Door: #Rabbijn #Simon #Bornstein®
In de heilige traditie van ons volk is de Megillat Esther niet slechts een historisch verslag, maar een blauwdruk voor de overleving van de Joodse ziel in de diaspora. Het boek is uniek omdat de Naam van de Eeuwige er niet expliciet in voorkomt.
Dit
fenomeen, door onze wijzen aangeduid als hester
paniem
(het
verbergen van het gelaat),
weerspiegelt de wereld waarin wij vandaag de dag leven: een wereld
waarin de goddelijke hand vaak verborgen gaat achter het masker van
politiek en toeval.
De Talmoed vraagt in traktaat Choelien 139b: Esther mien ha-Torah minajien? (Waar vinden we een aanwijzing voor Esther in de Thora?). Het antwoord ligt in de tekst: We’anochi haster astiir panei ba-jom ha-hoe— "En Ik zal Mijn aangezicht op die dag zeker verbergen" (Dewariem 31:18).
Kahal kadosj, nu wij Poeriem 2026 (5786) vieren, staan we stil bij de kracht van verbinding. De essentie van het feest ligt besloten in de oproep van Mordechai aan Esther: Oe-mie jodea iem le’et kazot higaat le’malchoet? — "Wie weet of jij niet juist met het oog op een tijd als deze de koninklijke waardigheid hebt verkregen?" (Esther 4:14).
Esther leert ons dat verlossing begint bij het individu dat besluit zijn of haar identiteit niet langer te verbergen voor het welzijn van het collectief.
De dialectiek van het lot en de keuze
Het woord Poer betekent 'lot', verwijzend naar de dobbelstenen die Haman wierp. Haman geloofde in een blind, mechanisch noodlot, maar het Joodse antwoord is de transformatie van we’nahafoch hoe — "het omgekeerde gebeurde" (Esther 9:1).
Terwijl de vijand rekende op vernietiging, veranderde de eenheid van het volk het noodlot in een zegen. Zoals de Midrasj Rabbah opmerkt, was het de gezamenlijke vasten en het gebed dat de hemelse poorten opende.
De eenheid als antigif
Haman klaagde bij koning Achasveros: Jesjno am-echad mefoezar oemoforad bein ha-amiem — "Er is één volk, verspreid en verstrooid onder de volken" (Esther 3:8).
De wijzen leggen uit dat onze kwetsbaarheid lag in die verstrooiing, niet alleen fysiek maar ook spiritueel. Daarom stelde Esther de mitswot van Misjloach Manot (het sturen van lekkernijen naar elkaar) en Matanot Le ewjoniem (giften aan de armen) in.
Deze daden van tzedaka en chesed (liefdevolle daden) zijn het directe antwoord op de beschuldiging van verdeeldheid. Door elkaar op te zoeken, herstellen we de eenheid die nodig is voor onze overleving.
De Actualiteit van de Megilla
In de moderne rabbijnse literatuur wordt benadrukt dat Poeriem een feest is van "natuurlijke wonderen." Er splijt geen zee, er valt geen manna; er is slechts een moedige vrouw en een wakkere oom. Dit leert ons dat God werkzaam is via menselijke diplomatie en moed.
Zoals beschreven in hedendaagse studies over de Megilla, blijft het verhaal een tijdloze spiegel voor thema's als uitsluiting en de hoop op bevrijding.
Moge dit Poeriemfeest ons hart verwarmen. Laten we de woorden van de Megilla ter harte nemen: La Jehoediem hajta ora wesimcha wesasson wejiekar – "Voor de Joden was er licht en blijdschap, vreugde en eer" (Esther 8:16). Moge dat licht ook in 2026 onze huizen en harten vullen.
Chag Poeriem Sameach!