#Rabbijn #Simon #Bornstein®
In een tijd waarin tegenstellingen verharden en de aarde onder druk staat, klinkt de roep om een “goed leven” paradoxaal. Wat is goed leven nog waard wanneer gemeenschappen uiteenvallen in kampen en ecosystemen uitgeput raken? Als rabbijn zie ik in deze vragen geen abstracte academische exercitie, maar een existentiële uitdaging die diep raakt aan wat het betekent mens te zijn.
De cursus Groter dan ik positioneert zich precies op dit snijvlak: tussen persoonlijke zingeving, maatschappelijke verdeeldheid en ecologische urgentie. Dat maakt haar niet alleen actueel, maar ook noodzakelijk.
Polarisatie als spiritueel probleem
Polarisatie wordt vaak politiek of sociologisch geduid, maar zij heeft ook een spirituele dimensie. In de Joodse traditie spreken we over machloket — conflict — dat zowel destructief als constructief kan zijn.
De Talmoed prijst het meningsverschil “omwille van de hemel”: een debat dat niet gericht is op overwinning, maar op waarheid. Polarisatie daarentegen is conflict zonder transcendent doel; het vernauwt de blik en reduceert de ander tot tegenstander.
De cursus benoemt polarisatie als een van de grote maatschappelijke vraagstukken, en terecht. Maar de impliciete vraag is dieper: hoe hervinden we een oriëntatie die ons verbindt met iets dat groter is dan onszelf?
Zonder zo’n oriëntatie vervalt dialoog in strategie en wordt duurzaamheid een technocratisch project zonder ziel.
Het “goede leven” als relationeel begrip
Binnen verschillende levensbeschouwelijke tradities wordt het goede leven niet primair gedefinieerd door individueel geluk, maar door relaties — met de ander, met de gemeenschap, met de aarde en met het transcendente.
In het jodendom staat het concept tikkoen olam centraal: het herstellen van de wereld. Dit impliceert dat het goede leven niet bestaat uit consumptie of zelfoptimalisatie, maar uit verantwoordelijkheid. Het leven is goed wanneer het bijdraagt aan het geheel.
De cursus brengt ook andere tradities in gesprek: christendom, islam, boeddhisme en humanisme. Wat opvalt is dat, ondanks doctrinaire verschillen, een gedeeld ethos zichtbaar wordt:
nederigheid tegenover het grotere geheel
zorg voor de kwetsbare ander
bewustzijn van onderlinge afhankelijkheid
Deze overeenkomsten vormen een krachtig tegenwicht tegen
polarisatie. Ze suggereren dat het goede leven geen eigendom is van
één traditie, maar een gedeelde zoektocht.
Duurzaamheid als morele praktijk
Duurzaamheid wordt vaak gereduceerd tot gedragsverandering: minder
vliegen, minder vlees, meer recyclen. Hoewel belangrijk, blijft deze
benadering oppervlakkig wanneer zij niet geworteld is in een diepere
levenshouding.
De sjabbwa biedt hier een intrigerend perspectief. Eén dag per
week wordt de mens opgeroepen om te stoppen met produceren en
consumeren. Niet omdat arbeid slecht is, maar omdat rust herinnert
aan grenzen. De aarde is geen bezit, maar een toevertrouwd goed.
De cursus lijkt dit inzicht te vertalen naar hedendaagse contexten: hoe kunnen levensbeschouwingen bijdragen aan ecologische bewustwording? Door duurzaamheid niet alleen als technisch probleem te zien, maar als morele en spirituele praktijk.
Superdiversiteit en meervoudige religieuze identiteit
Een bijzonder aspect van de module is de aandacht voor multiple
religious belonging: het combineren van elementen uit
verschillende tradities. Vanuit klassiek religieus perspectief kan
dit als problematisch worden gezien — het zou de integriteit van
tradities ondermijnen. Maar in de huidige Nederlandse context is het
eerder een realiteit dan een uitzondering.
De vraag is dan niet óf mensen meerdere bronnen gebruiken, maar
hoe zij dat doen. Is het een oppervlakkige vorm van spiritueel
consumentisme, of een oprechte zoektocht naar samenhang?
