatschappelijk werkers provisie door Indische gezinnen naar bepaalde meubelzaken door te verwijzen. Hierdoor zouden de ellendige omstandigheden van Indische gezinnen financieel zijn uitgebuit.
Ook werden diploma’s van Indische Nederlanders binnen de Nederlandse samenleving niet altijd erkend. Volgens de tekst was de Nederlandse overheid bang voor economische concurrentie tussen Indische Nederlanders en in Europa geboren Nederlanders. Hierdoor werden Indische Nederlanders in een ongelijke economische positie geplaatst.
Dit patroon van het op sociaaleconomische achterstand plaatsen van een bevolkingsgroep werd later volgens deze visie herhaald na de onafhankelijkheid van de Republiek Suriname.
In de voormalige kolonie Nederlands-Indië hadden Indische Nederlanders in de loop der eeuwen een bestaan opgebouwd. Hun bezittingen en financiële middelen werden hen afgenomen door verschillende partijen, waaronder de Japanners, Indonesiërs en de Nederlandse overheid.
Ook de kwestie rond de tegoeden en goudvoorraad van de Javasche Bank speelt hierbij een belangrijke rol. Volgens deze tekst is een groot deel van het goud van de Javasche Bank van Batavia naar New York gebracht en nooit volledig verantwoord. Deze kwestie wordt in verband gebracht met niet-uitgekeerde banktegoeden, spaargelden, salarissen, pensioenen en beleggingen van Indische Nederlanders.
Het gevestigde beeld van Indische Nederlanders is tegenwoordig vaak dat zij als arme vluchtelingen naar Nederland kwamen. Zij staan daarnaast bekend als mensen die bescheiden zijn, heerlijk kunnen koken, gezellig zijn en prachtig kunnen dansen. Dit stereotype beeld laat echter weinig zien van de deels voorname positie, opvoeding en cultuur van Indische Nederlanders in Indonesië.
De Nederlandse overheid heeft volgens deze visie onvoldoende erkend dat Indische Nederlanders aanzienlijke bezittingen en financiële rechten verloren. De naoorlogse economische afwikkeling van het voormalige overzeese Nederland ging gepaard met grote verliezen, pijn en verdriet.
In de jaren negentig heeft de Nederlandse regering geprobeerd een afkoopregeling met Indische Nederlanders te treffen onder de titel Het Gebaar. Ieder Indisch gezin kon aanspraak maken op een vergoeding van 20.000 euro.
Volgens critici van deze regeling stond deze vergoeding niet in verhouding tot de totale materiële schade en financiële aanspraken. De transfer van tegoeden en de goudvoorraad van de Javasche Bank wordt hierbij in verband gebracht met documenten die zich in archieven in Washington, Verenigde Staten, zouden bevinden.
Telkens wanneer Indische Nederlanders of anderen vragen om volledig materieel en financieel rechtsherstel, wordt volgens deze tekst verwezen naar de regeling Het Gebaar. Door het collectieve karakter van Het Gebaar zijn Indische gezinnen volgens deze visie gedwongen geweest om via individuele rechtszaken hun bezittingen, pensioenen, verzekeringen en andere aanspraken bij de Nederlandse Staat terug te vorderen.
Waar het de toepassing van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens op de Indische kwestie betreft, ligt er volgens deze visie nog veel werk. De aangerichte schade kan ook toekomstige generaties blijven beïnvloeden in hun beeld van hun positie binnen de Nederlandse samenleving.
Daderschap en slachtofferschap, loyaliteitskwesties, ontheemding, de nooit verdwenen liefde voor het tropische geboorteland, heimwee en verscheurde families die deels in Indonesië, Nederland of elders wonen: al deze thema’s spelen een rol binnen Indische gezinnen.
Deze gemengde gevoelens kunnen in veel gevallen leiden tot gevoelens van ontheemding, het niet volledig passen binnen of willen assimileren aan de nieuwe Nederlandse omgeving.
De vraag in hoeverre een Indisch gezin in Nederland zou moeten integreren, houdt velen bezig. Zij bewegen zich vaak tussen verschillende culturen. Hierdoor kan een duurzaam gevoel ontstaan volledig ontheemd te zijn en niet te kunnen wortelen in de Nederlandse samenleving.
Maar in hoeverre moet een burger zich eigenlijk wortelen? En hoe zou men dat moeten doen wanneer de eigen familiegeschiedenis een veelvoud aan referenties biedt die een dergelijk proces beïnvloeden?
In Indische en Molukse gezinnen weet men dat de Nederlandse samenleving hun verhalen en achtergronden niet altijd kent. Dit kan leiden tot gevoelens van vervreemding, onvoldoende erkenning en het gevoel nauwelijks of geen respect vanuit de Nederlandse samenleving te ontvangen, terwijl Indische en Molukse voorouders de Nederlandse driekleur in de overzeese rijksdelen eeuwenlang dienden en een belangrijke bijdrage leverden aan de geschiedenis en territoriale integriteit van het Koninkrijk.
Een Koninklijke boodschap wordt node gemist. Tijdens de Indiëherdenking van 2021 was de Koning op vakantie met zijn gezin. Er was geen vorst die troostende of verbindende woorden richtte tot de Indische gemeenschap. Wat zegt dit over de betrokkenheid van het Koninklijk Huis bij de Indische en Molukse gemeenschap? Hoe draagt dit bij aan erkenning, respect en zorg voor Indische Nederlanders en hun gevoelens van verbondenheid met de Nederlandse samenleving? Welke betrokkenheid mag men verwachten van het Staatshoofd? In 2026 nam de Koning deel aan de Indië herdenking in Den Haag zoals het hoort.
In Molukse en Papoea-gezinnen bestaat veel specifieke kennis over de tropen, goden- en geestenwerelden, mystiek en het leven in de tropen. Het gaat om verhalen die in Nederland nauwelijks een plaats hebben gevonden. Verhalen die nog onvoldoende door academische onderzoekers zijn vastgelegd of onderzocht, waardoor maatschappelijke erkenning voor deze gezinnen duurzaam kan uitblijven.
De verhalen liggen dicht onder de oppervlakte. Welke onderzoeker neemt een spade ter hand om deze verhalen op te diepen uit het geheugen van Indische Nederlanders? Wie geeft hun kennis en kunde een waardevolle plaats in Nederland?
Stichting Actief Amsterdam start een Indische gespreks- en ontmoetingsgroep voor Indische en Molukse Nederlanders.
Een plek om elkaar te ontmoeten in een informele en gezellige sfeer. Samen eten, eropuit gaan, elkaar ontmoeten en met elkaar praten, vriendschappen sluiten en waar nodig steun ontvangen vanuit de spreekuren van Stichting Actief Amsterdam.
U bent van harte welkom!
Meer info: #RABBIJN #SIMON #BORNSTEIN,
tel. 06 272 64138
