Rabbinaat Alkmaar is een particulier rabbinaat, een voluntariaat. Het Rabbinaat Alkmaar verzorgt Joods onderwijs, cultureel-maatschappelijke activiteiten en pastorale zorg. Het werkgebied omvat het Hollands Noorderkwartier, West-Friesland, Kennemerland, Waterland en de Zaanstreek
Trefwoorden: Rabbijn Rabbi Rabbinaat Alkmaar Joods Joden Israëlitisch Israëlitische Joodse Gemeente Pastoraal Zielszorg Joodse Les Synagoge kosher koosjer kasher kashrut
▼
donderdag 6 juli 2017
Gebruikt de Saufer van Hoorn gelooide huiden uit Enkhuizen?
De vondst aanvang juli 2017 van een leerlooierij uit de Gouden Eeuw in
Enkhuizen roept de vraag op of de Touro-schrijvers van de Joodse Gemeente Hoorn
hun perkament in die periode betrekken uit Enkhuizen.
Bij de leerlooierij van omstreeks 1590 werden kuilen
met hoornpitten van runderen aangetroffen, evenals eikenschors om de huiden te
bewerken, houten vaten in de grond die functioneerden als afvalopslag. En bodemloze
houten vaten welke als waterput dienen. De looierij ligt binnen de wallen van
de stad.
Gedurende de Gouden Eeuw bestaat er een enorme
behoefte aan gezouten vis en gezouten vlees. Stokvis en gezouten rundvlees
functioneren als proviand op de Enkhuizense handelsvloot.
De runderen worden per Tjalk en per hoef geïmporteerd
uit Sleeswijk-Holstein en Jutland. Vervolgens werd dit vee door West-Friese
vetweiders gemest, geslacht en gezouten. De overgebleven huiden worden in de
looierij tot leder bewerkt.
De huiden worden voor diverse doeleinden verkocht en
gebruikt. Bij het ter markt brengen van een huid, kunnen kopers de huid goed
herkennen. De looier verwijdert de hoornen van het dier niet, zodat de
diersoort eenvoudig vastgesteld kan worden door de koper.
Gedurende de zestiende eeuw arriveren de eerste
Joden in de West-Friese havensteden. Deze pioniers moeten ieder poorterrecht aanvragen
en verkrijgen. De kehillah van Hoorn
wordt rond 1600 opgericht. Het is bekend dat in de zeventiende en achttiende
eeuw een Saufer of Touro-schrijver
een atelier drijft in Hoorn.
Een Saufer schrijft Touro-rollen. Het
Bijbels-Hebreeuws wordt met een ganzenveer gekalligrafeerd op grote lappen
perkament. Dit perkament wordt gewonnen uit het leder dat afkomstig is uit de
nek van een rund. Het zeer waarschijnlijk dat de Saufer van Hoorn huiden of
zelfs perkament betrok uit de opgemelde Enkhuizense looierij.
Het is een religieuze plicht voor iedere Jood om een
Touro-rol schrijven voor persoonlijk gebruik (Deworiem 31:19). Een Jood die een
dergelijke rol niet zelf kan schrijven, kan daar voor die taak een specialist aanstellen:
een Saufer. Deze Touro-rol mag hij zelfs in tijd van een ernstige crisis niet
verkopen. Een dergelijke rol kan slechts worden verkocht om het salaris van de
eigen Joodse godsdienstleraar te kunnen bekostigen uit de opbrengst van de
verkoop of om de kosten van het eigen Joodse huwelijk mee te kunnen dekken
(Megilla 27a-b).
Het Seifer
Touro dat gedurende de publieke godsdienstoefening in het openbaar wordt
voorgelaajend, moet op perkament geschreven worden. Het perkament wordt
gewonnen uit de huid van een ritueel rein dier. Een ritueel rein dier, is een
schepsel dat niet expliciet door de Touro verboden is voor koosjere, Joodse
consumptie. Deze diersoorten worden vermeldt in וַיִּקְרָא11. De huid van een vis kan niet worden aangewend als perkament
om Seifer Touro op te schrijven, ook niet als het om een reine vissoort gaat.
Het
perkament voor een Seifer Touro, wordt op een speciale wijze geprepareerd. Met
gal, kalk en andere chemicaliën die het leder duurzaam houdbaar maken (Megilla 19 A). De gal wordt vaak gewonnen uit urine. De ruwe huid wordt aan
beide zijden afgeschraapt, waardoor een soort perkament ontstaat die wordt aangeduid als gewiel. Hierna wordt
de huid gespleten, waarbij de buitenzijde of opperhuid wordt aangeduid als van
superieure kwaliteit en wordt klaf
genoemd.
De klaf wordt meestens gebruikt om wetsrollen op te
schrijven. De onderhuid wordt door de rabbijnen als inferieur beschouwd en doksostos (= δύσχιστος) genoemd. De
doksostos wordt niet gebruikt bij het schrijven van een Seifer Touro.
De tekst van het Seifer Touro wordt geschreven op de
buitenzijde of haarzijde van de gewiel en op de binnenzijde of vleeskant van de
klaf (Babylonische Talmoed, Traktaat Sjabbes 79 B).
Elke pagina wordt gekwadreerd, en de lijnen werden getrokken
met een stylus. Alleen de beste plantaardige
zwarte inkt kan worden gebruikt, gekleurde inkt of vergulding van een Seifer
Touro zijn niet toegestaan. De tekst wordt geschreven met een geslepen houten
stokje of een ganzenveer.
De tekst bestaat uit vierkante, gekalligrafeerde
Hebreeuwse karakters, naar voorbeeld van de masoretische tekst. De Saufer is
het verboden om de tekst vanuit zijn geheugen op te schrijven. Het is
religieus-wettelijk verplicht dat hij tijdens het schrijven een Touro-tekst voor zich op tafel heeft liggen (Sjoelchan Ngoreg, Orachojiem
32-36). De Saufer spreekt ieder woord uit alvorens hij het woord kalligrafeert.
De individuele letters moeten zo worden geschreven dat een schooljongen
eenvoudig de letters van elkaar kan onderscheiden.
De
Marokkaanse rabbijn Moesa Ibn Miemoen of Maimonides schreef een
Seifer Touro, op een ramshuid. Dat Seifer Touro bestond uit aaneen genaaide lappen
perkament en mat 1366 vingerlengten, hetgeen overeenkomt met een lengte van
circa 25 meter.
Deze maten worden genoemd in de Babylonische Talmoed, Traktaat Babbe Basre 14A.