De cursus nodigt studenten uit om een “trage vraag” te
formuleren — een persoonlijke, existentiële vraag die niet snel te
beantwoorden is. Dit concept is bijzonder waardevol. In een cultuur
van snelle meningen en directe reacties creëert de trage vraag
ruimte voor verdieping.
Zij vormt een tegenbeweging tegen de
oppervlakkigheid die polarisatie voedt.
Dialoog als vaardigheid én houding
Interlevensbeschouwelijke dialoog is een kernonderdeel van de
module. Maar dialoog is meer dan een techniek; het is een houding van
luisteren zonder onmiddellijk te oordelen.
In de rabbijnse traditie wordt gezegd: “Wie wijs is, leert van
ieder mens.” Dit vereist een fundamentele openheid. Niet alles
hoeft te worden overgenomen, maar alles verdient gehoord te worden.
De cursus ontwikkelt deze vaardigheden via practica en gesprekken
over gevoelige thema’s. Dit is essentieel, want polarisatie
ontstaat vaak juist waar het gesprek stokt. Door studenten te trainen
in dialoog, wordt niet alleen kennis overgedragen, maar ook een vorm
van moreel handelen geoefend.
De rol van persoonlijke positionering
Een belangrijk leerdoel van de module is dat studenten hun eigen
positie leren articuleren. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar is het
niet. In een pluralistische samenleving is het verleidelijk om
relativistisch te worden: alles is waar, dus niets is echt
belangrijk.
De uitdaging is om een positie in te nemen die zowel geworteld als
open is. Een positie die erkent: dit is waar ik voor sta, en
tegelijkertijd: ik kan van jou leren.
De trage vraag speelt hierin een cruciale rol. Zij fungeert als
kompas dat persoonlijke ervaringen verbindt met bredere tradities en
maatschappelijke vraagstukken. Hierdoor wordt reflectie geen
abstracte oefening, maar een geïntegreerd proces.
Praktijkgericht leren: van theorie naar handelen
De excursies en ontmoetingen met maatschappelijke initiatieven
geven de cursus een concreet karakter. Levensbeschouwingen worden
niet alleen bestudeerd, maar ook ervaren in hun praktische
uitwerking.
Dit is van groot belang. Zonder praktijk blijft ethiek
vrijblijvend. Door te zien hoe religieuze en humanistische
initiatieven bijdragen aan duurzaamheid en sociale cohesie, wordt
duidelijk dat levensbeschouwing geen privézaak is, maar een publieke
kracht.
Kritische reflectie: grenzen en spanningen
Hoewel de cursus veelbelovend is, zijn er ook kritische vragen te
stellen.
Ten eerste: bestaat er niet het risico dat verschillen tussen
tradities worden gladgestreken ten gunste van harmonie? Dialoog mag
geen synoniem worden voor consensus. Juist het erkennen van
verschillen kan verdiepend werken.
Ten tweede: hoe wordt omgegaan met machtsverhoudingen? Niet alle
stemmen hebben dezelfde positie in de samenleving. Een echte dialoog
vereist ook aandacht voor ongelijkheid.
Ten derde: in hoeverre wordt duurzaamheid verbonden met
structurele verandering? Individuele reflectie is belangrijk, maar
zonder politieke en economische analyse blijft impact beperkt
groter dan ik
De titel van de cursus — Groter dan ik — raakt de kern. Het goede, duurzame leven vraagt om een oriëntatie die het individu overstijgt. Niet als ontkenning van het zelf, maar als verruiming ervan.
Vanuit rabbinaal perspectief zou ik zeggen: de mens is geroepen tot verantwoordelijkheid. Niet alleen voor zichzelf, maar voor de wereld. Deze roeping kan niet worden vervuld in isolatie of in strijd, maar alleen in relatie.
De cursus biedt een kader waarin deze verantwoordelijkheid kan worden verkend, geoefend en verdiept. Door kennis, dialoog en praktijk te combineren, creëert zij ruimte voor een vorm van leren die niet alleen intellectueel, maar ook moreel en spiritueel is.
